De eerste dag van de zomer. Het is al goed begonnen. Al enkele weken leggen ze nieuwe rioleringen en stoepen aan in onze straat. Veel stof en lawaai. Gisteren begonnen ze aan ons stuk. Vanmorgen hoorde ik ze hun machines opstarten en meteen was het raak: elektriciteitskabel geraakt en de hele buurt zonder stroom. De garagepoort kon ik nog met veel moeite met de hand open krijgen maar het Versailleshek bewoog niet. Ik dus door een zijdeurtje naar buiten en met de bus naar kantoor.
De bussen zijn hier trouwens prachtig: vol notenhout en chromé en lichtjes en slingers en plaatjes van heiligen. Maar de chauffeurs rijden als waanzinnigen en hun voertuigen braken tonnen vieze zwarte rook uit, en dat in het milieuvriendelijke Costa Rica.
In Rio hebben de Europese landen de anderen op de vingers hebben getikt omdat ze niet genoeg aandacht besteden aan het milieu: hoe schijnheilig kun je nu eigenlijk zijn?
Toen ik vanavond thuiskwam waren de werklui nog druk bezig: ze hadden een gat geslagen in de waterleiding en de hele straat stond blank. Geen probleem: het zou zo gemaakt worden. Ondertussen is er een peilloos diep gat van zeker 3 meter breed voor ons huis verschenen. Pas maandag zal het gevuld worden, zeggen ze mij. Tenzij ik een polsstok vind, zit ik hier dus 3 dagen opgesloten. Zonder water. Maar gelukkig heb ik vanmiddag een watermeloen gekocht, daar houd ik het wel mee vol.
Vorige week heb ik mijn collega Axel en zijn vrouw naar het vliegveld gebracht voor hun definitieve vertrek. Ze waren heel emotioneel en ook de medewerkers op kantoor stonden allemaal te snotteren. Er wordt sindsdien een stuk minder gevloekt en gescholden op het werk maar ook een stuk minder gelachen.
Ten afscheid hebben zijn hond en kat zich nog eens flink ontlast in mijn auto, wat ik toch niet zo heel goed kon waarderen.
Een paar dagen later bracht ik ook Carola en de kinderen naar het vliegveld. Ook emotioneel, al hebben zij zich niet in de auto ontlast. Bijna 7 weken blijven ze weg, wat nu toch een stuk langer lijkt dan toen we de tickets kochten. Ze waren een beetje overdonderd door het warme welkom van iedereen thuis maar het doet hun veel plezier.
Nu het regenseizoen is aangebroken is het moeilijk reizen in het land. Ik beperk me dus tot de omgeving van ons huis. Vorige week was er weer een ossenkarrenstoet, met enorme beesten:
Maar er waren ook kleine ossenwagentjes bij:
En ook cowboys:
En Sancho Panza:
In de tuin woont de grote kiskadee:
De Montezuma oropendola:
De bisschopstangare:
De roodstaartkolibrie:
De witvleugelduif:
Een vreemde spin:
En tenslotte, het woeste beest:
Ik hoop dat u nu nog kunt slapen.
vrijdag 22 juni 2012
donderdag 7 juni 2012
San José, 7 juni 2012
Alle Europese ambassades in Costa Rica nemen deel aan het Festival van de Europese film. Ook wij. Met 'Pauline en Paulette', de keuze aan films met Spaanse ondertitels is immers niet zo groot. Tegen alle verwachtingen in zat de zaal zo goed als vol. En het publiek kon de film waarderen: er werd op het juiste moment gelachen en gesnotterd.
Het is altijd afwachten met zo'n Belgische film: steeds een eindeloze stroom miserabilisme, lelijkheid, uitzichtsloosheid en absurditeit. Soms grappig maar meestal - zeker als hij zich afspeelt in Wallonië - niet. Wat moeten die buitenlanders nu denken van ons: dat we allemaal sloebers zijn die in Seraing of Middelkerke wonen? Een eindeloos 'Deliverance'? Waarom altijd die lelijkheid?
De praktische organisatie van het festival was in handen van de Duitsers. Die hadden echter geen geld voor de openingsreceptie (ze moeten de Euro redden!), dus vroegen ze of we allemaal 2 kartons wijn wilden bijdragen. Op de avond zelf stond ik daar met mijn goede wijn (zo'n Filmfestival mag immers wat kosten), die prompt door een ober de keuken in gedragen werden. De rest van de avond schonk men Liebfraumilch, uit echte blauwe flessen. Ik voelde me geen klein beetje belazerd. Mijn Duitse collega drinkt nu elke avond thuis mijn wijn. Ik wens hem gruwelijke katers toe.
Vorige week zijn we naar Puerto Viejo de Sarapiquí gegaan om eens een ander regenwoud te bezoeken. De streek was vroeger eigendom van enkele grote Amerikaanse fruittelers en nog steeds komen de meeste Costa Ricaanse ananassen daar vandaan. Na de uittocht United Fruit en de anderen, werd de streek herbebost en een paradijs voor ecotoeristen. Dat zijn mensen die veel geld willen betalen om tussen het ongedierte te slapen.
Milieubehoud wordt in dit land grotendeels over gelaten aan de privésector, de bewering van de regering dat 25% van het oppervlak nationaal park is slaat echt nergens op. Maar die privésector doet wel goede dingen: het gaat meestal om mensen die een stuk grond kopen en daarop proberen de oorspronkelijke begroeiing te herstellen.
Je vindt daar niet veel grote dieren dus beleefden we veel plezier aan het kleinere spul. Zoals de aarbeikikker die om zijn opvallende achterpoten de spijkerbroekkikker genoemd wordt:
Zijn neefje de gouden pijlgifkikker (die eigenlijk groen en zwart is):
Tijdens een nachtelijke wandeltocht door de regen zagen we roodoogmakikikker, één van Costa Rica's bekendste dieren:
Je trapt bijna op de padden die de kleur van de modder hebben:
Net zoals de gifslangen, die geniepig liggen wachten tot een argeloze wandelaar op hen trapt:
Neushoornkevers zo groot als ratten:
Reusachtige wandelende takken:
Sprinkhanen met motorpakken aan:
In het regenwoud groeit ook de cashapona, of wandelende palm, waarvan de stam staat op pootjes staat. Volgens de gidsen gebruikt de palm die pootjes om zich heel langzaam te verplaatsen, een halve meter per jaar, om een beter plaatsje in de zon te vinden. Volgens plantkundigen is dat onzin: bomen lopen niet. Maar het is een mooi verhaal.
We hebben ook een chocoladetour gemaakt. Veel interessanter dan het klint: samen met een gids maak je eerst een lange wandeltocht door het bos, terwijl hij vanalles uitlegt. dat was toch de bedoeling maar Emma liep zo te kletsen en vanalles aan te wijzen dat de arme man er geen speld tussen kreeg. Uiteindelijk kwamen we bij een gebouwtje waar ons de geschiedenis van de chocolade werd verteld en hoe die vanuit het Amazonewoud tot bij de Maya's is geraakt. Nu moeten we dus naar Guatemala, om daar de Mayatempels, waar ze zich flink te buiten gingen aan mensenoffers en xocoatl zelf te gaan bekijken.
Vervolgens gingen we zelf chocolade maken. Eerst moesten de vruchten geopend worden, wat snel en professioneel gedaan door Emma.
De bonen moeten vervolgens gisten en dat gistingsproces wordt op gang gebracht door eens goed op die bonen te sabbelen en ze vervolgens weer uit te spuwen. De bacteriën in het speeksel brengen het gistingsproces op gang. Meestal is dat sabbelen het werk van de bejaarden in het dorp, zij hebben geen tanden meer en kunnen de bonen dus niet per ongeluk kapotbijten en met een beetje geluk kwijlen ze ook overvloedig, wat het eindproduct alleen maar beter maakt. 't Is maar dat je het weet als je de volgende keer weer die lekker chocolade uit Guatemala koopt in de Wereldwinkel.
Gelukkig komt de meeste chocolade uit Afrika. Daar sabbelen ze niet op de bonen: daar gaan ze er eens goed op staan met hun laarzen waarmee ze eerst door de mest hebben gelopen, ook daardoor gaan de bonen goed gisten.
Daarna worden de bonen gedroogd, geroosterd en gemalen. Hiervoor gebruikte men in ons geval een stenen vijzel die 1000 jaar geleden door de Maya's werd gemaakt.
Dan wordt er water toegevoegd en het drankje wordt op smaak gebracht met chilipoeder en vanille. Niet meteen een hoogstaande culinaire ervaring maar je hebt wel het gevoel eventjes Montezuma te zijn.
De man van een collega heeft een Mitsubishi Pajero ingevoerd vanuit Europa. Hier heten die Montero want toen de Japanners het Spaansklinkende 'Pajero' uitvonden durfde niemand hun te vertellen dat dat 'zelfbevlekker' betekent, om het maar even netjes te zeggen. Dat staat nu wel in grote letters op zijn auto. Hij troost zich maar met de gedachte dat niemand het in zijn hoofd zal halen om zijn auto te stelen. Waarmee nogmaals bewezen wordt dat elk nadeel z'n voordeel heb.
