donderdag 26 juli 2012

San José, 25 juli 2012

Juli is de maand van de nationale feestdagen.  De 4de was ik uitegenodigd bij de Amerikanen.  In aanwezigheid van een echte astronaut en van de Costa Ricaanse presidente.
Voor de rest: een countrygroepje dat zo luid speelde dat  de conversaties zich beperkten tot een beetje dwaas lachen en stom knikken.  Het lachen werd groen toen bleek dat er alleen maar cola en kiddiebul te drinken was.  Het is toch een beetje dwaas proosten met kinderchampagne met aardbeiensmaak.  Er vielen ook alleen microscopisch kleine hamburgertjes te eten.  Na een halfuurtje was zo goed als iedereen vertrokken en bleven astronaut, presidente en ambassadeure beteuterd achter met veel cola en hamburgertjes.
De 14de was het bij de Fransen te doen.  Uitgebreide barbecue met echte Franse wijnen en een bejaardenkoor dat een soort Les Misérables-versie van de Marseillese zong, waarbij ze de hoge noten nét niet haalden.  De stemming zat er goed in.  Tot de Franse ambassadeur het woord nam en vanop het podium zijn dertig jaar jongere vriendin ten huwelijk vroeg.  Iedereen klapte opgetogen.  Zij weigerde echter zonder aarzelen en siste hem toe dat hij getikt was.  De rest van het feest verliep in mineur.
Toen was het de beurt aan de Venezolanen.  Ze begonnen met een bloemenlegging bij het Nationale Monument, met fanfare en erewacht van de politie.  Eerst de Costa Ricaanse volkslied, dat door iedereen werd meegezongen.  Van het Venezolaanse volkslied dat volgden, blijken er meerdere versie te bestaan, die zowel qua melodie als qua tekst van elkaar verschillen.  Er was niet goed afgesproken welke versie er precies gezongen zou worden en alles eindigde in  chaos en boosheid.  Toen werden neergelegde krans, muzikanten en instrumenten in een busje geladen en werd precies dezelfde ceremonie opgevoerd in een ander park iets verderop.  Iedereen was hierover heel verbaasd.
Vorige vrijdag hadden de Colombianen een groep dansers en muzikanten uitgenodigd voor hun carnaval.  Samba met Afrikaans getrommel en pluimen en glitterjurken.  De sfeer kwam er pas echt goed in toen de vrouw van de Colombianen de nuntius geheel onverwachts bij zijn soutane greep en hem dwong tot een soort lamabada. Hij was zo verbouwereerd dat hij zelfs schutterig mee deed.  Ambiance!

Ik heb met een andere eenzame man de vulkaan Irazú beklommen.  Bij zonsopgang gingen we op weg, op zoek naar het unieke maanlandschap van de vulkaan.  Het viel tegen, we zagen niets:
Toen de mist wegblies konden we de krater heel kort en heel vaag zien liggen:
Daar waren we dus voor dag en dauw voor opgestaan.  Typisch.

De volgende week wandelden we samen door de bergen achter ons dorp.  Ongelooflijk hoe landelijk het aan de andere kant is, op een uurtje lopen van ons huis:

En zondag ging ik raften op de río Pacuara met een paar vrienden.  Het sinds mijn laatste partijtje kurkminton met Casper geleden dat ik nog zoveel plezier gehad heb.  Pure leut!
Nog een dikke week en ze komen terug.  Eindelijk!

dinsdag 3 juli 2012

San José, 2 juli 2012


Alles doet me zeer, zelfs mijn tenen.  Een heel plezierig weekend gehad met een groep kendoka uit Panama en hun professionele Japanse sensei.  Het was wel typisch Latijns ritme: iedereen stond constant te babbelen, als ze geen zin meer hadden stopten ze de oefeningen waar ze mee bezig waren, als ze dorst hadden gingen ze rustig een pipa friaatje drinken  en als ze moe waren gingen ze zich verstoppen zodat je ze luid protesterend terug de dojo in moest sleuren. 
En dan een toernooi waarbij ze blijkbaar hadden afgesproken dat ze elkaar geen pijn zouden doen, de wedstrijden duurden dus eindeloos.
Maar de sfeer zat er in en we gaan dit zeker snel nog eens doen.  Merkwaardig: iedereen had partner en kinderen bij, die urenlang op stoeltjes zaten te wachten tot alles voorbij was en dat terwijl ze zich toch maar op 100 meter van de Hemel bevonden: een McDonalds's.

