dinsdag 27 november 2012

San José, 27 november 2012

Het wordt winter: soms is het 's ochtends niet warmer dan 20 graden,  En de Tico's maar bibberen en maar klagen hoe muy frio het is.  Winterjassen en mutsen worden bovengehaald en iedereen loopt te snotteren en te hoesten.
Om aan al die ziektekiemen te ontsnappen, trokken wij naar de bergen, naar het  vulkaangebied in het noorden van de Cordillera Central.  Het landschap is er merkwaardig bol en heel groen.


Met bergriviertjesdie  bewaakt worden door boze vrouwtjes

De huizen zijn gebouwd om lawines en massale sneeuwval te weerstaan en zien er vreemd Zwitsers uit

Het het regenwoud deed zijn naam weer alle eer aan, waardoor er steeds een heel mysterieuze sfeer hangt in het bos, alsof het vol met vuurspuwende draken zit

De regen voedt de vele beken die door het woud lopen en de hoogteverschillen zorgen voor mooie watervallen, waarvoor wij natuurlijk weer moesten poseren:



En als extra motivatie kreeg Casper zijn eerste pepernoot van het jaar, die hem speciaal door een gluurpiet was bezorg.  Hij was er héél blij mee:

Het is de gewoonte dat mensen die in het gebied verblijven hun steentje bijdragen aan de stijd tegen de klimaatsopwarming door een boom te planten.  Dat deden wij dus ook.  En om ervoor te zorgen dat wij onze boom later zullen kunnen terugvinden, maakte men er een mooi kaartje aan vast (goed voor het milieu, hoor, dat plastic).


De kinderen leerden hoe ze een bidsprinkhaan van gras moesten maken, waar de ene duidelijk meer door geboeid was dan de ander.


Afgelopen weekend was het Thanksgiving en hadden de kinderen lekker lang vrij.  Wij maakten daar gebruik van om naar de Rincón de la Vieja te gaan, een vulkaan in de Cordillera de Guanacaste, tegen de grens met Nicaragua.

Het gebied is vrij ontoegankelijk, zodat het er héél rustig is.  Maar wel ontzettend winderig: elke nacht hadden we het gevoel alsof ons huisje zou weggeblazen worden.

Ons huisje stond tegen de flank van de vulkaan gebouwd en bood een waarlijk spectaculair uitzicht op de heuvels en de daarchter liggende vlakte die helemaal tot aan de Pacific loopt. 


Het landschap is heel gevarieerd.  Het bos is sprookjesachtig met watervalletjes en bomen die de meest waanzinnige vormen hebben aangenomen.


Buiten het bos waan je je dan weer in de Afrikaanse savanne


En overal kraters waaruit de zwaveldamp opstijgt en waar je de aarde hoort borrelen en koken.  Heel gezond, schijnt het, maar ook wel erg stinkend

We hadden geluk: we zagen eindelijk de zwarthandslingeraap, de enige Costa Ricaanse apensoort die we nog niet gezien hadden

En de boomeekhoorn, altijd een plezier

Op de terugweg bleek dat er één van de slingerapen zich verstopt had in de auto; we hebben hem dan maar meegenomen, hij was wel lief.

Nu klopt ons hart vol verwachting.  En het uwe?

dinsdag 6 november 2012

San José, 5 november 2012

November en het zonnetje schijnt.  We lijken het ergste van het regenseizoen gehad te hebben.  Eigenlijk is dat slecht nieuws voor Costa Rica: het zou nog een maand langer moeten regenen om alle waterreservoirs te vullen en de koffieoogst te laten lukken.  De klimaatsverandering speelt Midden-Amerika al flink parten: overstromingen aan de Pacific, droogte aan de Atlantische kant. 
En daarbij de gebruikelijke aardbevingen.  Het blijft hier maar rommelen maar daar maken we ons geen zorgen over, we zijn intussen wel wat gewend.  Vorige week nog eentje van 4,3 en een dikkere van ruim 6 maar niemand die ervan opkeek. Zo gaat dat hier.

Hali-hali-halloween! Gruwen en griezelen.  Op de school van de kinderen liep weer allemaal verkleed volk.  Van de ridders en heksen weet je wel dat ze in vermomming zijn maar bij die Che Guevara's en straatmadelieven weet je het niet, sommigen dragen hun gewone kloffie..