Casper had zang- en dansfeest. Oceans of Fun. De rolverdeling wordt er hier al heel jong ingelepeld: de meisjes moesten in strooien rokjes zo zwoel mogelijk met hun heupen wiegen, de jongens waren stoere windsurfers:
Over 10 dagen vertrekken vrouw en kinderen naar Europa. Ze kijken er naar uit. En ze zijn eraan toe: toen we een tijdje geleden naar die spectaculaire openinssène van Hugo zaten te kijken, met de camera die over de daken van Parijs en zweeft en vervolgens door dat grote station en over de perrons en tussen de locomotieven, vond Emma dat dat een "mooi winkelcentrum" was. Als je kinderen niet eens meer weten wat een station is, moeten ze naar Europa.
Als ze maar terugkomen.
Het is altijd afwachten met zo'n Belgische film: steeds een eindeloze stroom miserabilisme, lelijkheid, uitzichtsloosheid en absurditeit. Soms grappig maar meestal - zeker als hij zich afspeelt in Wallonië - niet. Wat moeten die buitenlanders nu denken van ons: dat we allemaal sloebers zijn die in Seraing of Middelkerke wonen? Een eindeloos 'Deliverance'? Waarom altijd die lelijkheid?
De praktische organisatie van het festival was in handen van de Duitsers. Die hadden echter geen geld voor de openingsreceptie (ze moeten de Euro redden!), dus vroegen ze of we allemaal 2 kartons wijn wilden bijdragen. Op de avond zelf stond ik daar met mijn goede wijn (zo'n Filmfestival mag immers wat kosten), die prompt door een ober de keuken in gedragen werden. De rest van de avond schonk men Liebfraumilch, uit echte blauwe flessen. Ik voelde me geen klein beetje belazerd. Mijn Duitse collega drinkt nu elke avond thuis mijn wijn. Ik wens hem gruwelijke katers toe.
Vorige week zijn we naar Puerto Viejo de Sarapiquí gegaan om eens een ander regenwoud te bezoeken. De streek was vroeger eigendom van enkele grote Amerikaanse fruittelers en nog steeds komen de meeste Costa Ricaanse ananassen daar vandaan. Na de uittocht United Fruit en de anderen, werd de streek herbebost en een paradijs voor ecotoeristen. Dat zijn mensen die veel geld willen betalen om tussen het ongedierte te slapen.
Milieubehoud wordt in dit land grotendeels over gelaten aan de privésector, de bewering van de regering dat 25% van het oppervlak nationaal park is slaat echt nergens op. Maar die privésector doet wel goede dingen: het gaat meestal om mensen die een stuk grond kopen en daarop proberen de oorspronkelijke begroeiing te herstellen.
Je vindt daar niet veel grote dieren dus beleefden we veel plezier aan het kleinere spul. Zoals de aarbeikikker die om zijn opvallende achterpoten de spijkerbroekkikker genoemd wordt:
Zijn neefje de gouden pijlgifkikker (die eigenlijk groen en zwart is):
Tijdens een nachtelijke wandeltocht door de regen zagen we roodoogmakikikker, één van Costa Rica's bekendste dieren:
Je trapt bijna op de padden die de kleur van de modder hebben:
Net zoals de gifslangen, die geniepig liggen wachten tot een argeloze wandelaar op hen trapt:
Neushoornkevers zo groot als ratten:
Reusachtige wandelende takken:
Sprinkhanen met motorpakken aan:
In het regenwoud groeit ook de cashapona, of wandelende palm, waarvan de stam staat op pootjes staat. Volgens de gidsen gebruikt de palm die pootjes om zich heel langzaam te verplaatsen, een halve meter per jaar, om een beter plaatsje in de zon te vinden. Volgens plantkundigen is dat onzin: bomen lopen niet. Maar het is een mooi verhaal.
We hebben ook een chocoladetour gemaakt. Veel interessanter dan het klint: samen met een gids maak je eerst een lange wandeltocht door het bos, terwijl hij vanalles uitlegt. dat was toch de bedoeling maar Emma liep zo te kletsen en vanalles aan te wijzen dat de arme man er geen speld tussen kreeg. Uiteindelijk kwamen we bij een gebouwtje waar ons de geschiedenis van de chocolade werd verteld en hoe die vanuit het Amazonewoud tot bij de Maya's is geraakt. Nu moeten we dus naar Guatemala, om daar de Mayatempels, waar ze zich flink te buiten gingen aan mensenoffers en xocoatl zelf te gaan bekijken.
Vervolgens gingen we zelf chocolade maken. Eerst moesten de vruchten geopend worden, wat snel en professioneel gedaan door Emma.
De bonen moeten vervolgens gisten en dat gistingsproces wordt op gang gebracht door eens goed op die bonen te sabbelen en ze vervolgens weer uit te spuwen. De bacteriën in het speeksel brengen het gistingsproces op gang. Meestal is dat sabbelen het werk van de bejaarden in het dorp, zij hebben geen tanden meer en kunnen de bonen dus niet per ongeluk kapotbijten en met een beetje geluk kwijlen ze ook overvloedig, wat het eindproduct alleen maar beter maakt. 't Is maar dat je het weet als je de volgende keer weer die lekker chocolade uit Guatemala koopt in de Wereldwinkel.
Gelukkig komt de meeste chocolade uit Afrika. Daar sabbelen ze niet op de bonen: daar gaan ze er eens goed op staan met hun laarzen waarmee ze eerst door de mest hebben gelopen, ook daardoor gaan de bonen goed gisten.
Daarna worden de bonen gedroogd, geroosterd en gemalen. Hiervoor gebruikte men in ons geval een stenen vijzel die 1000 jaar geleden door de Maya's werd gemaakt.
Dan wordt er water toegevoegd en het drankje wordt op smaak gebracht met chilipoeder en vanille. Niet meteen een hoogstaande culinaire ervaring maar je hebt wel het gevoel eventjes Montezuma te zijn.
De man van een collega heeft een Mitsubishi Pajero ingevoerd vanuit Europa. Hier heten die Montero want toen de Japanners het Spaansklinkende 'Pajero' uitvonden durfde niemand hun te vertellen dat dat 'zelfbevlekker' betekent, om het maar even netjes te zeggen. Dat staat nu wel in grote letters op zijn auto. Hij troost zich maar met de gedachte dat niemand het in zijn hoofd zal halen om zijn auto te stelen. Waarmee nogmaals bewezen wordt dat elk nadeel z'n voordeel heb.
Casper had zang- en dansfeest. Oceans of Fun. De rolverdeling wordt er hier al heel jong ingelepeld: de meisjes moesten in strooien rokjes zo zwoel mogelijk met hun heupen wiegen, de jongens waren stoere windsurfers:
Over 10 dagen vertrekken vrouw en kinderen naar Europa. Ze kijken er naar uit. En ze zijn eraan toe: toen we een tijdje geleden naar die spectaculaire openinssène van Hugo zaten te kijken, met de camera die over de daken van Parijs en zweeft en vervolgens door dat grote station en over de perrons en tussen de locomotieven, vond Emma dat dat een "mooi winkelcentrum" was. Als je kinderen niet eens meer weten wat een station is, moeten ze naar Europa.
Als ze maar terugkomen.
maandag 21 mei 2012
San José, 21 mei 2012
We hadden een Speciale Vertegenwoordiger van de regering op bezoek. Hij zou heel Midden-Amerika aandoen en we hadden een mooi programma opgesteld met ontmoetingen met ministers en ondernemers en andere belangrijke lui. Met werkontbijten en -lunches, diners en recepties. Weken werk aan gehad. 2 dagen na aankomst lag hij al in het ziekenhuis, moest hij gerepatrieerd worden en konden we alles annuleren. Daar word je toch gek van.
Emma leert over het regenwoud op school. Een project waar alle vakken bij betrokken worden en haar klaslokaal ziet eruit als een jungle met lianen aan het plafond, potten met dode slangen op de vensterbank en dierenplaten aan alle muren. Dus wij, didactisch betrokken als we zijn, naar Monteverde. Dat is een natuurreservaat in de Cordillera Tilaran, de bergen aan de Golf van Nicoya. Tot eind jaren 1940 woonde daar niemand, tot een aantal Amerikaanse Quakerfamilies zich daar vestigden op de vlucht voor de dienstplicht voor de Koreaanse oorlog. In Costa Rica vonden de pacifisten een land zonder leger en genoeg ruimte om rustig koeien te melken en kaas te maken. Ze leefden daar in all rust en eenvoud tot National Geographic hun paradijs ontdekte en Monteverde tot hun grote ontsteltenis een van de toeristische topattracties van Costa Rica werd. Ze hebben de mooiste stukken van hun land meteen uitgeroepen tot natuurreservaat, zonder te wachten op de overheid, die meestal veel te laat is om waardevolle natuur te beschermen. Nu is Monteverde een delicate evenwichtsoefening tussen toerisme en duurzame ontwikkeling, wat tot nogtoe goed gaat, al moet de natuur de nodige toegevingen doen aan bezoekers die graag van de stilte willen genieten vanop een quad en hun eco-ervaringen willen delen in de plaatselijke discotheken.
De weg naar Monteverde is onverhard, dat is opzettelijk zo gewild door de Quakers die het bezoekers niet te gemakkelijk willen maken. Hij voert je door kuilen en over puntige stenen langsheen watervallen en spectaculaire vergezichten.
Monteverde ligt eigenlijk niet in het regenwoud maar in het nevelwoud. Nevelwouden komen voor vanaf 1500 meter boven zeeniveau, zijn opener dan regenwouden en krijgen een groot gedeelte van hun vocht van wolken en niet alleen van regen. Maar beide types zijn heel goed vergelijkbaar met elkaar.