Het gat in de stoep voor ons huis zit er nog steeds.  En nu zijn de machines en de werklui vertrokken en ziet het er niet naar uit dat het snel gemaakt zal worden.  De stratenmakers zijn nu dringend ergens anders nodig: opeens was er een krater in de snelweg tussen San josé en de luchthaven, alsof een meteoriet was ingeslagen.  De hele weg over een lengte van 20 meter verdwenen, in beide richtingen.  En niemand weet hoe dat monstergat er precies gekomen is.  En niemand weet hoe ze het gaan herstellen.  Omdat er hier niet zo heel veel wegen zijn in dit land moet iedereen die van en naar de luchthaven wil een grote bocht maken naar de kust om dan weer het binnenland in te rijden, een omweg van zeker 3 uur.
Dan heb ik meer geluk: nog dezelfde avond dat ze het gat hadden gegraven, hebben de wegenwerkers een bruggetje gemaakt voor onze oprit zodat ik toch binnen en buiten kan, als enige in ons blok.  Dat heb ik te danken aan de goodwill van de peones, die ik elke morgen een thermos koffie bracht en elke middag bier, dat ze stiekem gingen opdrinken achter hun wals.  Mijn buren waren niet zo vooruitziend en moeten dat nu uitzweten, de gierige pinnen.

Zaterdagavond was er een stratenloop in ons dorp.  De 700 meter van Escazú of zoiets, met halverwege een stop voor koffie.  Het was weer op z’n tico’s: de straten waren niet afgesloten en dus moesten de deelnemers in het pikkedonker in de berm, die door de regen een enkeldiepe modderbrij is geworden, in de uitlaatgassen de berg op sukkelen.  Ondertussen probeerden dolle chauffeurs die woedend waren dat er voetgangers op de openbare weg waren, hen omver te rijden.  Soms lukte hen dat maar meestal niet: de meerderheid van de lopers bereikte ongeschonden het eindpunt. 

Arbeid is hier spotgoedkoop en dat merk je ook.  Als je een winkel binnengaat wordt je meteen aangesproken door een verkoper die wil weten of je iets nodig hebt, een vraag hebt of een mandje wil.  Vervolgens blijven ze achter je aan lopen om je af en toe, zonder directe aanleiding, te vragen of er echt niets is dat ze voor je kunnen doen.
Bij de kassa staan mannetjes klaar om je boodschappen tegen een kleine vergoeding in te pakken en mee te dragen naar je auto.  Ze kijken vaak beteuterd als ze merken dat ik mijn aankopen liever zelf in mijn rugzak stop en lopend naar de winkel ben gekomen, broodrover die ik ben.
Ben je wel met de auto, dan kun je die overal laten bewaken door mannetjes met een knuppel en een pet met SECURITY of ARMY op. 
In de winkels heb je mensen die de hele dag niets anders moeten doen dan pakken koffie en rijst en suiker weer mooi glad strijken en weer op mooie stapeltjes leggen. 
Producenten van toiletartikelen sturen mensen naar de supermarkten die je moeten overhalen hun merken te kopen en niet die van de concurrentie.  Zo’n massa verveeld kauwende aanprijsjuffrouwen schrikt echter eerder af dan dat het doet kopen: als je een tube tandpasta neemt, wordt je meteen omringd door vertegenwoordigsters van de andere merken die willen dat je van je voorgenomen aankoop afziet, terwijl het meisje van het merk dat je gekozen hebt probeert haar concurrentes weg te jagen.  Soms worden er zelfs klappen uitgedeeld, wat alleen amusant is als het niet om jou is dat ze vechten.
 Zelfs het kleinste winkeltje heeft een bewaker, die met getrokken pistool (holsters zijn te duur) of met de riot gun dieven op een afstand moet houden.  Ik voel me daar niet echt veiliger door, zeker niet als ik ze na hun werk gewapend en wel naar de kroeg zie trekken.  Er zouden in Costa Rica trouwens 600 000 vuurwapens zijn, toch veel voor een land dat zo trots is op zijn vredelievendheid.

Boven Escazú beginnen de bergen.  De hoogste berg heet de de Pico Blanco en op de top ervan staat een groot kruis. Ik had mijn ‘because it’s there’-moment en besloot daarnaartoe te wandelen.