Ik wilde eerst met borstelsnorretje en bles gaan maar koos uiteindelijk toch maar voor de Napoleon III-look:

Afgelopen weekend gingen we naar een lodge in de omgeving van Dominical, een surfparadijs aan de Pacific.  Vroeger waren daar rijstvelden en bananen- en watermeloenplantages maar een aantal natuurlievende Amerikanen probeert het gebied in zijn oorspronkelijke staat te herstellen en de biologische corridor die van noord naar zuid doorheen het hele Amerikaanse continent loopt te herstellen.
We waren zo goed als alleen.  Maar om te bewijzen dat de wereld maar klein is, waren de enige andere gasten mensen die we kennen vanuit San José. 

We maakten een wandeling doorheen het mangrovebos langsheen de zee. Tussen bomen met metershoge bovengrondse wortels.

We zagen briluilen

Swainsonstoekans

Een schuitbekreigerkuiken (wat een woord!), verscholen in het riet

En zijn moeder, die alles zag

Ibissen

En, geniepig verstopt, een breedvleugelbuizerd


Niet slecht, voor één wandeling.

's Middags gingen de kinderen en ik op zwier door het oerwoud.  Tussen de boomtoppen zijn er kabels gespannen waaraan je op tientallen meters hoogte van boom naar boom glijdt.  De vlucht van de toekan, werd ons parcours een beetje grootsprakerig genoemd.  Maar lachen, hoor!

Zelfs aan zo'n kabel bleef Casper babbelen.

Emma bleef overal heel cool onder, alsof ze dat elke dag doet.

Maar achteraf waren ze uitgeteld, vliegen kost toch meer energie dan je denkt.

Aan de kust zorgde de nevel voor een spookachtig effect, alsof de Vliegende Hollander elk moment kon opduiken.

Maar gelukkig ging ook nu de zon weer braaf onder.

En zo ploeteren wij hier maar verder.  Moge het u beter vergaan.

zaterdag 20 oktober 2012

San Jose, 20 oktober 2012

Gemeenteraadsverkiezingen geweest in ons rare landje.  Krokodillentranen en hysterische vrolijkheid.  Ik fluit in ieder geval de Vlaamse leeuw volgende keer als ik in Sint-Niklaas kom.
Ik mag onze Franstalige pers gaarne lezen en wat ik daar allemaal lees over de Vlamingen verbaast me toch elke keer: ik was me er nooit zo van bewust wat een racist en fascist ik al die tijd al ben geweest. Ik schaam me daar nu diep voor.

Onze tweede nationale feestdag alweer, hier.
Met de zakdoekzwaaiende jongens

en meisjes met wuivende rokken:


En natuurlijk weer de toespraken en de Viva's en tien versies van de Bandera hermosa die allemaal door iedereen vrolijk meegezongen werden, compleet met tempowisselingen en alternatieve eindes.

Ondanks de regen zijn we sinds iedereen terug is toch weer op uitstap gegaan.  Een paar keer naar de Pacific, waar het leven hard is:


Het ongedierte de bomen bezet:

En overmoedige zwemmers een vreselijk lot wacht:

Vorige week gingen we naar Tortugero, aan de Caribean.  Zoals de naam al aangeeft, komen daar veel zeeschildpadden eieren leggen op het strand.  De grote schildpadden worden bedreigd dus liggen er langsheen de kust een aantal natuurparken waar ze ongestoord hun gang kunnen gaan.
Om in Tortugero te komen moet je met de boot. Het gebied is namelijk een verzameling natuurlijke lagunes die door kanalen met elkaar verbonden zijn.  De anderhalf uur durende boottocht alleen al maakt de reis de moeite waard.  Je vaart in een klein wankel vaartuigje door het regenwoud terwijl overal reusachtige krokodillen liggen te hopen dat er een passagier overboord valt of toch tenminste zijn hand in het water wil steken.  Je ziet opvallend veel mensen met maar 1 hand in Tortugero.


Het dorpje ligt op een landtong tussen de zee en de lagune en is grotendeels in het water gebouwd, als een soort voddig Venetië in de tropen.


De  B&B waar we verbleven is eigendom van een man die in de reisgids omschreven werd als een 'naturalist'.  Ik verwachtte het ergste en inderdaad: toen we hem voor het eerst zagen droeg hij alleen maar een onderbroek.  Maar tijdens de rest van ons verblijf gedroeg hij zich toch netjes, gelukkig.

