maandag 21 mei 2012

San José, 21 mei 2012

We hadden een Speciale Vertegenwoordiger van de regering op bezoek.  Hij zou heel Midden-Amerika aandoen en we hadden een mooi programma opgesteld met ontmoetingen met ministers en ondernemers en andere belangrijke lui. Met werkontbijten en -lunches, diners en recepties.  Weken werk aan gehad.  2 dagen na aankomst  lag hij al in het ziekenhuis, moest hij gerepatrieerd worden en konden we alles annuleren.  Daar word je toch gek van.

Emma leert over het regenwoud op school.  Een project waar alle vakken bij betrokken worden en haar klaslokaal ziet eruit als een jungle met lianen aan het plafond, potten met dode slangen op de vensterbank en dierenplaten aan alle muren.  Dus wij, didactisch betrokken als we zijn, naar Monteverde.  Dat is een natuurreservaat in de Cordillera Tilaran, de bergen aan de Golf van Nicoya.  Tot eind jaren 1940 woonde daar niemand, tot een aantal Amerikaanse Quakerfamilies zich daar vestigden op de vlucht voor de dienstplicht voor de Koreaanse oorlog.  In Costa Rica vonden de pacifisten een land zonder leger en genoeg ruimte om rustig koeien te melken en kaas te maken.  Ze leefden daar in all rust en eenvoud tot National Geographic hun paradijs ontdekte en Monteverde tot hun grote ontsteltenis een van de toeristische topattracties van  Costa Rica werd.  Ze hebben de mooiste stukken van hun land meteen uitgeroepen tot natuurreservaat, zonder te wachten op de overheid, die meestal veel te laat is om waardevolle natuur te beschermen.  Nu is Monteverde een delicate evenwichtsoefening tussen toerisme en duurzame ontwikkeling, wat tot nogtoe goed gaat, al moet de natuur de nodige toegevingen doen aan bezoekers die graag van de stilte willen genieten vanop een quad en hun eco-ervaringen willen delen in de plaatselijke discotheken.

De weg naar Monteverde is onverhard, dat is opzettelijk zo gewild door de Quakers die het bezoekers niet te gemakkelijk willen maken.  Hij voert je door kuilen en over puntige stenen langsheen watervallen en spectaculaire vergezichten.

Monteverde ligt eigenlijk niet in het regenwoud maar in het nevelwoud.  Nevelwouden komen voor vanaf 1500 meter boven zeeniveau, zijn opener dan regenwouden en krijgen een groot gedeelte van hun vocht van wolken en niet alleen van regen.  Maar beide types zijn heel goed vergelijkbaar met elkaar.

Rondom het reservaat van Monteverde ligt het Bosque de los Niños, een ondertussen 22 000 ha  groot natuurgebied dat in de jaren 1980 gesticht werd door kinderen van een Zweedse basisschool  die iets concreets wilden doen voor het behoud van de natuur.  Dankzij giften van kinderen van over de hele wereld is het nu het grootse natuurreservaat van Midden-Amerika.  Een mens vraagt zich af wanneer al die idealistische kinderen veranderen in egoïstische materialisten.

De bergen rijzen meteen op na de smalle strook vlak land langsheen de Pacific en hoewel je hemelsbreed op  minder dan 30 kilometer van 's werelds grootste oceaan bent, heerst er een echt koel bergklimaat.
(op de achtergrond de Golf van Nicoya)
Santa Elena, het dorpje dat het dichtst bij het reservaat ligt, is een merkwaardige mengeling van hostels voor rugzaktoeristen, ecolodges, fastfoodtenten, exotische restaurants, ijzerwarenwinkels en supermarkten.  Het ligt ingeklemd tussen de bergen en de zee.

In Montverde wonen heel veel dieren maar de meeste ontlopen nu de mensen, waardoor de kans dat je een groot zoogdier als de poema of de jaguar tegenkomt heel klein is.  Wij moesten ons tevreden stellen met een familie agoeti's en enkele eekhoorntjes.