Rondom het reservaat van Monteverde ligt het Bosque de los Niños, een ondertussen 22 000 ha groot natuurgebied dat in de jaren 1980 gesticht werd door kinderen van een Zweedse basisschool die iets concreets wilden doen voor het behoud van de natuur. Dankzij giften van kinderen van over de hele wereld is het nu het grootse natuurreservaat van Midden-Amerika. Een mens vraagt zich af wanneer al die idealistische kinderen veranderen in egoïstische materialisten.
De bergen rijzen meteen op na de smalle strook vlak land langsheen de Pacific en hoewel je hemelsbreed op minder dan 30 kilometer van 's werelds grootste oceaan bent, heerst er een echt koel bergklimaat.
Santa Elena, het dorpje dat het dichtst bij het reservaat ligt, is een merkwaardige mengeling van hostels voor rugzaktoeristen, ecolodges, fastfoodtenten, exotische restaurants, ijzerwarenwinkels en supermarkten. Het ligt ingeklemd tussen de bergen en de zee.
In Montverde wonen heel veel dieren maar de meeste ontlopen nu de mensen, waardoor de kans dat je een groot zoogdier als de poema of de jaguar tegenkomt heel klein is. Wij moesten ons tevreden stellen met een familie agoeti's en enkele eekhoorntjes.
Maar dat werd goedgemaakt door de vogels, zoals de blauwkapmotmot:
En onze vriend de quetzal:
Waar Emma speciaal voor gekomen was, de klokvogel:
De groene parkiet:
En natuurlijk colibri's, colibri's, colibri's:
Onwaarschijnlijk hoe goed die vogels gecamoufleerd zijn, ondanks hun schitterende kleuren: je staat op anderhalve meter van ze en toch zie je ze niet. Kleurrijk tussen kleurrijk valt niet op.
De radiostations hier zijn blijven hangen in de eighties. Huey Lewis and the News, Duran Duran, Cheap Trick, Phil Collins. En de Beatles, natuurlijk (er is elke dag zelfs een speciaal radioprogramma met alleen hun muziek: Los quatro grandes). Maar nu hebben ze Gotye ontdekt. De hele dag, op all zenders. Toch iets Belgisch, hier.
En nu gij.
Emma leert over het regenwoud op school. Een project waar alle vakken bij betrokken worden en haar klaslokaal ziet eruit als een jungle met lianen aan het plafond, potten met dode slangen op de vensterbank en dierenplaten aan alle muren. Dus wij, didactisch betrokken als we zijn, naar Monteverde. Dat is een natuurreservaat in de Cordillera Tilaran, de bergen aan de Golf van Nicoya. Tot eind jaren 1940 woonde daar niemand, tot een aantal Amerikaanse Quakerfamilies zich daar vestigden op de vlucht voor de dienstplicht voor de Koreaanse oorlog. In Costa Rica vonden de pacifisten een land zonder leger en genoeg ruimte om rustig koeien te melken en kaas te maken. Ze leefden daar in all rust en eenvoud tot National Geographic hun paradijs ontdekte en Monteverde tot hun grote ontsteltenis een van de toeristische topattracties van Costa Rica werd. Ze hebben de mooiste stukken van hun land meteen uitgeroepen tot natuurreservaat, zonder te wachten op de overheid, die meestal veel te laat is om waardevolle natuur te beschermen. Nu is Monteverde een delicate evenwichtsoefening tussen toerisme en duurzame ontwikkeling, wat tot nogtoe goed gaat, al moet de natuur de nodige toegevingen doen aan bezoekers die graag van de stilte willen genieten vanop een quad en hun eco-ervaringen willen delen in de plaatselijke discotheken.
De weg naar Monteverde is onverhard, dat is opzettelijk zo gewild door de Quakers die het bezoekers niet te gemakkelijk willen maken. Hij voert je door kuilen en over puntige stenen langsheen watervallen en spectaculaire vergezichten.
Monteverde ligt eigenlijk niet in het regenwoud maar in het nevelwoud. Nevelwouden komen voor vanaf 1500 meter boven zeeniveau, zijn opener dan regenwouden en krijgen een groot gedeelte van hun vocht van wolken en niet alleen van regen. Maar beide types zijn heel goed vergelijkbaar met elkaar.
Rondom het reservaat van Monteverde ligt het Bosque de los Niños, een ondertussen 22 000 ha groot natuurgebied dat in de jaren 1980 gesticht werd door kinderen van een Zweedse basisschool die iets concreets wilden doen voor het behoud van de natuur. Dankzij giften van kinderen van over de hele wereld is het nu het grootse natuurreservaat van Midden-Amerika. Een mens vraagt zich af wanneer al die idealistische kinderen veranderen in egoïstische materialisten.
De bergen rijzen meteen op na de smalle strook vlak land langsheen de Pacific en hoewel je hemelsbreed op minder dan 30 kilometer van 's werelds grootste oceaan bent, heerst er een echt koel bergklimaat.
| (op de achtergrond de Golf van Nicoya) |
In Montverde wonen heel veel dieren maar de meeste ontlopen nu de mensen, waardoor de kans dat je een groot zoogdier als de poema of de jaguar tegenkomt heel klein is. Wij moesten ons tevreden stellen met een familie agoeti's en enkele eekhoorntjes.
Maar dat werd goedgemaakt door de vogels, zoals de blauwkapmotmot:
En onze vriend de quetzal:
Waar Emma speciaal voor gekomen was, de klokvogel:
De groene parkiet:
En natuurlijk colibri's, colibri's, colibri's:
Onwaarschijnlijk hoe goed die vogels gecamoufleerd zijn, ondanks hun schitterende kleuren: je staat op anderhalve meter van ze en toch zie je ze niet. Kleurrijk tussen kleurrijk valt niet op.
De radiostations hier zijn blijven hangen in de eighties. Huey Lewis and the News, Duran Duran, Cheap Trick, Phil Collins. En de Beatles, natuurlijk (er is elke dag zelfs een speciaal radioprogramma met alleen hun muziek: Los quatro grandes). Maar nu hebben ze Gotye ontdekt. De hele dag, op all zenders. Toch iets Belgisch, hier.
En nu gij.
dinsdag 8 mei 2012
San José, 8 mei 2012
Hollande a gagné. Wat zou président Bling-bling, die steeds meer een karikatuur van zichzelf werd, nu gaan doen? Blijft Carla wel bij hem, nu hij weer gewoon een klein mannetje met hoge hakken is?
Der Krieg ist vorbei! Eindelijk ook in Costa Rica.
Toen het Costa Ricaanse parlement onlangs grote schoonmaak hield, vond men ergens onder in een la een oorlogsverklaring aan Duitsland uit 1942. Interessant document uit de tijd dat landen nog het fatsoen hadden om eerst nog een formele brief te sturen vooraleer ze een ander de duvel gingen aandoen.
Maar hoe ze ook zochten, nergens vonden ze een document waarbij de vrede gesloten werd tussen beide landen. Ook in Duitsland vonden ze niets. Ze waren vergeten vrede te sluiten. In 1945 hadden de Duiters wel iets anders aan hun hoofd en in Costa Rica stond er een burgeroolrog op het punt uit te barsten. Gewoon over het hoofd gezien. Stom foutje. En verdere schoonmaak leerde dat Costa Rica in 1917ook al eens de oorlog verklaard had aan Duitsland zonder dat daar ooit een eind aan gemaakt was.
Affijn, ze hebben dat alsnog goedgemaakt en ze zijn weer vriendjes.
Wisten jullie trouwens dat Ierland als enige land een officieel rouwtelegram gestuurd heeft na de zelfmoord van Hitler? Die Ieren toch. En nu maar zingen en dansen en whiskey drinken alsof er niets aan de hand is.
Vorige week werd het parlementaire jaar officieel geopend met een formele zitting. Ik mocht erbij zijn. We hadden vooraf instructies gekegen over hoe we ons moesten gedragen en kleden. Ik dus in een begrafenispak met wit hemd en grijze das en zwarte sokken en zwarte schoenen en een schone onderbroek en gekamde haren op pad. De hele buurt rondom het parlementsgebouw was afgezet door de politie, waardoor ik eindelijk eens rustig door het Nationaal Park kon wandelen. Héél vreemd: je loopt door de uitgestorven stille straten terwijl even verderop zelfverklaarde indignado's rumflessen die ze eerst ter plaatse hebben leeggedronken naar de politie gooien (hoe meer flessen ze gooiden, hoe verder die hun doel misten en eentje kwam op het hoofd van een journalist terecht),homofielen staan te kirren dat ze met elkaar willen kunnen trouwen en boeren hogere prijzen voor hun bonen eisen.
We moesten bijna een uur wachten in een veel te klein en te warm zaaltje terwijl alle vorige presidenten vanop hun uitzonderlijk slecht geschilderde staatsieportretten op ons neerkeken. Er woedt nu een grote discussie onder kenners van het parlementaire protocol of Oscar Árias, de vorige president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede omwille van zijn inspanningen voor het beëindigen van een aantal burgeroorlogen in Latijns-Amerika, nu eigenlijk recht heeft op 2 portretten aangezien hij 2 keer staatshoofd is geweest. En moeten de portretten van 2 presidenten uit de jaren 1990 die nu in de bak zitten wegens corruptie niet weggehaald worden? De passies laaien hier hoog over op, het lijkt wel voetbal.