Hoe hoger je de helling op klimt, hoe kleiner de huizen worden, hoe donkerder de gezichten, hoe luider de hiphopmuziek, hoe schimmiger de autowerkplaatsen.  Gelukkig loop ik er altijd heel sjofel bij zodat niemand veel aandacht aan mij besteedde; Alajuelita is een gevaarlijke buurt.
De begroeiing verandert ook: de tropische planten maken plaats voor naaldbomen. 
En dan plotseling waan je je in Toscane: het ene palazzo naast het andere, compleet met paardenstallen en binnenzwembaden en gastenverblijven.  Daar wonen de echte rijken, hoog boven de Centrale Vallei.
Daar voorbij begint de echte beklimming: paden die zo steil zijn dat je achterover valt als je je opricht, vol met scherpe keien en diepe afgronden.  De lucht is er ijl en de zon heet.  Langs de kant van de weg liggen verbleekte botten en achtergelaten rugzakken. Gieren cirkelen likkebaardend laag boven je hoofd. Maar uiteindelijk bereikte ik de top: verbrand, uitgedroogd, geschaafd maar trots.  De koning van de wereld!  De Hillary van de Cerro de Escazú.
Shit: verkeerd.  Ik had me ergens vergist en het verkeerde pad genomen, waardoor ik op de berg naast die met het kruis stond.  Maar niet getreurd: het uitzicht is hetzelfde.  Aan de ene kant zie je de hele Centrale Vallei met zijn miljoen inwoners en als je je omdraait lijkt het alsof je in de Andes bent met bergpieken en meren; je zou niet eens verbaasd zijn als er een lama voorbijkwam of er panfluiten begonnen te spelen.
Mooi.

Tenslotte, een beeld van de stress waar ik als grote baas van de boel nu aan lijd:
(Mijn Zwitserse collega naast mij ziet ook zwaar af, de derde aan tafel plant een drugsdeal)

En denk maar eens goed na over de wijze woorden van de grote Terry Pratchett: “The presence of those seeking the truth is infinitely to be preferred to the presence of those who think they’ve found it”.  Dat geldt dus ook voor u.


Wie leest dit eigenlijk vanuit Rusland?  En vanuit de VS?

vrijdag 22 juni 2012

San José, 21 juni 2012

De eerste dag van de zomer.  Het is al goed begonnen.   Al enkele weken leggen ze nieuwe rioleringen en stoepen aan in onze straat.  Veel stof en lawaai.  Gisteren begonnen ze aan ons stuk.  Vanmorgen hoorde ik ze hun machines opstarten en meteen was het raak: elektriciteitskabel geraakt en de hele buurt zonder stroom.  De garagepoort kon ik nog met veel moeite met de hand open krijgen maar het Versailleshek bewoog niet.  Ik dus door een zijdeurtje naar buiten en met de bus naar kantoor.
De bussen zijn hier trouwens prachtig: vol notenhout en chromé en lichtjes en slingers en plaatjes van heiligen.  Maar de chauffeurs rijden als waanzinnigen en hun voertuigen braken tonnen vieze zwarte rook uit, en dat in het milieuvriendelijke Costa Rica.
In Rio hebben de Europese landen de anderen op de vingers hebben getikt omdat ze niet genoeg aandacht besteden aan het milieu: hoe schijnheilig kun je nu eigenlijk zijn?

Toen ik vanavond thuiskwam waren de werklui nog druk bezig: ze hadden een gat geslagen in de waterleiding en de hele straat stond blank.  Geen probleem: het zou zo gemaakt worden.  Ondertussen is er een peilloos diep gat van zeker 3 meter breed voor ons huis verschenen.  Pas maandag zal het  gevuld worden, zeggen ze mij. Tenzij ik een polsstok vind, zit ik hier dus 3 dagen opgesloten.  Zonder water.  Maar gelukkig heb ik vanmiddag een watermeloen gekocht, daar houd ik het wel mee vol.

Vorige week heb ik mijn collega Axel en zijn vrouw naar het vliegveld gebracht voor hun definitieve vertrek. Ze waren heel emotioneel en ook de medewerkers op kantoor stonden allemaal te snotteren.  Er wordt sindsdien een stuk minder gevloekt en gescholden op het werk maar ook een stuk minder gelachen.
Ten afscheid hebben zijn hond en kat zich nog eens flink ontlast in mijn auto, wat ik toch niet zo heel goed kon waarderen.