Maar dat werd goedgemaakt door de vogels, zoals de blauwkapmotmot:
En onze vriend de quetzal:



Waar Emma speciaal voor gekomen was, de klokvogel:
De groene parkiet:

En natuurlijk colibri's, colibri's, colibri's:

Onwaarschijnlijk hoe goed die vogels gecamoufleerd zijn, ondanks hun schitterende kleuren: je staat op anderhalve meter van ze en toch zie je ze niet. Kleurrijk tussen kleurrijk valt niet op.

De radiostations hier zijn blijven hangen in de eighties.  Huey Lewis and the News, Duran Duran, Cheap Trick, Phil Collins.  En de Beatles, natuurlijk (er is elke dag zelfs een speciaal radioprogramma met alleen hun muziek: Los quatro grandes).  Maar nu hebben ze Gotye ontdekt.  De hele dag, op all zenders. Toch iets Belgisch, hier.
En nu gij.

dinsdag 8 mei 2012

San José, 8 mei 2012

Hollande a gagné.  Wat zou président Bling-bling, die steeds meer een karikatuur van zichzelf werd, nu gaan doen?  Blijft Carla wel bij hem, nu hij weer gewoon een klein mannetje met hoge hakken is?

Der Krieg ist vorbei!  Eindelijk ook in Costa Rica.
Toen het Costa Ricaanse parlement onlangs grote schoonmaak hield, vond men ergens onder in een la een oorlogsverklaring aan Duitsland uit 1942.  Interessant document uit de tijd dat landen nog het fatsoen hadden om eerst nog een formele brief te sturen vooraleer ze een ander de duvel gingen aandoen.
Maar hoe ze ook zochten, nergens vonden ze een document waarbij de vrede gesloten werd tussen beide landen. Ook in Duitsland vonden ze niets.  Ze waren vergeten vrede te sluiten.  In 1945 hadden de Duiters wel iets anders aan hun hoofd en in Costa Rica stond er een burgeroolrog op het punt uit te barsten.  Gewoon over het hoofd gezien.  Stom foutje.  En verdere schoonmaak leerde dat Costa Rica in 1917ook al eens de oorlog verklaard had aan Duitsland zonder dat daar ooit een eind aan gemaakt was.
Affijn, ze hebben dat alsnog goedgemaakt en ze zijn weer vriendjes.

Wisten jullie trouwens dat Ierland als enige land een officieel rouwtelegram gestuurd heeft na de zelfmoord van Hitler?  Die Ieren toch.  En nu maar zingen en dansen en whiskey drinken alsof er niets aan de hand is.

Vorige week werd het parlementaire jaar officieel geopend met een formele zitting.  Ik mocht erbij zijn.  We hadden vooraf instructies gekegen over hoe we ons moesten gedragen en kleden.  Ik dus in een begrafenispak met wit hemd en grijze das en zwarte sokken en zwarte schoenen en een schone onderbroek en gekamde haren op pad.  De hele buurt rondom het parlementsgebouw was afgezet door de politie, waardoor ik eindelijk eens rustig door het Nationaal Park kon wandelen.  Héél vreemd: je loopt door de uitgestorven stille straten terwijl even verderop zelfverklaarde indignado's rumflessen die ze eerst ter plaatse hebben leeggedronken naar de politie gooien (hoe meer flessen ze gooiden, hoe verder die hun doel misten en eentje kwam op het hoofd van een journalist terecht),homofielen staan te kirren dat ze met elkaar willen kunnen trouwen en boeren hogere prijzen voor hun bonen eisen.
We moesten bijna een uur wachten in een veel te klein en te warm zaaltje terwijl alle vorige presidenten  vanop hun uitzonderlijk slecht geschilderde staatsieportretten op ons neerkeken.  Er woedt nu een grote discussie onder kenners van het parlementaire protocol of Oscar Árias, de vorige president en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede omwille van zijn inspanningen voor het beëindigen van een aantal burgeroorlogen in Latijns-Amerika, nu eigenlijk recht heeft op 2 portretten aangezien hij 2 keer staatshoofd is geweest.  En moeten de portretten van 2 presidenten uit de jaren 1990 die nu in de bak zitten wegens corruptie niet weggehaald worden?  De passies laaien hier hoog over op, het lijkt wel voetbal.
Uiteindelijk moesten we ons in een rij opstellen, met de aartsbisschop van San José voorop, gevolgd door de pauselijke nuntius, die zoals in veel katholieke landen beschouwd wordt als de belangrijkste diplopief.   Na veel trekken en duwen stond we eindelijk dan toch in de juiste protocollaire volgorde en  mochten we de Pabillón Nacional groeten, een speciale zijden Costa Ricaanse vlag  met handgeborduurd staatswapen (een bootje dat op zee dobbert met op de achtergrond een paar vulkanen) en gouden franjes langs de randen, aan een echte zilveren stok.