Uiteindelijk moesten we ons in een rij opstellen, met de aartsbisschop van San José voorop, gevolgd door de pauselijke nuntius, die zoals in veel katholieke landen beschouwd wordt als de belangrijkste diplopief. Na veel trekken en duwen stond we eindelijk dan toch in de juiste protocollaire volgorde en mochten we de Pabillón Nacional groeten, een speciale zijden Costa Ricaanse vlag met handgeborduurd staatswapen (een bootje dat op zee dobbert met op de achtergrond een paar vulkanen) en gouden franjes langs de randen, aan een echte zilveren stok.
We schuifelden de grote zaal van het parlement in, waar de parlementsleden ons zaten op te wachten op banken die in een grote U stonden opgesteld. De meerderheid en de oppositie zitten tegenover elkaar, op 2 speerlengten afstand zodat ze elkaar tijdens de soms levendige discussies niet naar het leven kunnen staan (zoals ze in Londen op 2 zwaardlengten zitten). In die open ruimte moesten wij gaan zitten. We moesten voor onze stoelen blijven staan tot iedereen naar binnen was: de ombudsman, de procureur-generaal, de voorzitter van het Rekenhof, de voorzitter van de Verkiezingsrechtbank, de voorzitter van het Hooggerechtshof, de ministers, de vicepresidenten, de presidente en de Pabellón Nacional. Pas toen een sopraan van het Nationaal Theater het volkslied had gezongen mochten we gaan zitten.
Het viel me op dat de parlementsleden van de verschillende partijen elkaar heel boos zaten aan te kijken. Er was namelijk een scheuring ontstaan in de alliantie van de oppositiepartijen: 5 leden waren overgelopen naar de regering, waardoor die weer een meerderheid heeft in het parlement. Gedaan met het blokkeren van het beleid door de oppositie, dus. 3 van de overlopers behoren tot een partij die als enige programmapunt het discrimineren van homo's schijnt te hebben, de andere 2 zijn extermistische protestantse predikanten, die overal zonde en het werk van de duivel zien. (King Richard IV: If you cross me, now or ever, I shall do unto you what God did unto the Sodomites, understand? Prince Edmund: Tell me, Brother Baldrick, what exactly did God do to the Sodomites? Baldrick: I dunno, my lord. But it can't have been worse than what they used to do to each other). Er breken barre tijden aan voor de homo's in dit land.
De oppositie is boos: hoe kan de presidente in 's hemelsnaam samenwerken met zulke achterlijken? Dat diezelfde achterlijken tot de vorige dag vrolijk deel uitmaakten van de oppositiealliantie schenen ze snel vergeten te zijn.
Toen begon de presidente aan haar toespraak. 75 minuten, alstublieft! Alsof er geen eind aan kwam.
Ik had een paar tijdschriften meegenomen om tijdens haar toespraak te lezen maar dat kwam er niet van: de parlementsleden en de pers zaten mij op de vingers te kijken. Dus moest ik een uur lang mijn hoofd geïnteresseerd schuin houden, instemmend knikken, beleefd applaudiseren. En uur en een kwartier lang. Als dat geen prestatie is. We hielden elkaar wakker met discrete elleboogstoten.
De oppositie was minder discreet: ze zaten te bellen, kauwgum te kauwen, luid met elkaar te babbelen, met propjes te gooien en te jouwen.
Toen de toespraak eindelijk afgelopen was, moesten we weer gaan staan en in omgekeerde volgorde naar buiten schuifelen, achter de Pabellón aan. Toen het onze beurt was en de helft van het korps al naar buiten was, moesten we weer naar binnen: men was de ombudsman vergeten. Toen die uiteindelijk ook vetrokken was mochten wij de presidente een handje gaan geven. Ik heb haar gefeliciteerd met haar boeiende toespraak en zij bedankte me met tranen in de ogen.
We hebben weer een Koninginnedag mogen vieren. Op zondag was er een Hollandse markt in een dierentuin in San José: kaas, rookworst, drop, stroopwafels, loempia's en klompendansen. Vooral de dansers wekten de aandacht (en de lachlust) van de Costa Ricanen en het eten vonden ze maar niets. Wel bizar, klompendansers in de tropen.
Er was ook een kleedjesmarkt, waar iedereen zijn oude rommel mocht verkopen. Ook Emma heeft daar vanalles verkocht, samen met haar vriendje Frederik. De zaken gingen goed: er is altijd vraag naar brol.
Woensdag was het dan officiële receptie van de Nederlandse ambassade. Groot feest met luide muziek en patat en haring en bitterballen. Allemaal betaald door Nederlandse bedrijven die voor een goed feest bereid zijn om diep in de buidel te tasten. Alle andere landen boos op de Nederlanders, natuurlijk: het is onmogelijk om beter te doen.
Over Nederlanders gesproken: onlangs hebben we de eerste camper met Nederlandse nummerborden gezien. Dat verwacht je toch niet, in Midden-Amerika.
Toen we eergisteren gingen wandelen zag Emma opeens een nachtzwaluw tussen de dode bladeren op de grond. Die vogels liggen de hele dag stilletjes tussen de struiken, vertrouwend op hun camouflage. En als een roofdier te dicht komt, vliegen ze opeens luid krijsend op in de hoop dat die schrikt en ze de gelegenheid hebben om ervandoor te gaan. Ze was heel trots dat zij de vogel toch gezien had. 'n Lekker sighting, zoals men dat in Zuid-Afrika dan zegt.
Tijdens diezelfde wandeling zagen we een groot aantal bloemen die je in Europa alleen in de winkel kun kopen, hier groeien die gewoon in het wild:
Alles is uitbundig begroeid: nooit zie je alleen maar een boom, op de bomen groeien orchideeën, wurgplanten lianen;
Der Krieg ist vorbei! Eindelijk ook in Costa Rica.
Toen het Costa Ricaanse parlement onlangs grote schoonmaak hield, vond men ergens onder in een la een oorlogsverklaring aan Duitsland uit 1942. Interessant document uit de tijd dat landen nog het fatsoen hadden om eerst nog een formele brief te sturen vooraleer ze een ander de duvel gingen aandoen.
Maar hoe ze ook zochten, nergens vonden ze een document waarbij de vrede gesloten werd tussen beide landen. Ook in Duitsland vonden ze niets. Ze waren vergeten vrede te sluiten. In 1945 hadden de Duiters wel iets anders aan hun hoofd en in Costa Rica stond er een burgeroolrog op het punt uit te barsten. Gewoon over het hoofd gezien. Stom foutje. En verdere schoonmaak leerde dat Costa Rica in 1917ook al eens de oorlog verklaard had aan Duitsland zonder dat daar ooit een eind aan gemaakt was.
Affijn, ze hebben dat alsnog goedgemaakt en ze zijn weer vriendjes.
Wisten jullie trouwens dat Ierland als enige land een officieel rouwtelegram gestuurd heeft na de zelfmoord van Hitler? Die Ieren toch. En nu maar zingen en dansen en whiskey drinken alsof er niets aan de hand is.
Vorige week werd het parlementaire jaar officieel geopend met een formele zitting. Ik mocht erbij zijn. We hadden vooraf instructies gekegen over hoe we ons moesten gedragen en kleden. Ik dus in een begrafenispak met wit hemd en grijze das en zwarte sokken en zwarte schoenen en een schone onderbroek en gekamde haren op pad. De hele buurt rondom het parlementsgebouw was afgezet door de politie, waardoor ik eindelijk eens rustig door het Nationaal Park kon wandelen. Héél vreemd: je loopt door de uitgestorven stille straten terwijl even verderop zelfverklaarde indignado's rumflessen die ze eerst ter plaatse hebben leeggedronken naar de politie gooien (hoe meer flessen ze gooiden, hoe verder die hun doel misten en eentje kwam op het hoofd van een journalist terecht),homofielen staan te kirren dat ze met elkaar willen kunnen trouwen en boeren hogere prijzen voor hun bonen eisen.
We moesten bijna een uur wachten in een veel te klein en te warm zaaltje terwijl alle vorige presidenten vanop hun uitzonderlijk slecht geschilderde staatsieportretten op ons neerkeken. Er woedt nu een grote discussie onder kenners van het parlementaire protocol of Oscar Árias, de vorige president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede omwille van zijn inspanningen voor het beëindigen van een aantal burgeroorlogen in Latijns-Amerika, nu eigenlijk recht heeft op 2 portretten aangezien hij 2 keer staatshoofd is geweest. En moeten de portretten van 2 presidenten uit de jaren 1990 die nu in de bak zitten wegens corruptie niet weggehaald worden? De passies laaien hier hoog over op, het lijkt wel voetbal.
Uiteindelijk moesten we ons in een rij opstellen, met de aartsbisschop van San José voorop, gevolgd door de pauselijke nuntius, die zoals in veel katholieke landen beschouwd wordt als de belangrijkste diplopief. Na veel trekken en duwen stond we eindelijk dan toch in de juiste protocollaire volgorde en mochten we de Pabillón Nacional groeten, een speciale zijden Costa Ricaanse vlag met handgeborduurd staatswapen (een bootje dat op zee dobbert met op de achtergrond een paar vulkanen) en gouden franjes langs de randen, aan een echte zilveren stok.