Een paar dagen later bracht ik ook Carola en de kinderen naar het vliegveld.  Ook emotioneel, al hebben zij zich niet in de auto ontlast.  Bijna 7 weken blijven ze weg, wat nu toch een stuk langer lijkt dan toen we de tickets kochten.  Ze waren een beetje overdonderd door het warme welkom van iedereen thuis maar het doet hun veel plezier.

Nu het regenseizoen is aangebroken is het moeilijk reizen in het land.  Ik beperk me dus tot de omgeving van ons huis.  Vorige week was er weer een ossenkarrenstoet, met enorme beesten:


Maar er waren ook kleine ossenwagentjes bij:
En ook cowboys:
En Sancho Panza:


In de tuin woont de grote kiskadee:

De Montezuma oropendola:
De bisschopstangare:


De roodstaartkolibrie:

De witvleugelduif:

Een vreemde spin:

En tenslotte, het woeste beest:

Ik hoop dat u nu nog kunt slapen.

donderdag 7 juni 2012

San José, 7 juni 2012

Alle Europese ambassades in Costa Rica nemen deel aan het Festival van de Europese film.  Ook wij.  Met 'Pauline en Paulette', de keuze aan films met Spaanse ondertitels is immers niet zo groot.  Tegen alle verwachtingen in zat de zaal zo goed als vol.  En het publiek kon de film waarderen: er werd op het juiste moment gelachen en gesnotterd.
Het is altijd afwachten met zo'n Belgische film: steeds een eindeloze stroom miserabilisme, lelijkheid, uitzichtsloosheid en absurditeit.  Soms grappig maar meestal - zeker als hij zich afspeelt in Wallonië - niet.  Wat moeten die buitenlanders nu denken van ons: dat we allemaal sloebers zijn die in Seraing of  Middelkerke wonen?  Een eindeloos 'Deliverance'?  Waarom altijd die lelijkheid?

De praktische organisatie van het festival was in handen van de Duitsers.  Die hadden echter geen geld voor de openingsreceptie (ze moeten de Euro redden!), dus vroegen ze of we allemaal 2 kartons wijn wilden bijdragen.  Op de avond zelf stond ik daar met mijn goede wijn (zo'n Filmfestival mag immers wat kosten), die prompt door een ober de keuken in gedragen werden.  De rest van de avond schonk men Liebfraumilch, uit echte blauwe flessen.  Ik voelde me geen klein beetje belazerd.  Mijn Duitse collega drinkt nu elke avond thuis mijn wijn.  Ik wens hem gruwelijke katers toe.

Vorige week zijn we naar Puerto Viejo de Sarapiquí gegaan om eens een ander regenwoud te bezoeken.  De streek was vroeger eigendom van enkele grote Amerikaanse fruittelers en nog steeds komen de meeste Costa Ricaanse ananassen daar vandaan.  Na de uittocht United Fruit en de anderen, werd de streek herbebost en een paradijs voor ecotoeristen.  Dat zijn mensen die veel geld willen betalen om tussen het ongedierte te slapen.
Milieubehoud wordt in dit land grotendeels over gelaten aan de privésector, de bewering van de regering dat 25% van het oppervlak nationaal park is slaat echt nergens op.  Maar die privésector doet wel goede dingen: het gaat meestal om mensen die een stuk grond kopen en daarop proberen de oorspronkelijke begroeiing te herstellen.

Je vindt daar niet veel grote dieren dus beleefden we veel plezier aan het kleinere spul.  Zoals de aarbeikikker die om zijn opvallende achterpoten de spijkerbroekkikker genoemd wordt:


Zijn neefje de gouden pijlgifkikker (die eigenlijk groen en zwart is):

Tijdens een nachtelijke wandeltocht door de regen zagen we roodoogmakikikker, één van Costa Rica's bekendste dieren:

Je trapt bijna op de padden die de kleur van de modder hebben:

Net zoals de gifslangen, die geniepig liggen wachten tot een argeloze wandelaar op hen trapt:


Neushoornkevers zo groot als ratten:



Reusachtige wandelende takken:

Sprinkhanen met motorpakken aan:

In het regenwoud groeit ook de cashapona, of wandelende palm, waarvan  de stam staat op pootjes staat.  Volgens de gidsen gebruikt de palm die pootjes om zich heel langzaam te verplaatsen, een halve meter per jaar, om een beter plaatsje in de zon te vinden.  Volgens plantkundigen is dat onzin: bomen lopen niet.  Maar het is een mooi verhaal.