We schuifelden de grote zaal van het parlement in, waar de parlementsleden ons zaten op te wachten op banken die in een grote U stonden opgesteld.  De meerderheid en de oppositie zitten tegenover elkaar, op 2 speerlengten afstand zodat ze elkaar tijdens de soms levendige discussies niet naar het leven kunnen staan (zoals ze in Londen op 2 zwaardlengten zitten).  In die open ruimte moesten wij gaan zitten. We moesten voor onze stoelen blijven staan tot iedereen naar binnen was: de ombudsman, de procureur-generaal, de voorzitter van het Rekenhof, de voorzitter van de Verkiezingsrechtbank, de voorzitter van het Hooggerechtshof, de ministers, de vicepresidenten, de presidente en de Pabellón Nacional.  Pas toen een sopraan van het Nationaal Theater het volkslied had gezongen mochten we gaan zitten.
Het viel me op dat de parlementsleden van de verschillende partijen elkaar heel boos zaten aan te kijken.  Er was namelijk een scheuring ontstaan in de alliantie van de oppositiepartijen: 5 leden waren overgelopen naar de regering, waardoor die weer een meerderheid heeft in het parlement.  Gedaan met het blokkeren van het beleid door de oppositie, dus.   3 van de overlopers behoren tot een partij die als enige programmapunt het discrimineren van homo's schijnt te hebben, de andere 2 zijn extermistische protestantse predikanten, die overal zonde en het werk van de duivel zien.  (King Richard IV: If you cross me, now or ever, I shall do unto you what God did unto the Sodomites, understand?  Prince Edmund: Tell me, Brother Baldrick, what exactly did God do to the Sodomites?  Baldrick: I dunno, my lord. But it can't have been worse than what they used to do to each other). Er breken barre tijden aan voor de homo's in dit land. 
De oppositie is boos: hoe kan de presidente in 's hemelsnaam samenwerken met zulke achterlijken?  Dat diezelfde achterlijken tot de vorige dag vrolijk deel uitmaakten van de oppositiealliantie schenen ze snel vergeten te zijn.
Toen begon de presidente aan haar toespraak.  75 minuten, alstublieft!  Alsof er geen eind aan kwam.

Ik had een paar tijdschriften meegenomen om tijdens haar toespraak te lezen maar dat kwam er niet van: de parlementsleden en de pers zaten mij op de vingers te kijken.  Dus moest ik een uur lang mijn hoofd geïnteresseerd schuin houden, instemmend knikken, beleefd applaudiseren. En uur en een kwartier lang. Als dat geen prestatie is.  We hielden elkaar wakker met discrete elleboogstoten.
De oppositie was minder discreet: ze zaten te bellen, kauwgum te kauwen, luid met elkaar te babbelen, met propjes te gooien en te jouwen.
Toen de toespraak eindelijk afgelopen was, moesten we weer gaan staan en in omgekeerde volgorde naar buiten schuifelen, achter de Pabellón aan.  Toen het onze beurt was en de helft van het korps al naar buiten was, moesten we weer naar binnen: men was de ombudsman vergeten.  Toen die uiteindelijk ook vetrokken was mochten wij de presidente een handje gaan geven.  Ik heb haar gefeliciteerd met haar boeiende toespraak en zij bedankte me met tranen in de ogen.

We hebben weer een Koninginnedag mogen vieren.  Op zondag was er een Hollandse markt in een dierentuin in San José: kaas, rookworst, drop, stroopwafels, loempia's en klompendansen.  Vooral de dansers wekten de aandacht  (en de lachlust) van de Costa Ricanen en het eten vonden ze maar niets. Wel bizar, klompendansers in de tropen.

Er was ook een kleedjesmarkt, waar iedereen zijn oude rommel mocht verkopen.  Ook Emma heeft daar vanalles verkocht, samen met haar vriendje Frederik.  De zaken gingen goed: er is altijd vraag naar brol.