We schuifelden de grote zaal van het parlement in, waar de parlementsleden ons zaten op te wachten op banken die in een grote U stonden opgesteld. De meerderheid en de oppositie zitten tegenover elkaar, op 2 speerlengten afstand zodat ze elkaar tijdens de soms levendige discussies niet naar het leven kunnen staan (zoals ze in Londen op 2 zwaardlengten zitten). In die open ruimte moesten wij gaan zitten. We moesten voor onze stoelen blijven staan tot iedereen naar binnen was: de ombudsman, de procureur-generaal, de voorzitter van het Rekenhof, de voorzitter van de Verkiezingsrechtbank, de voorzitter van het Hooggerechtshof, de ministers, de vicepresidenten, de presidente en de Pabellón Nacional. Pas toen een sopraan van het Nationaal Theater het volkslied had gezongen mochten we gaan zitten.
Het viel me op dat de parlementsleden van de verschillende partijen elkaar heel boos zaten aan te kijken. Er was namelijk een scheuring ontstaan in de alliantie van de oppositiepartijen: 5 leden waren overgelopen naar de regering, waardoor die weer een meerderheid heeft in het parlement. Gedaan met het blokkeren van het beleid door de oppositie, dus. 3 van de overlopers behoren tot een partij die als enige programmapunt het discrimineren van homo's schijnt te hebben, de andere 2 zijn extermistische protestantse predikanten, die overal zonde en het werk van de duivel zien. (King Richard IV: If you cross me, now or ever, I shall do unto you what God did unto the Sodomites, understand? Prince Edmund: Tell me, Brother Baldrick, what exactly did God do to the Sodomites? Baldrick: I dunno, my lord. But it can't have been worse than what they used to do to each other). Er breken barre tijden aan voor de homo's in dit land.
De oppositie is boos: hoe kan de presidente in 's hemelsnaam samenwerken met zulke achterlijken? Dat diezelfde achterlijken tot de vorige dag vrolijk deel uitmaakten van de oppositiealliantie schenen ze snel vergeten te zijn.
Toen begon de presidente aan haar toespraak. 75 minuten, alstublieft! Alsof er geen eind aan kwam.
Ik had een paar tijdschriften meegenomen om tijdens haar toespraak te lezen maar dat kwam er niet van: de parlementsleden en de pers zaten mij op de vingers te kijken. Dus moest ik een uur lang mijn hoofd geïnteresseerd schuin houden, instemmend knikken, beleefd applaudiseren. En uur en een kwartier lang. Als dat geen prestatie is. We hielden elkaar wakker met discrete elleboogstoten.
De oppositie was minder discreet: ze zaten te bellen, kauwgum te kauwen, luid met elkaar te babbelen, met propjes te gooien en te jouwen.
Toen de toespraak eindelijk afgelopen was, moesten we weer gaan staan en in omgekeerde volgorde naar buiten schuifelen, achter de Pabellón aan. Toen het onze beurt was en de helft van het korps al naar buiten was, moesten we weer naar binnen: men was de ombudsman vergeten. Toen die uiteindelijk ook vetrokken was mochten wij de presidente een handje gaan geven. Ik heb haar gefeliciteerd met haar boeiende toespraak en zij bedankte me met tranen in de ogen.
We hebben weer een Koninginnedag mogen vieren. Op zondag was er een Hollandse markt in een dierentuin in San José: kaas, rookworst, drop, stroopwafels, loempia's en klompendansen. Vooral de dansers wekten de aandacht (en de lachlust) van de Costa Ricanen en het eten vonden ze maar niets. Wel bizar, klompendansers in de tropen.
Er was ook een kleedjesmarkt, waar iedereen zijn oude rommel mocht verkopen. Ook Emma heeft daar vanalles verkocht, samen met haar vriendje Frederik. De zaken gingen goed: er is altijd vraag naar brol.
Woensdag was het dan officiële receptie van de Nederlandse ambassade. Groot feest met luide muziek en patat en haring en bitterballen. Allemaal betaald door Nederlandse bedrijven die voor een goed feest bereid zijn om diep in de buidel te tasten. Alle andere landen boos op de Nederlanders, natuurlijk: het is onmogelijk om beter te doen.
Over Nederlanders gesproken: onlangs hebben we de eerste camper met Nederlandse nummerborden gezien. Dat verwacht je toch niet, in Midden-Amerika.
Toen we eergisteren gingen wandelen zag Emma opeens een nachtzwaluw tussen de dode bladeren op de grond. Die vogels liggen de hele dag stilletjes tussen de struiken, vertrouwend op hun camouflage. En als een roofdier te dicht komt, vliegen ze opeens luid krijsend op in de hoop dat die schrikt en ze de gelegenheid hebben om ervandoor te gaan. Ze was heel trots dat zij de vogel toch gezien had. 'n Lekker sighting, zoals men dat in Zuid-Afrika dan zegt.
Tijdens diezelfde wandeling zagen we een groot aantal bloemen die je in Europa alleen in de winkel kun kopen, hier groeien die gewoon in het wild:
Alles is uitbundig begroeid: nooit zie je alleen maar een boom, op de bomen groeien orchideeën, wurgplanten lianen;
maandag 23 april 2012
San José, 23 april 2012
In het weekend dat Wilders' wassen neus afviel en François Hollande Nicolas Sarkozy een flinke trap verkocht, zijn ook wij naar Parijs geweest, voor Emma's eerste bal. Op school werd er een bal voor dochters en vaders georganiseerd. 'April in Parijs' heette het. Ik weet niet precies wat er zo speciaal is aan de maand april in Parijs maar ik verheugde me zeer op de kaas en de wijn.
Wij hadden ons dus feestelijk uitgedost voor de soirée.
Niet veel Parijs aan, hoor: een tekening van de Eiffeltoren en juffrouwen de "Ohlala!" kirden.
Voor de rest: salsa! Luid, opzwepend, vol corazons en amors. En die vaders hun dochters maar rondzwieren en tonen hoe fit en soepel ze nog zijn. En die dochters maar hopen dat ze nergens tegenaan geknotst worden door hun wilde vaders. Gelukkig waren de meeste vaders ouder dan ze zich voordeden en al spoedig uitgedanst, waarop ze ze hun smartphones te voorschijn haalden om interessant en druk te staan doen, zodat de meisjes zonder al te veel gevaar voor lijf en leden onder elkaar konden dansen of gewoon achter elkaar aan konden rennen.
We hebben ons ontzettend geamuseerd. Maar het buffet viel zwaar tegen: geen kaas, geen wijn, geen pâté; wel een chocoladefontein, sloten coke en industriële cake. Dat is een groot verschil met de feesten op de school van de kinderen in België, die eigenlijk vooral bedoeld waren voor de ouders; kaas- en wijnavonden, barbecues, ontbijten: allemaal georganiseerd om het gezellig te maken voor de volwassenen. Hier zijn de schoolfeesten er voor de kinderen en als je dat als volwassene niet zo boeiend vindt heb je maar pech.
Hoe minder over Wilders gesproken, hoe beter. Maar toch: een Nederlandse ambassadeur had jaren geleden aangegeven dat hij een anti-Wilderspagina op Facebook leuk vond. Hij kreeg onlangs een flinke tik op zijn vingers van de minister zelf, die blijkbaar niet veel anders te doen heeft dan oude Facebookberichten van zijn mensen te lezen en zuur te kijken. Gedogen geldt blijkbaar niet voor wie niet achterover valt van bewondering voor de Helmboswuivende en iedereen danst naar zijn pijpen. De grote verdedigers van de grove meningsuiting hebben vaak heel lange tenen.
Let dus op, volgende keer als u weer eens publiekelijk uw afkeer laat blijken voor hij-die-nog-elke-nacht-droomt-van-een-grote-met-mayonaise-en-stoofvleessaus. U wordt uit het Volk gestoten.
In de Centrale Vallei is het regenseizoen opnieuw aangebroken en de gerbuikelijke problemen zijn weer opgedoken: mensen gooien zoveel afval op straat dat de riolen en afwateringsgrachten verstopt raken en elke stortbui overstromingen veroorzaakt. Ondanks informatiecampagnes en huiveringwekkend hoge boetes, blijven de mensen gewoon rotzooi maken op de openbare weg en spoelen er dus constant wegen en huizen weg. Gelukkig wonen wij op een helling zonder grachten of rivieren in de buurt en kan ons huis niet onderlopen.
De regering heeft geen geld om de infrastructuur te onderhouden want niemand betaalt belastingen. De meest mensen verdienen te weinig om te moeten betalen en 60% van de mensen wel zouden moeten betalen, vertikt dat. Zelfs de minister van Financiën heeft jarenlang belastingen ontdoken en moest enkele weken geleden onder algemeen hoongelach aftreden. De spotternijen in de pers bereikten echter een hoogtepunt toen het hoofd van de belastingdienst de volgende dag ontslatg moest nemen omdat uitgerekend hij had gefraudeerd met zijn aangifte.
Intussen stevent het land af op een begrotingstekort van meer dan 5%. In de uitgaven snoeien kan niet want die zijn er nauwelijks: er is geen geld voor onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid. De rijken - en het zijn de rijken die in het parlement zitten - vinden dat ook niet nodig: het is voor hen goedkoper om hun kinderen naar dure privéscholen te sturen, naar privéziekenhuizen te gaan en privébeakingsagenten in dienst te nemen dan om belastingen te betalen. De armen moeten zich maar zien te redden met slechte scholen, nauwelijks uitgeruste ziekenhuizen en een gedemotiveerde politie.