We hebben ook een chocoladetour gemaakt.  Veel interessanter dan het klint: samen met een gids maak je eerst een lange wandeltocht door het bos, terwijl hij vanalles uitlegt.  dat was toch de bedoeling maar Emma liep zo te kletsen en vanalles aan te wijzen dat de arme man er geen speld tussen kreeg.  Uiteindelijk kwamen we bij een gebouwtje waar ons de geschiedenis van de chocolade werd verteld en hoe die vanuit het Amazonewoud tot bij de Maya's is geraakt.  Nu moeten we dus naar Guatemala, om daar de Mayatempels, waar ze zich flink te buiten gingen aan mensenoffers en  xocoatl zelf te gaan bekijken.
Vervolgens gingen we zelf chocolade maken.  Eerst moesten de vruchten geopend worden, wat snel en professioneel gedaan door Emma.
De bonen moeten vervolgens gisten en dat gistingsproces wordt op gang gebracht door eens goed op die bonen te sabbelen en ze vervolgens weer uit te spuwen.  De bacteriën in het speeksel brengen het gistingsproces op gang.  Meestal is dat sabbelen het werk van de bejaarden in het dorp, zij hebben geen tanden meer en kunnen de bonen dus niet per ongeluk kapotbijten en met een beetje geluk kwijlen ze ook overvloedig, wat het eindproduct alleen maar beter maakt.  't Is maar dat je het weet als je de volgende keer weer die lekker chocolade uit Guatemala koopt in de Wereldwinkel.
Gelukkig komt de meeste chocolade uit Afrika. Daar sabbelen ze niet op de bonen: daar gaan ze er eens goed op staan met hun laarzen waarmee ze eerst door de mest hebben gelopen, ook daardoor gaan de bonen goed gisten. 
Daarna worden de bonen gedroogd, geroosterd en gemalen.  Hiervoor gebruikte men in ons geval een stenen vijzel die 1000 jaar geleden door de Maya's werd gemaakt.
Dan wordt er water toegevoegd en het drankje wordt op smaak gebracht met chilipoeder en vanille. Niet meteen een hoogstaande culinaire ervaring maar je hebt wel het gevoel eventjes Montezuma te zijn.

De man van een collega heeft een Mitsubishi Pajero ingevoerd vanuit Europa.  Hier heten die Montero want toen de Japanners het Spaansklinkende 'Pajero' uitvonden durfde niemand hun te vertellen dat dat 'zelfbevlekker' betekent, om het maar even netjes te zeggen.  Dat staat nu wel in grote letters op zijn auto.  Hij troost zich maar met de gedachte dat  niemand het in zijn hoofd zal halen om zijn auto te stelen. Waarmee nogmaals bewezen wordt dat elk nadeel z'n voordeel heb.

Casper had zang- en dansfeest.  Oceans of Fun.  De rolverdeling wordt er hier al heel jong ingelepeld: de meisjes moesten in strooien rokjes zo zwoel mogelijk met hun heupen wiegen, de jongens waren stoere windsurfers:

Over 10 dagen vertrekken vrouw en kinderen naar Europa.  Ze kijken er naar uit.  En ze zijn eraan toe: toen we een tijdje geleden naar die spectaculaire openinssène van Hugo zaten te kijken, met de camera die over de daken van Parijs en zweeft en vervolgens door dat grote station en over de perrons en tussen de locomotieven, vond Emma dat dat een "mooi winkelcentrum" was.  Als je kinderen niet eens meer weten wat een station is, moeten ze naar Europa.
Als ze maar terugkomen.

maandag 21 mei 2012

San José, 21 mei 2012

We hadden een Speciale Vertegenwoordiger van de regering op bezoek.  Hij zou heel Midden-Amerika aandoen en we hadden een mooi programma opgesteld met ontmoetingen met ministers en ondernemers en andere belangrijke lui. Met werkontbijten en -lunches, diners en recepties.  Weken werk aan gehad.  2 dagen na aankomst  lag hij al in het ziekenhuis, moest hij gerepatrieerd worden en konden we alles annuleren.  Daar word je toch gek van.