Tortugero is veel relaxter er dan de dorpen aan de Pacific (denk aan rastamannen en dope) en doordat er geen auto's kunnen komen heerst er een diepe rust tussen de kleurrijke huisjes.

Het zwarte strand nodigt meteen uit tot enig vrolijk gedans.

De zonsondergang boven de lagunes is indrukwekkend, het is alsof de hemel brandt.

's Avonds gingen ze op zoek naar schildpadden.  We hadden geluk: we zagen een schildpad die eieren legde, een kleintje dat pas uit het ei kwam en naar het water liep en tenslotte een grote die, nadat ze haar eieren verstopt had, terugging naar de oceaan en in de golven verdween.  Vooral dat laatste is onverwachts ontroerend, de circle of life wordt voelbaar.

Het park zelf kun je alleen maar bezoeken met een bootje.


 Onderweg word je aangestaard door apen.

Liggen er rivierschildpadden te zonnen.

Houden leguanen en basilisken je in de gaten.



En verorberen kaaimannen hun smakelijke  prooi.

Kortom: het was paradijselijk.

En op de terugweg hing er een luiaard aan de telefoonlijn.  Dat was ook wel wat onverwacht.


En het was ook alweer United Nationas Day op school.  Casper droeg de Belgische vlag.

Emma hield - in traditioneel kostuum - de Nederlandse eer hoog.
En zo hielden wij de kerk in het midden.

Zo is er elke dag wel iets.  Vorige maand nog een ferme aardbeving: 7,6 Richters, wat niet min is.  Specialisten weten niet of dit the big one is die al jaren verwacht werd.  Het was in ieder geval flink schrikken maar gelukkig zijn de gebouwen hier zo ontworpen dat ze niet instorten als de aarde beeft en bleef de schade beperkt. Nu is het wachten op 21december, dan vergaat de wereld.  De maya's woonden hier in de buurt dus hebben we wel het een en ander te vrezen.

En nu is het aan u, ik ga genieten van mijn oude dag.

donderdag 26 juli 2012

San José, 25 juli 2012

Juli is de maand van de nationale feestdagen.  De 4de was ik uitegenodigd bij de Amerikanen.  In aanwezigheid van een echte astronaut en van de Costa Ricaanse presidente.
Voor de rest: een countrygroepje dat zo luid speelde dat  de conversaties zich beperkten tot een beetje dwaas lachen en stom knikken.  Het lachen werd groen toen bleek dat er alleen maar cola en kiddiebul te drinken was.  Het is toch een beetje dwaas proosten met kinderchampagne met aardbeiensmaak.  Er vielen ook alleen microscopisch kleine hamburgertjes te eten.  Na een halfuurtje was zo goed als iedereen vertrokken en bleven astronaut, presidente en ambassadeure beteuterd achter met veel cola en hamburgertjes.
De 14de was het bij de Fransen te doen.  Uitgebreide barbecue met echte Franse wijnen en een bejaardenkoor dat een soort Les Misérables-versie van de Marseillese zong, waarbij ze de hoge noten nét niet haalden.  De stemming zat er goed in.  Tot de Franse ambassadeur het woord nam en vanop het podium zijn dertig jaar jongere vriendin ten huwelijk vroeg.  Iedereen klapte opgetogen.  Zij weigerde echter zonder aarzelen en siste hem toe dat hij getikt was.  De rest van het feest verliep in mineur.
Toen was het de beurt aan de Venezolanen.  Ze begonnen met een bloemenlegging bij het Nationale Monument, met fanfare en erewacht van de politie.  Eerst de Costa Ricaanse volkslied, dat door iedereen werd meegezongen.  Van het Venezolaanse volkslied dat volgden, blijken er meerdere versie te bestaan, die zowel qua melodie als qua tekst van elkaar verschillen.  Er was niet goed afgesproken welke versie er precies gezongen zou worden en alles eindigde in  chaos en boosheid.  Toen werden neergelegde krans, muzikanten en instrumenten in een busje geladen en werd precies dezelfde ceremonie opgevoerd in een ander park iets verderop.  Iedereen was hierover heel verbaasd.
Vorige vrijdag hadden de Colombianen een groep dansers en muzikanten uitgenodigd voor hun carnaval.  Samba met Afrikaans getrommel en pluimen en glitterjurken.  De sfeer kwam er pas echt goed in toen de vrouw van de Colombianen de nuntius geheel onverwachts bij zijn soutane greep en hem dwong tot een soort lamabada. Hij was zo verbouwereerd dat hij zelfs schutterig mee deed.  Ambiance!