De regering zit dus in de financiële nesten. Meer besparen dan het schrappen van de hoogste ambtenarenpensioenen (hoofdprijs: een voormalige rechter die 30 000 USD per maand krijgt) kan ze eigenlijk niet, dus moet ze op zoek naar nieuwe inkomsten. Ze wilden BTW gaan innen op privécholen en privéziekenhuizen. Klassenstrijd, vinden de rijken, schandalige pesterijen, pure afgunst. De regering was maanden lang bezig met pijnlijke onderhandelingen over een belastinghervorming en toen die eindelijk door het parlement was goedgekeurd, oordeelde het Hooggerechtshof dat het hele boeltje ongrondwettelijk is. Terug naar af, dus. En zo gebeurt er niets, in dit land.
In San José regent het maar aan de kust is het weer nog steeds prachtig, al schijnen de meeste toeristen dat niet te weten. De hotels zijn dus zo goed als leeg en je kunt er dan ook voor een schijntje terecht. Wij hebben het weekend doorgebracht in het zwembad van een hotel aan de Pacific.
Plezierig. Casper heeft het plezier van het onder water zwemmen ontdekt en hij is daar - zoals in veel dingen - heel fantiek in. Je ziet hem dus uren zo rondzwemmen:
En ondertussen scheren de rode ara's boven het oerwoud. Ze vormen paren voor het leven en je ziet ze dan ook steeds met z'n tweeën overvliegen. Het vrouwtje iets achter het mannetje, als een stel traditionele moslims. Ze kondigen hun komst steeds heel luid krassend aan, je hoeft dus niets te missen van hun spectaculaire overvlucht.
Je ziet hier trouwens opvallend weinig vogels aan de kust. Een eskadron pelikanen, een visarend, af en toe een fregatvogel en enkele zilverreigers en dan heb je het wel gehad. Er zit niet veel vis in de zeeën voor de kusten van Midden-Amerika en dat merk je meteen aan de vogelstand.
En nu neem ik afscheid. Hasta luego.
Wij hadden ons dus feestelijk uitgedost voor de soirée.
Voor de rest: salsa! Luid, opzwepend, vol corazons en amors. En die vaders hun dochters maar rondzwieren en tonen hoe fit en soepel ze nog zijn. En die dochters maar hopen dat ze nergens tegenaan geknotst worden door hun wilde vaders. Gelukkig waren de meeste vaders ouder dan ze zich voordeden en al spoedig uitgedanst, waarop ze ze hun smartphones te voorschijn haalden om interessant en druk te staan doen, zodat de meisjes zonder al te veel gevaar voor lijf en leden onder elkaar konden dansen of gewoon achter elkaar aan konden rennen.
We hebben ons ontzettend geamuseerd. Maar het buffet viel zwaar tegen: geen kaas, geen wijn, geen pâté; wel een chocoladefontein, sloten coke en industriële cake. Dat is een groot verschil met de feesten op de school van de kinderen in België, die eigenlijk vooral bedoeld waren voor de ouders; kaas- en wijnavonden, barbecues, ontbijten: allemaal georganiseerd om het gezellig te maken voor de volwassenen. Hier zijn de schoolfeesten er voor de kinderen en als je dat als volwassene niet zo boeiend vindt heb je maar pech.
Hoe minder over Wilders gesproken, hoe beter. Maar toch: een Nederlandse ambassadeur had jaren geleden aangegeven dat hij een anti-Wilderspagina op Facebook leuk vond. Hij kreeg onlangs een flinke tik op zijn vingers van de minister zelf, die blijkbaar niet veel anders te doen heeft dan oude Facebookberichten van zijn mensen te lezen en zuur te kijken. Gedogen geldt blijkbaar niet voor wie niet achterover valt van bewondering voor de Helmboswuivende en iedereen danst naar zijn pijpen. De grote verdedigers van de grove meningsuiting hebben vaak heel lange tenen.
Let dus op, volgende keer als u weer eens publiekelijk uw afkeer laat blijken voor hij-die-nog-elke-nacht-droomt-van-een-grote-met-mayonaise-en-stoofvleessaus. U wordt uit het Volk gestoten.
In de Centrale Vallei is het regenseizoen opnieuw aangebroken en de gerbuikelijke problemen zijn weer opgedoken: mensen gooien zoveel afval op straat dat de riolen en afwateringsgrachten verstopt raken en elke stortbui overstromingen veroorzaakt. Ondanks informatiecampagnes en huiveringwekkend hoge boetes, blijven de mensen gewoon rotzooi maken op de openbare weg en spoelen er dus constant wegen en huizen weg. Gelukkig wonen wij op een helling zonder grachten of rivieren in de buurt en kan ons huis niet onderlopen.
De regering heeft geen geld om de infrastructuur te onderhouden want niemand betaalt belastingen. De meest mensen verdienen te weinig om te moeten betalen en 60% van de mensen wel zouden moeten betalen, vertikt dat. Zelfs de minister van Financiën heeft jarenlang belastingen ontdoken en moest enkele weken geleden onder algemeen hoongelach aftreden. De spotternijen in de pers bereikten echter een hoogtepunt toen het hoofd van de belastingdienst de volgende dag ontslatg moest nemen omdat uitgerekend hij had gefraudeerd met zijn aangifte.
Intussen stevent het land af op een begrotingstekort van meer dan 5%. In de uitgaven snoeien kan niet want die zijn er nauwelijks: er is geen geld voor onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid. De rijken - en het zijn de rijken die in het parlement zitten - vinden dat ook niet nodig: het is voor hen goedkoper om hun kinderen naar dure privéscholen te sturen, naar privéziekenhuizen te gaan en privébeakingsagenten in dienst te nemen dan om belastingen te betalen. De armen moeten zich maar zien te redden met slechte scholen, nauwelijks uitgeruste ziekenhuizen en een gedemotiveerde politie.
De regering zit dus in de financiële nesten. Meer besparen dan het schrappen van de hoogste ambtenarenpensioenen (hoofdprijs: een voormalige rechter die 30 000 USD per maand krijgt) kan ze eigenlijk niet, dus moet ze op zoek naar nieuwe inkomsten. Ze wilden BTW gaan innen op privécholen en privéziekenhuizen. Klassenstrijd, vinden de rijken, schandalige pesterijen, pure afgunst. De regering was maanden lang bezig met pijnlijke onderhandelingen over een belastinghervorming en toen die eindelijk door het parlement was goedgekeurd, oordeelde het Hooggerechtshof dat het hele boeltje ongrondwettelijk is. Terug naar af, dus. En zo gebeurt er niets, in dit land.
In San José regent het maar aan de kust is het weer nog steeds prachtig, al schijnen de meeste toeristen dat niet te weten. De hotels zijn dus zo goed als leeg en je kunt er dan ook voor een schijntje terecht. Wij hebben het weekend doorgebracht in het zwembad van een hotel aan de Pacific.
Plezierig. Casper heeft het plezier van het onder water zwemmen ontdekt en hij is daar - zoals in veel dingen - heel fantiek in. Je ziet hem dus uren zo rondzwemmen:
En ondertussen scheren de rode ara's boven het oerwoud. Ze vormen paren voor het leven en je ziet ze dan ook steeds met z'n tweeën overvliegen. Het vrouwtje iets achter het mannetje, als een stel traditionele moslims. Ze kondigen hun komst steeds heel luid krassend aan, je hoeft dus niets te missen van hun spectaculaire overvlucht.
En nu neem ik afscheid. Hasta luego.
zondag 8 april 2012
San José, 8 april 2012
Ook dit jaar heeft de Heer het 'm weer geflikt: hij is verrezen! Ook voor u; ook al verdient u dat misschien niet.
Wij hebben Hem in ieder geval gezien: Jezus Christus. Vorige week, in de tuin van een huisje dat we hadden gehuurd. Maar omdat de Here Zijn hand niet omdraait voor een gedaante meer of minder, verscheen Hij aan ons als helmbasilisk. Dat beestje wordt ook de Jezus Christushagedis genoemd omdat hij over het water kan lopen. En niet zo maar een kort stukje: hij kan rivieren van tientallen meters breed oversteken. Hij rent rechtop en haalt een snelheid van 15 km/u. De manier waarop hij zijn poten neerzet en de huidflapjes tussen zijn tenen zorgen ervoor dat hij niet in het water plonst. Merkwaardig diertje.
Wij hebben hem gezien aan de Caraïbische kust, waar we Semana Santa hebben doorgebracht. Voor het eerst waren we aan die kant van het land, aan de grens met Panama.
Om in Puerto Viejo de Talamanca te komen rijd je tientallen kilometers langsheen de bananenplantages. Bananen zijn, samen met koffie en ananas, het belangrijkste exportproduct van Costa Rica. Maar de productie is geautomatiseerd zodat er nog nauwelijks werk is voor de landarbeiders die in de oude vervallen huisjes aan de rand van de plantages wonen. De door de Amerikaanse plantage-eigenaren gebouwde kerkjes en schooltjes en de Chinese kruidenierswinkeltjes liggen er vervallen bij.