Emma leert over het regenwoud op school.  Een project waar alle vakken bij betrokken worden en haar klaslokaal ziet eruit als een jungle met lianen aan het plafond, potten met dode slangen op de vensterbank en dierenplaten aan alle muren.  Dus wij, didactisch betrokken als we zijn, naar Monteverde.  Dat is een natuurreservaat in de Cordillera Tilaran, de bergen aan de Golf van Nicoya.  Tot eind jaren 1940 woonde daar niemand, tot een aantal Amerikaanse Quakerfamilies zich daar vestigden op de vlucht voor de dienstplicht voor de Koreaanse oorlog.  In Costa Rica vonden de pacifisten een land zonder leger en genoeg ruimte om rustig koeien te melken en kaas te maken.  Ze leefden daar in all rust en eenvoud tot National Geographic hun paradijs ontdekte en Monteverde tot hun grote ontsteltenis een van de toeristische topattracties van  Costa Rica werd.  Ze hebben de mooiste stukken van hun land meteen uitgeroepen tot natuurreservaat, zonder te wachten op de overheid, die meestal veel te laat is om waardevolle natuur te beschermen.  Nu is Monteverde een delicate evenwichtsoefening tussen toerisme en duurzame ontwikkeling, wat tot nogtoe goed gaat, al moet de natuur de nodige toegevingen doen aan bezoekers die graag van de stilte willen genieten vanop een quad en hun eco-ervaringen willen delen in de plaatselijke discotheken.

De weg naar Monteverde is onverhard, dat is opzettelijk zo gewild door de Quakers die het bezoekers niet te gemakkelijk willen maken.  Hij voert je door kuilen en over puntige stenen langsheen watervallen en spectaculaire vergezichten.

Monteverde ligt eigenlijk niet in het regenwoud maar in het nevelwoud.  Nevelwouden komen voor vanaf 1500 meter boven zeeniveau, zijn opener dan regenwouden en krijgen een groot gedeelte van hun vocht van wolken en niet alleen van regen.  Maar beide types zijn heel goed vergelijkbaar met elkaar.

Rondom het reservaat van Monteverde ligt het Bosque de los Niños, een ondertussen 22 000 ha  groot natuurgebied dat in de jaren 1980 gesticht werd door kinderen van een Zweedse basisschool  die iets concreets wilden doen voor het behoud van de natuur.  Dankzij giften van kinderen van over de hele wereld is het nu het grootse natuurreservaat van Midden-Amerika.  Een mens vraagt zich af wanneer al die idealistische kinderen veranderen in egoïstische materialisten.

De bergen rijzen meteen op na de smalle strook vlak land langsheen de Pacific en hoewel je hemelsbreed op  minder dan 30 kilometer van 's werelds grootste oceaan bent, heerst er een echt koel bergklimaat.
(op de achtergrond de Golf van Nicoya)
Santa Elena, het dorpje dat het dichtst bij het reservaat ligt, is een merkwaardige mengeling van hostels voor rugzaktoeristen, ecolodges, fastfoodtenten, exotische restaurants, ijzerwarenwinkels en supermarkten.  Het ligt ingeklemd tussen de bergen en de zee.

In Montverde wonen heel veel dieren maar de meeste ontlopen nu de mensen, waardoor de kans dat je een groot zoogdier als de poema of de jaguar tegenkomt heel klein is.  Wij moesten ons tevreden stellen met een familie agoeti's en enkele eekhoorntjes.


Maar dat werd goedgemaakt door de vogels, zoals de blauwkapmotmot:
En onze vriend de quetzal:



Waar Emma speciaal voor gekomen was, de klokvogel:
De groene parkiet:

En natuurlijk colibri's, colibri's, colibri's:

Onwaarschijnlijk hoe goed die vogels gecamoufleerd zijn, ondanks hun schitterende kleuren: je staat op anderhalve meter van ze en toch zie je ze niet. Kleurrijk tussen kleurrijk valt niet op.

De radiostations hier zijn blijven hangen in de eighties.  Huey Lewis and the News, Duran Duran, Cheap Trick, Phil Collins.  En de Beatles, natuurlijk (er is elke dag zelfs een speciaal radioprogramma met alleen hun muziek: Los quatro grandes).  Maar nu hebben ze Gotye ontdekt.  De hele dag, op all zenders. Toch iets Belgisch, hier.
En nu gij.

dinsdag 8 mei 2012

San José, 8 mei 2012

Hollande a gagné.  Wat zou président Bling-bling, die steeds meer een karikatuur van zichzelf werd, nu gaan doen?  Blijft Carla wel bij hem, nu hij weer gewoon een klein mannetje met hoge hakken is?