Ik heb met een andere eenzame man de vulkaan Irazú beklommen.  Bij zonsopgang gingen we op weg, op zoek naar het unieke maanlandschap van de vulkaan.  Het viel tegen, we zagen niets:
Toen de mist wegblies konden we de krater heel kort en heel vaag zien liggen:
Daar waren we dus voor dag en dauw voor opgestaan.  Typisch.

De volgende week wandelden we samen door de bergen achter ons dorp.  Ongelooflijk hoe landelijk het aan de andere kant is, op een uurtje lopen van ons huis:

En zondag ging ik raften op de río Pacuara met een paar vrienden.  Het sinds mijn laatste partijtje kurkminton met Casper geleden dat ik nog zoveel plezier gehad heb.  Pure leut!
Nog een dikke week en ze komen terug.  Eindelijk!

dinsdag 3 juli 2012

San José, 2 juli 2012


Alles doet me zeer, zelfs mijn tenen.  Een heel plezierig weekend gehad met een groep kendoka uit Panama en hun professionele Japanse sensei.  Het was wel typisch Latijns ritme: iedereen stond constant te babbelen, als ze geen zin meer hadden stopten ze de oefeningen waar ze mee bezig waren, als ze dorst hadden gingen ze rustig een pipa friaatje drinken  en als ze moe waren gingen ze zich verstoppen zodat je ze luid protesterend terug de dojo in moest sleuren. 
En dan een toernooi waarbij ze blijkbaar hadden afgesproken dat ze elkaar geen pijn zouden doen, de wedstrijden duurden dus eindeloos.
Maar de sfeer zat er in en we gaan dit zeker snel nog eens doen.  Merkwaardig: iedereen had partner en kinderen bij, die urenlang op stoeltjes zaten te wachten tot alles voorbij was en dat terwijl ze zich toch maar op 100 meter van de Hemel bevonden: een McDonalds's.

Het gat in de stoep voor ons huis zit er nog steeds.  En nu zijn de machines en de werklui vertrokken en ziet het er niet naar uit dat het snel gemaakt zal worden.  De stratenmakers zijn nu dringend ergens anders nodig: opeens was er een krater in de snelweg tussen San josé en de luchthaven, alsof een meteoriet was ingeslagen.  De hele weg over een lengte van 20 meter verdwenen, in beide richtingen.  En niemand weet hoe dat monstergat er precies gekomen is.  En niemand weet hoe ze het gaan herstellen.  Omdat er hier niet zo heel veel wegen zijn in dit land moet iedereen die van en naar de luchthaven wil een grote bocht maken naar de kust om dan weer het binnenland in te rijden, een omweg van zeker 3 uur.
Dan heb ik meer geluk: nog dezelfde avond dat ze het gat hadden gegraven, hebben de wegenwerkers een bruggetje gemaakt voor onze oprit zodat ik toch binnen en buiten kan, als enige in ons blok.  Dat heb ik te danken aan de goodwill van de peones, die ik elke morgen een thermos koffie bracht en elke middag bier, dat ze stiekem gingen opdrinken achter hun wals.  Mijn buren waren niet zo vooruitziend en moeten dat nu uitzweten, de gierige pinnen.

Zaterdagavond was er een stratenloop in ons dorp.  De 700 meter van Escazú of zoiets, met halverwege een stop voor koffie.  Het was weer op z’n tico’s: de straten waren niet afgesloten en dus moesten de deelnemers in het pikkedonker in de berm, die door de regen een enkeldiepe modderbrij is geworden, in de uitlaatgassen de berg op sukkelen.  Ondertussen probeerden dolle chauffeurs die woedend waren dat er voetgangers op de openbare weg waren, hen omver te rijden.  Soms lukte hen dat maar meestal niet: de meerderheid van de lopers bereikte ongeschonden het eindpunt. 