Puerto Viejo zelf is stoffig, rommelig, lawaaierig,exotisch, kleurrijk. De meeste inwoners zijn zwarte rastafarians die Bob aanbidden. Overal hoor je reggea en reaggetón, de moderne commerciële versie ervan. Over het laatste kan ik kort zijn: bagger. Nog liever de hele dag Madonna.
De anderen zijn ingeweken hippies die in een walm van wiet surfplanken verhuren, macrobiotisch koken, massages geven, gebatikte jurken verkopen of cafeetjes uitbaten. Zoals Smeerkees, een Hollander die een zelfs naar plaatselijke normen vies koffiehuis heeft. "We surff de best koffie in de town," beweert hij niet geheel waarheidsgetrouw. "I don't sell drugs," zegt hij ook. Dat is wel duidelijk: hij gebruikt het spul liever zelf.
Maar ondanks de constante vakantiesfeer, de joints, de rum, de muziek zien de mensen er niet vrolijk uit. Het vriendelijke Pura Vida van de rest van het land is hier afwezig, in plaats daarvan heerst er een zekere grimmigheid. Waarschijnlijk is de hele tijd vakantie hebben toch niet zó plezierig. You can check out any time you like but you can never leave.
Er wonen ook veel Fransen en vooral zij zijn onvriendelijk: alsof ze het iedereen kwalijk nemen dat van alle Fransen net zij niet in la douce France mogen wonen.
De Caraïbische kust is heel anders dan de Pacific. Hier zijn geen bergen die tot aan het strand komen en in plaats van de vele baaien en inhammen is het strand hier recht en kilometers lang.
Het water is onwaarschijnlijk helder en blauw en het zand is wit: hier wordt de reclame van Bounty opgenomen.
Geen moderne hotels en appartementsgebouwen maar traditionele huizen, de meeste in felle kleuren, op palen en met een dak van palmbladeren.
De hitte is verraderlijk. Je hebt niet het gevoel dat het heet is maar elke inspanning is te veel, als je je schoenen hebt aangetrokken ben je al uitgeput. Geen wonder dat de meeste mensen hier een paar versnellingen lager schakelen.
En je hebt geen spectaculaire zonsondergangen zoals in het westen: opeens is het donker, zonder waarschuwing of voorteken. Heel vreemd.
Ook de bezoekers zijn anders dan aan de Pacific. Niet het Escazú-volk met dure kapsels, blitse auto's en opzichtige zonnebrillen die elegant cocktails komen drinken maar grote families dikke mensen in gevaarlijk door hun assen buigende oude auto's met kofferbakken die uitpuilen van de blikjes bier en de vettige hap. Frigoboxtouristen. Op het strand zoeken ze een plekje onder de palmbomen, openen hun koelboxen en beginnen aan het feest: ze zitten de hele dag genoeglijk te schransen. Af en toe duiken ze de golven in en als ze opnieuw genoeg honger en dorst hebben zetten ze het feestmaal vrolijk verder.
Er wordt ook uitbundig gefietst: de vlakke wegen nodige tot heel ontspannen gepedaleer. Niet altijd even recht.
Het natuurgebied van Manzanillo staat bekend om de grote groepen beschermde lederschildpadden die er hun eieren komen leggen. De stranden waar ze dat doen worden goed bewaakt en je mag er alleen naartoe met een gids. Wij dus ook. We hebben urenlang op een donker strand gestaan. Dat heeft wel iets: de Caraïbische zee bij maanlicht. Maar we hebben geen schildpad gezien. Dat is heel uitzonderlijk volgens onze gids: normaal gezien struikel je er over de schildpadden. Jaja.
Het beschermen wordt in ieder geval wel ernstig genomen: toen wij daar stonden uit te kijken naar de mythische schildpadden, kwam er een dronken man zonder gids het strand op. De bewakers stormden meteen op hem af en voor de dronkenman wist wat hem overkwam had hij handboeien om. Ze sleepten hem bij zijn haar het strand af en mepten hem een paar keer flink met zijn hoofd tegen zijn auto. Die anders zo vriendelijke Tico's kunnen echt wel ruw zijn met elkaar als het om schildpadden gaat.
De wegen naar de dorpjes worden afgezet door een plaatselijk comité en alle automobilisten worden verplicht een bijdrage te betalen 'voor het schoon houden van de stranden'. In ruil krijg je een handgeschreven kaartje. Ik weet toch niet of dit allemaal wel zo eerlijk is. De blokkades staan in ieder geval steeds naast een supermarkt, ik neem aan dat de leden van het schoonmaakcomité daar de opbrengst van hun kaartenverkoop uitgeven aan de dagelijkse boodschappen.
Om terug te rijden namen we de grote weg tussen Puerto Limón, de belangrijkste haven van het land, en San José. Normaal gezien hang je daar de hele tijd achter grote vrachtwagens maar nu reden we zo goed als alleen. Ook de winkeltjes en restaurants langsheen de weg waren gesloten. Semana Santa wordt echt wel gevierd. San José is een dode stad: iedereen zit op het strand en wie niet zo ver kan komen zit wel ergens aan een rivier (de rivieren zien er nu zo'n beetje uit als de Ganges tijdens een religieus festival: zo massaal wordt er in gezwommen). Alleen de supermarkten zijn open. Maar zij mogen geen alcohol verkopen van Witte Donderdag tot Pasen. Ook de restaurants en cafés zijn alcoholvrij: de mensen moeten het Paasweekend nuchter beleven. De politie controleert streng en in de winkels zijn de flessen wijn afgedekt met doeken en de koelkasten met het bier verzegeld. De wet is natuurlijk zinloos: iedereen die wil, koopt zijn drank op voorhand. Zo heb ik de indruk dat de weinige mensen die ik hier in de stad tegenkom allemaal dronken zijn. En de paar auto's die we zagen op de terugweg van de kust slingerden allemaal opvallend.
In ieder geval geldt het verbod niet voor Europese toeristen: zij kunnen dat immers niet weten en het zou hun vakantie verpesten als ze 4 dagen niets mochten drinken. Echt waar: voor hen wordt een uitzondering gemaakt en als het zo uitkomt zijn wij ook toeristen. Zo zaten Carola en ik lekker een glaasje wijn te drinken in een restaurant terwijl de andere gasten het bij cola moesten houden. Wij toastten hun nog wel vriendelijk toe maar dat verbeterde hun humeur niet. Alsof wij die wet gemaakt hebben, hé. Dat ze een beetje zuur zitten doen tegen de leden van het parlement.
De paternoster is hier nu het mode-attribuut bij uitstek. Iedereen loopt er met eentje en ze hangen aan auto's en fietsen. Vooral ik combinatie met een dikke buik en een zwembroek zijn ze mooi.
Emma heeft een nieuwe juf. Haar gewone juf gaat bevallen en komt niet meer terug voor het eind van het schooljaar. Bij onze eerste kennismaking was ik een beetje overdonderd door de blik in haar ogen: een waanzinnig vuur dat je anders alleen ziet bij fanatieke gelovigen en gebruikers van Applecomputers. Ook de kinderen wisten niet goed wat ze moesten denken van haar overdreven enthousiasme.
Haar gedrag had een eenvoudige verklaring: zij is naar Costa Rica gekomen als evangelische missionaris. Evangelische christenen geloven dat de Bijbel letterlijk moet genomen worden en dat alle verhaaltjes erin waar zijn: de schepping in 7 dagen, de Ark van Noah, verrijzenis: niets metafoor of symboliek of literatuur maar allemaal zo gebeurd. En ook alle smeerlapperijen van Jaweh (alles welbeschouwd een gore rotzak buiten categorie, met een voorkeur voor volkenmoord en etnische schoonmaak) ook, wat meteen ook de onderdrukking van de Palestijnen door Israël goedpraat (hun voorouders deden nogal wat ergere dingen tegen de andere volkeren in Palestina - en tegen elkaar - in opdracht van de Grote Baas). De evangelicanen keren geen andere wang toe, hoor: hun God is van de wraakzuchtige variant. Ze zullen het niet graag horen maar in hun blinde aanbidding van het Woord en hun niet zo fijne godsbeeld, doen ze denken aan fanatieke moslims.
Gelukkig is zij ondertussen een stuk rekkelijker geworden, vertelde ze mij toen we even zaten te babbelen, maar zo veel jaren getikt geloof laten natuurlijk hun sporen na.
Als het maar goed komt: Emma is heel erg gesteld op haar echte juf en zij heeft het nogal moeilijk met veranderingen. We houden het in de gaten.
Tenslotte geef ik graag ruimte aan onze sponsors, die al onze reisjes mogelijk maken.
Lonely Planet:
Supergel:
En Centerparks Playa Chiquita:
En nu gaan we paaseieren zoeken. Houdoe en bedankt!
Wij hebben Hem in ieder geval gezien: Jezus Christus. Vorige week, in de tuin van een huisje dat we hadden gehuurd. Maar omdat de Here Zijn hand niet omdraait voor een gedaante meer of minder, verscheen Hij aan ons als helmbasilisk. Dat beestje wordt ook de Jezus Christushagedis genoemd omdat hij over het water kan lopen. En niet zo maar een kort stukje: hij kan rivieren van tientallen meters breed oversteken. Hij rent rechtop en haalt een snelheid van 15 km/u. De manier waarop hij zijn poten neerzet en de huidflapjes tussen zijn tenen zorgen ervoor dat hij niet in het water plonst. Merkwaardig diertje.