Woensdag was het dan officiële receptie van de Nederlandse ambassade.  Groot feest met luide muziek en patat en haring en bitterballen.  Allemaal betaald door Nederlandse bedrijven die voor een goed feest bereid zijn om diep in de buidel te tasten.  Alle andere landen boos op de Nederlanders, natuurlijk: het is onmogelijk om beter te doen.

Over Nederlanders gesproken: onlangs hebben we de eerste camper met Nederlandse nummerborden gezien.  Dat verwacht je toch niet, in Midden-Amerika.

Toen we eergisteren gingen wandelen zag Emma opeens een nachtzwaluw tussen de dode bladeren op de grond.  Die vogels liggen de hele dag stilletjes tussen de struiken, vertrouwend op hun camouflage.  En als een roofdier te dicht komt, vliegen ze opeens luid krijsend op in de hoop dat die schrikt en ze de gelegenheid hebben om ervandoor te gaan.  Ze was heel trots dat zij de vogel toch gezien had. 'n Lekker sighting, zoals men dat in Zuid-Afrika dan zegt.


Tijdens diezelfde wandeling zagen we een groot aantal bloemen die je in Europa alleen in de winkel kun kopen, hier groeien die gewoon in het wild:


















Alles is uitbundig begroeid: nooit zie je alleen maar een boom, op de bomen groeien orchideeën, wurgplanten lianen;



maandag 23 april 2012

San José, 23 april 2012

In het weekend dat Wilders' wassen neus afviel en François Hollande Nicolas Sarkozy een flinke trap verkocht, zijn ook wij naar Parijs geweest, voor Emma's eerste bal. Op school werd er een bal voor  dochters en vaders georganiseerd.  'April in Parijs' heette het.  Ik weet niet precies wat er zo speciaal is aan de maand april in Parijs maar ik verheugde me zeer op de kaas en de wijn.
Wij hadden ons dus feestelijk uitgedost  voor de soirée.

Niet veel Parijs aan, hoor: een tekening van de Eiffeltoren en juffrouwen de "Ohlala!" kirden.
Voor de rest: salsa!  Luid, opzwepend, vol corazons en amors.  En die vaders hun dochters maar rondzwieren en tonen hoe fit en soepel ze nog zijn.  En die dochters maar hopen dat ze nergens tegenaan geknotst worden door hun wilde vaders.  Gelukkig waren de meeste vaders ouder dan ze zich voordeden en al spoedig uitgedanst, waarop ze ze hun smartphones te voorschijn haalden om interessant en druk te staan doen, zodat de meisjes zonder al te veel gevaar voor lijf en leden onder elkaar konden dansen of gewoon achter elkaar aan konden rennen.
We hebben ons ontzettend geamuseerd.  Maar het buffet viel zwaar tegen: geen kaas, geen wijn, geen pâté; wel een chocoladefontein, sloten coke en industriële cake.  Dat is een groot verschil met de feesten op de school van de kinderen in België, die eigenlijk vooral bedoeld waren voor de ouders; kaas- en wijnavonden, barbecues, ontbijten: allemaal georganiseerd om het gezellig te maken voor de volwassenen.  Hier zijn de schoolfeesten er voor de kinderen en als je dat als volwassene niet zo boeiend vindt heb je maar pech.

Hoe minder over Wilders gesproken, hoe beter.  Maar toch: een Nederlandse ambassadeur had jaren geleden aangegeven dat hij een anti-Wilderspagina op Facebook leuk vond.  Hij kreeg onlangs een flinke tik op zijn vingers van de minister zelf, die blijkbaar niet veel anders te doen heeft dan oude Facebookberichten van zijn mensen te lezen en zuur te kijken.  Gedogen geldt blijkbaar niet voor wie niet achterover valt van bewondering voor de Helmboswuivende en iedereen danst naar zijn pijpen.  De grote verdedigers van de grove meningsuiting hebben vaak heel lange tenen.
Let dus op, volgende keer als u weer eens publiekelijk uw afkeer laat blijken voor hij-die-nog-elke-nacht-droomt-van-een-grote-met-mayonaise-en-stoofvleessaus.  U wordt uit het Volk gestoten.