Arbeid is hier spotgoedkoop en dat merk je ook.  Als je een winkel binnengaat wordt je meteen aangesproken door een verkoper die wil weten of je iets nodig hebt, een vraag hebt of een mandje wil.  Vervolgens blijven ze achter je aan lopen om je af en toe, zonder directe aanleiding, te vragen of er echt niets is dat ze voor je kunnen doen.
Bij de kassa staan mannetjes klaar om je boodschappen tegen een kleine vergoeding in te pakken en mee te dragen naar je auto.  Ze kijken vaak beteuterd als ze merken dat ik mijn aankopen liever zelf in mijn rugzak stop en lopend naar de winkel ben gekomen, broodrover die ik ben.
Ben je wel met de auto, dan kun je die overal laten bewaken door mannetjes met een knuppel en een pet met SECURITY of ARMY op. 
In de winkels heb je mensen die de hele dag niets anders moeten doen dan pakken koffie en rijst en suiker weer mooi glad strijken en weer op mooie stapeltjes leggen. 
Producenten van toiletartikelen sturen mensen naar de supermarkten die je moeten overhalen hun merken te kopen en niet die van de concurrentie.  Zo’n massa verveeld kauwende aanprijsjuffrouwen schrikt echter eerder af dan dat het doet kopen: als je een tube tandpasta neemt, wordt je meteen omringd door vertegenwoordigsters van de andere merken die willen dat je van je voorgenomen aankoop afziet, terwijl het meisje van het merk dat je gekozen hebt probeert haar concurrentes weg te jagen.  Soms worden er zelfs klappen uitgedeeld, wat alleen amusant is als het niet om jou is dat ze vechten.
 Zelfs het kleinste winkeltje heeft een bewaker, die met getrokken pistool (holsters zijn te duur) of met de riot gun dieven op een afstand moet houden.  Ik voel me daar niet echt veiliger door, zeker niet als ik ze na hun werk gewapend en wel naar de kroeg zie trekken.  Er zouden in Costa Rica trouwens 600 000 vuurwapens zijn, toch veel voor een land dat zo trots is op zijn vredelievendheid.

Boven Escazú beginnen de bergen.  De hoogste berg heet de de Pico Blanco en op de top ervan staat een groot kruis. Ik had mijn ‘because it’s there’-moment en besloot daarnaartoe te wandelen.

Hoe hoger je de helling op klimt, hoe kleiner de huizen worden, hoe donkerder de gezichten, hoe luider de hiphopmuziek, hoe schimmiger de autowerkplaatsen.  Gelukkig loop ik er altijd heel sjofel bij zodat niemand veel aandacht aan mij besteedde; Alajuelita is een gevaarlijke buurt.
De begroeiing verandert ook: de tropische planten maken plaats voor naaldbomen. 
En dan plotseling waan je je in Toscane: het ene palazzo naast het andere, compleet met paardenstallen en binnenzwembaden en gastenverblijven.  Daar wonen de echte rijken, hoog boven de Centrale Vallei.
Daar voorbij begint de echte beklimming: paden die zo steil zijn dat je achterover valt als je je opricht, vol met scherpe keien en diepe afgronden.  De lucht is er ijl en de zon heet.  Langs de kant van de weg liggen verbleekte botten en achtergelaten rugzakken. Gieren cirkelen likkebaardend laag boven je hoofd. Maar uiteindelijk bereikte ik de top: verbrand, uitgedroogd, geschaafd maar trots.  De koning van de wereld!  De Hillary van de Cerro de Escazú.
Shit: verkeerd.  Ik had me ergens vergist en het verkeerde pad genomen, waardoor ik op de berg naast die met het kruis stond.  Maar niet getreurd: het uitzicht is hetzelfde.  Aan de ene kant zie je de hele Centrale Vallei met zijn miljoen inwoners en als je je omdraait lijkt het alsof je in de Andes bent met bergpieken en meren; je zou niet eens verbaasd zijn als er een lama voorbijkwam of er panfluiten begonnen te spelen.
Mooi.

Tenslotte, een beeld van de stress waar ik als grote baas van de boel nu aan lijd:
(Mijn Zwitserse collega naast mij ziet ook zwaar af, de derde aan tafel plant een drugsdeal)

En denk maar eens goed na over de wijze woorden van de grote Terry Pratchett: “The presence of those seeking the truth is infinitely to be preferred to the presence of those who think they’ve found it”.  Dat geldt dus ook voor u.


Wie leest dit eigenlijk vanuit Rusland?  En vanuit de VS?