Der Krieg ist vorbei!  Eindelijk ook in Costa Rica.
Toen het Costa Ricaanse parlement onlangs grote schoonmaak hield, vond men ergens onder in een la een oorlogsverklaring aan Duitsland uit 1942.  Interessant document uit de tijd dat landen nog het fatsoen hadden om eerst nog een formele brief te sturen vooraleer ze een ander de duvel gingen aandoen.
Maar hoe ze ook zochten, nergens vonden ze een document waarbij de vrede gesloten werd tussen beide landen. Ook in Duitsland vonden ze niets.  Ze waren vergeten vrede te sluiten.  In 1945 hadden de Duiters wel iets anders aan hun hoofd en in Costa Rica stond er een burgeroolrog op het punt uit te barsten.  Gewoon over het hoofd gezien.  Stom foutje.  En verdere schoonmaak leerde dat Costa Rica in 1917ook al eens de oorlog verklaard had aan Duitsland zonder dat daar ooit een eind aan gemaakt was.
Affijn, ze hebben dat alsnog goedgemaakt en ze zijn weer vriendjes.

Wisten jullie trouwens dat Ierland als enige land een officieel rouwtelegram gestuurd heeft na de zelfmoord van Hitler?  Die Ieren toch.  En nu maar zingen en dansen en whiskey drinken alsof er niets aan de hand is.

Vorige week werd het parlementaire jaar officieel geopend met een formele zitting.  Ik mocht erbij zijn.  We hadden vooraf instructies gekegen over hoe we ons moesten gedragen en kleden.  Ik dus in een begrafenispak met wit hemd en grijze das en zwarte sokken en zwarte schoenen en een schone onderbroek en gekamde haren op pad.  De hele buurt rondom het parlementsgebouw was afgezet door de politie, waardoor ik eindelijk eens rustig door het Nationaal Park kon wandelen.  Héél vreemd: je loopt door de uitgestorven stille straten terwijl even verderop zelfverklaarde indignado's rumflessen die ze eerst ter plaatse hebben leeggedronken naar de politie gooien (hoe meer flessen ze gooiden, hoe verder die hun doel misten en eentje kwam op het hoofd van een journalist terecht),homofielen staan te kirren dat ze met elkaar willen kunnen trouwen en boeren hogere prijzen voor hun bonen eisen.
We moesten bijna een uur wachten in een veel te klein en te warm zaaltje terwijl alle vorige presidenten  vanop hun uitzonderlijk slecht geschilderde staatsieportretten op ons neerkeken.  Er woedt nu een grote discussie onder kenners van het parlementaire protocol of Oscar Árias, de vorige president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede omwille van zijn inspanningen voor het beëindigen van een aantal burgeroorlogen in Latijns-Amerika, nu eigenlijk recht heeft op 2 portretten aangezien hij 2 keer staatshoofd is geweest.  En moeten de portretten van 2 presidenten uit de jaren 1990 die nu in de bak zitten wegens corruptie niet weggehaald worden?  De passies laaien hier hoog over op, het lijkt wel voetbal.
Uiteindelijk moesten we ons in een rij opstellen, met de aartsbisschop van San José voorop, gevolgd door de pauselijke nuntius, die zoals in veel katholieke landen beschouwd wordt als de belangrijkste diplopief.   Na veel trekken en duwen stond we eindelijk dan toch in de juiste protocollaire volgorde en  mochten we de Pabillón Nacional groeten, een speciale zijden Costa Ricaanse vlag  met handgeborduurd staatswapen (een bootje dat op zee dobbert met op de achtergrond een paar vulkanen) en gouden franjes langs de randen, aan een echte zilveren stok.