Wij hebben hem gezien aan de Caraïbische kust, waar we Semana Santa hebben doorgebracht. Voor het eerst waren we aan die kant van het land, aan de grens met Panama.
Om in Puerto Viejo de Talamanca te komen rijd je tientallen kilometers langsheen de bananenplantages. Bananen zijn, samen met koffie en ananas, het belangrijkste exportproduct van Costa Rica. Maar de productie is geautomatiseerd zodat er nog nauwelijks werk is voor de landarbeiders die in de oude vervallen huisjes aan de rand van de plantages wonen. De door de Amerikaanse plantage-eigenaren gebouwde kerkjes en schooltjes en de Chinese kruidenierswinkeltjes liggen er vervallen bij.
Puerto Viejo zelf is stoffig, rommelig, lawaaierig,exotisch, kleurrijk. De meeste inwoners zijn zwarte rastafarians die Bob aanbidden. Overal hoor je reggea en reaggetón, de moderne commerciële versie ervan. Over het laatste kan ik kort zijn: bagger. Nog liever de hele dag Madonna.
De anderen zijn ingeweken hippies die in een walm van wiet surfplanken verhuren, macrobiotisch koken, massages geven, gebatikte jurken verkopen of cafeetjes uitbaten. Zoals Smeerkees, een Hollander die een zelfs naar plaatselijke normen vies koffiehuis heeft. "We surff de best koffie in de town," beweert hij niet geheel waarheidsgetrouw. "I don't sell drugs," zegt hij ook. Dat is wel duidelijk: hij gebruikt het spul liever zelf.
Maar ondanks de constante vakantiesfeer, de joints, de rum, de muziek zien de mensen er niet vrolijk uit. Het vriendelijke Pura Vida van de rest van het land is hier afwezig, in plaats daarvan heerst er een zekere grimmigheid. Waarschijnlijk is de hele tijd vakantie hebben toch niet zó plezierig. You can check out any time you like but you can never leave.
Er wonen ook veel Fransen en vooral zij zijn onvriendelijk: alsof ze het iedereen kwalijk nemen dat van alle Fransen net zij niet in la douce France mogen wonen.
De Caraïbische kust is heel anders dan de Pacific. Hier zijn geen bergen die tot aan het strand komen en in plaats van de vele baaien en inhammen is het strand hier recht en kilometers lang.
Het water is onwaarschijnlijk helder en blauw en het zand is wit: hier wordt de reclame van Bounty opgenomen.
Geen moderne hotels en appartementsgebouwen maar traditionele huizen, de meeste in felle kleuren, op palen en met een dak van palmbladeren.
De hitte is verraderlijk. Je hebt niet het gevoel dat het heet is maar elke inspanning is te veel, als je je schoenen hebt aangetrokken ben je al uitgeput. Geen wonder dat de meeste mensen hier een paar versnellingen lager schakelen.
En je hebt geen spectaculaire zonsondergangen zoals in het westen: opeens is het donker, zonder waarschuwing of voorteken. Heel vreemd.
Ook de bezoekers zijn anders dan aan de Pacific. Niet het Escazú-volk met dure kapsels, blitse auto's en opzichtige zonnebrillen die elegant cocktails komen drinken maar grote families dikke mensen in gevaarlijk door hun assen buigende oude auto's met kofferbakken die uitpuilen van de blikjes bier en de vettige hap. Frigoboxtouristen. Op het strand zoeken ze een plekje onder de palmbomen, openen hun koelboxen en beginnen aan het feest: ze zitten de hele dag genoeglijk te schransen. Af en toe duiken ze de golven in en als ze opnieuw genoeg honger en dorst hebben zetten ze het feestmaal vrolijk verder.
Er wordt ook uitbundig gefietst: de vlakke wegen nodige tot heel ontspannen gepedaleer. Niet altijd even recht.
Het natuurgebied van Manzanillo staat bekend om de grote groepen beschermde lederschildpadden die er hun eieren komen leggen. De stranden waar ze dat doen worden goed bewaakt en je mag er alleen naartoe met een gids. Wij dus ook. We hebben urenlang op een donker strand gestaan. Dat heeft wel iets: de Caraïbische zee bij maanlicht. Maar we hebben geen schildpad gezien. Dat is heel uitzonderlijk volgens onze gids: normaal gezien struikel je er over de schildpadden. Jaja.
Het beschermen wordt in ieder geval wel ernstig genomen: toen wij daar stonden uit te kijken naar de mythische schildpadden, kwam er een dronken man zonder gids het strand op. De bewakers stormden meteen op hem af en voor de dronkenman wist wat hem overkwam had hij handboeien om. Ze sleepten hem bij zijn haar het strand af en mepten hem een paar keer flink met zijn hoofd tegen zijn auto. Die anders zo vriendelijke Tico's kunnen echt wel ruw zijn met elkaar als het om schildpadden gaat.
De wegen naar de dorpjes worden afgezet door een plaatselijk comité en alle automobilisten worden verplicht een bijdrage te betalen 'voor het schoon houden van de stranden'. In ruil krijg je een handgeschreven kaartje. Ik weet toch niet of dit allemaal wel zo eerlijk is. De blokkades staan in ieder geval steeds naast een supermarkt, ik neem aan dat de leden van het schoonmaakcomité daar de opbrengst van hun kaartenverkoop uitgeven aan de dagelijkse boodschappen.
Om terug te rijden namen we de grote weg tussen Puerto Limón, de belangrijkste haven van het land, en San José. Normaal gezien hang je daar de hele tijd achter grote vrachtwagens maar nu reden we zo goed als alleen. Ook de winkeltjes en restaurants langsheen de weg waren gesloten. Semana Santa wordt echt wel gevierd. San José is een dode stad: iedereen zit op het strand en wie niet zo ver kan komen zit wel ergens aan een rivier (de rivieren zien er nu zo'n beetje uit als de Ganges tijdens een religieus festival: zo massaal wordt er in gezwommen). Alleen de supermarkten zijn open. Maar zij mogen geen alcohol verkopen van Witte Donderdag tot Pasen. Ook de restaurants en cafés zijn alcoholvrij: de mensen moeten het Paasweekend nuchter beleven. De politie controleert streng en in de winkels zijn de flessen wijn afgedekt met doeken en de koelkasten met het bier verzegeld. De wet is natuurlijk zinloos: iedereen die wil, koopt zijn drank op voorhand. Zo heb ik de indruk dat de weinige mensen die ik hier in de stad tegenkom allemaal dronken zijn. En de paar auto's die we zagen op de terugweg van de kust slingerden allemaal opvallend.
In ieder geval geldt het verbod niet voor Europese toeristen: zij kunnen dat immers niet weten en het zou hun vakantie verpesten als ze 4 dagen niets mochten drinken. Echt waar: voor hen wordt een uitzondering gemaakt en als het zo uitkomt zijn wij ook toeristen. Zo zaten Carola en ik lekker een glaasje wijn te drinken in een restaurant terwijl de andere gasten het bij cola moesten houden. Wij toastten hun nog wel vriendelijk toe maar dat verbeterde hun humeur niet. Alsof wij die wet gemaakt hebben, hé. Dat ze een beetje zuur zitten doen tegen de leden van het parlement.
De paternoster is hier nu het mode-attribuut bij uitstek. Iedereen loopt er met eentje en ze hangen aan auto's en fietsen. Vooral ik combinatie met een dikke buik en een zwembroek zijn ze mooi.
Emma heeft een nieuwe juf. Haar gewone juf gaat bevallen en komt niet meer terug voor het eind van het schooljaar. Bij onze eerste kennismaking was ik een beetje overdonderd door de blik in haar ogen: een waanzinnig vuur dat je anders alleen ziet bij fanatieke gelovigen en gebruikers van Applecomputers. Ook de kinderen wisten niet goed wat ze moesten denken van haar overdreven enthousiasme.
Haar gedrag had een eenvoudige verklaring: zij is naar Costa Rica gekomen als evangelische missionaris. Evangelische christenen geloven dat de Bijbel letterlijk moet genomen worden en dat alle verhaaltjes erin waar zijn: de schepping in 7 dagen, de Ark van Noah, verrijzenis: niets metafoor of symboliek of literatuur maar allemaal zo gebeurd. En ook alle smeerlapperijen van Jaweh (alles welbeschouwd een gore rotzak buiten categorie, met een voorkeur voor volkenmoord en etnische schoonmaak) ook, wat meteen ook de onderdrukking van de Palestijnen door Israël goedpraat (hun voorouders deden nogal wat ergere dingen tegen de andere volkeren in Palestina - en tegen elkaar - in opdracht van de Grote Baas). De evangelicanen keren geen andere wang toe, hoor: hun God is van de wraakzuchtige variant. Ze zullen het niet graag horen maar in hun blinde aanbidding van het Woord en hun niet zo fijne godsbeeld, doen ze denken aan fanatieke moslims.
Gelukkig is zij ondertussen een stuk rekkelijker geworden, vertelde ze mij toen we even zaten te babbelen, maar zo veel jaren getikt geloof laten natuurlijk hun sporen na.
Als het maar goed komt: Emma is heel erg gesteld op haar echte juf en zij heeft het nogal moeilijk met veranderingen. We houden het in de gaten.
Tenslotte geef ik graag ruimte aan onze sponsors, die al onze reisjes mogelijk maken.
Lonely Planet:
Abonneren op:
Posts (Atom)






.jpg)