We schuifelden de grote zaal van het parlement in, waar de parlementsleden ons zaten op te wachten op banken die in een grote U stonden opgesteld.  De meerderheid en de oppositie zitten tegenover elkaar, op 2 speerlengten afstand zodat ze elkaar tijdens de soms levendige discussies niet naar het leven kunnen staan (zoals ze in Londen op 2 zwaardlengten zitten).  In die open ruimte moesten wij gaan zitten. We moesten voor onze stoelen blijven staan tot iedereen naar binnen was: de ombudsman, de procureur-generaal, de voorzitter van het Rekenhof, de voorzitter van de Verkiezingsrechtbank, de voorzitter van het Hooggerechtshof, de ministers, de vicepresidenten, de presidente en de Pabellón Nacional.  Pas toen een sopraan van het Nationaal Theater het volkslied had gezongen mochten we gaan zitten.
Het viel me op dat de parlementsleden van de verschillende partijen elkaar heel boos zaten aan te kijken.  Er was namelijk een scheuring ontstaan in de alliantie van de oppositiepartijen: 5 leden waren overgelopen naar de regering, waardoor die weer een meerderheid heeft in het parlement.  Gedaan met het blokkeren van het beleid door de oppositie, dus.   3 van de overlopers behoren tot een partij die als enige programmapunt het discrimineren van homo's schijnt te hebben, de andere 2 zijn extermistische protestantse predikanten, die overal zonde en het werk van de duivel zien.  (King Richard IV: If you cross me, now or ever, I shall do unto you what God did unto the Sodomites, understand?  Prince Edmund: Tell me, Brother Baldrick, what exactly did God do to the Sodomites?  Baldrick: I dunno, my lord. But it can't have been worse than what they used to do to each other). Er breken barre tijden aan voor de homo's in dit land. 
De oppositie is boos: hoe kan de presidente in 's hemelsnaam samenwerken met zulke achterlijken?  Dat diezelfde achterlijken tot de vorige dag vrolijk deel uitmaakten van de oppositiealliantie schenen ze snel vergeten te zijn.
Toen begon de presidente aan haar toespraak.  75 minuten, alstublieft!  Alsof er geen eind aan kwam.

Ik had een paar tijdschriften meegenomen om tijdens haar toespraak te lezen maar dat kwam er niet van: de parlementsleden en de pers zaten mij op de vingers te kijken.  Dus moest ik een uur lang mijn hoofd geïnteresseerd schuin houden, instemmend knikken, beleefd applaudiseren. En uur en een kwartier lang. Als dat geen prestatie is.  We hielden elkaar wakker met discrete elleboogstoten.
De oppositie was minder discreet: ze zaten te bellen, kauwgum te kauwen, luid met elkaar te babbelen, met propjes te gooien en te jouwen.
Toen de toespraak eindelijk afgelopen was, moesten we weer gaan staan en in omgekeerde volgorde naar buiten schuifelen, achter de Pabellón aan.  Toen het onze beurt was en de helft van het korps al naar buiten was, moesten we weer naar binnen: men was de ombudsman vergeten.  Toen die uiteindelijk ook vetrokken was mochten wij de presidente een handje gaan geven.  Ik heb haar gefeliciteerd met haar boeiende toespraak en zij bedankte me met tranen in de ogen.

We hebben weer een Koninginnedag mogen vieren.  Op zondag was er een Hollandse markt in een dierentuin in San José: kaas, rookworst, drop, stroopwafels, loempia's en klompendansen.  Vooral de dansers wekten de aandacht  (en de lachlust) van de Costa Ricanen en het eten vonden ze maar niets. Wel bizar, klompendansers in de tropen.

Er was ook een kleedjesmarkt, waar iedereen zijn oude rommel mocht verkopen.  Ook Emma heeft daar vanalles verkocht, samen met haar vriendje Frederik.  De zaken gingen goed: er is altijd vraag naar brol.

Woensdag was het dan officiële receptie van de Nederlandse ambassade.  Groot feest met luide muziek en patat en haring en bitterballen.  Allemaal betaald door Nederlandse bedrijven die voor een goed feest bereid zijn om diep in de buidel te tasten.  Alle andere landen boos op de Nederlanders, natuurlijk: het is onmogelijk om beter te doen.

Over Nederlanders gesproken: onlangs hebben we de eerste camper met Nederlandse nummerborden gezien.  Dat verwacht je toch niet, in Midden-Amerika.

Toen we eergisteren gingen wandelen zag Emma opeens een nachtzwaluw tussen de dode bladeren op de grond.  Die vogels liggen de hele dag stilletjes tussen de struiken, vertrouwend op hun camouflage.  En als een roofdier te dicht komt, vliegen ze opeens luid krijsend op in de hoop dat die schrikt en ze de gelegenheid hebben om ervandoor te gaan.  Ze was heel trots dat zij de vogel toch gezien had. 'n Lekker sighting, zoals men dat in Zuid-Afrika dan zegt.


Tijdens diezelfde wandeling zagen we een groot aantal bloemen die je in Europa alleen in de winkel kun kopen, hier groeien die gewoon in het wild:


















Alles is uitbundig begroeid: nooit zie je alleen maar een boom, op de bomen groeien orchideeën, wurgplanten lianen;