In de Centrale Vallei is het regenseizoen opnieuw aangebroken en de gerbuikelijke problemen zijn weer opgedoken: mensen gooien zoveel afval op straat dat de riolen en afwateringsgrachten verstopt raken en elke stortbui overstromingen veroorzaakt.  Ondanks informatiecampagnes en huiveringwekkend hoge boetes, blijven de mensen gewoon rotzooi maken op de openbare weg en spoelen er dus constant wegen en huizen weg.  Gelukkig wonen wij op een helling zonder grachten of rivieren in de buurt en kan ons huis niet onderlopen.
De regering heeft geen geld om de infrastructuur te onderhouden want niemand betaalt belastingen.  De meest mensen verdienen te weinig om te moeten betalen en 60% van de mensen  wel zouden moeten betalen, vertikt dat.  Zelfs de minister van Financiën heeft jarenlang belastingen ontdoken en moest enkele weken geleden onder algemeen hoongelach aftreden.  De spotternijen in de pers bereikten echter een hoogtepunt toen het hoofd van de belastingdienst de volgende dag ontslatg moest nemen omdat uitgerekend hij had gefraudeerd met zijn aangifte. 
Intussen stevent het land af op een begrotingstekort van meer dan 5%.  In de uitgaven snoeien kan niet want die zijn er nauwelijks: er is geen geld voor onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid.  De rijken - en het zijn de rijken die in het parlement zitten - vinden dat ook niet nodig: het is voor hen goedkoper om hun kinderen naar dure privéscholen te sturen, naar privéziekenhuizen te gaan en privébeakingsagenten in dienst te nemen dan om belastingen te betalen.  De armen moeten zich maar zien te redden met slechte scholen, nauwelijks uitgeruste ziekenhuizen en een gedemotiveerde politie.
De regering zit dus in de financiële nesten.  Meer besparen dan het schrappen van de hoogste ambtenarenpensioenen (hoofdprijs: een voormalige rechter die 30 000 USD per maand krijgt) kan ze eigenlijk niet, dus moet ze op zoek naar nieuwe inkomsten.  Ze wilden BTW gaan innen op privécholen en privéziekenhuizen.  Klassenstrijd, vinden de rijken, schandalige pesterijen, pure afgunst.  De regering was maanden lang bezig met pijnlijke onderhandelingen over een belastinghervorming en toen die eindelijk door het parlement was goedgekeurd, oordeelde het Hooggerechtshof dat het hele boeltje ongrondwettelijk is.  Terug naar af, dus.  En zo gebeurt er niets, in dit land.

In San José regent het maar aan de kust is het weer nog steeds prachtig, al schijnen de meeste toeristen dat niet te weten.  De hotels zijn dus zo goed als leeg en je kunt er dan ook voor een schijntje terecht.  Wij hebben het weekend doorgebracht in het zwembad van een hotel aan de Pacific.

Plezierig.  Casper heeft het plezier van het onder water zwemmen ontdekt en hij is daar - zoals in veel dingen - heel fantiek in.  Je ziet hem dus uren zo rondzwemmen:

En ondertussen scheren de rode ara's boven het oerwoud.  Ze vormen paren voor het leven en je ziet ze dan ook steeds met z'n tweeën overvliegen. Het vrouwtje iets achter het mannetje, als een stel traditionele  moslims.   Ze kondigen hun komst steeds heel luid krassend aan, je hoeft dus niets te missen van hun spectaculaire overvlucht.

Je ziet hier trouwens opvallend weinig vogels aan de kust.  Een eskadron pelikanen, een visarend, af en toe een fregatvogel en enkele zilverreigers en dan heb je het wel gehad.  Er zit niet veel vis in de zeeën voor de kusten van Midden-Amerika en dat merk je meteen aan de vogelstand.


En nu neem ik afscheid. Hasta luego.

zondag 8 april 2012

San José, 8 april 2012

Ook dit jaar heeft de Heer het 'm weer geflikt: hij is verrezen!  Ook voor u; ook al verdient u dat misschien niet.
Wij hebben Hem in ieder geval gezien: Jezus Christus.  Vorige week, in de tuin van een huisje dat we hadden gehuurd.  Maar omdat de Here Zijn hand niet omdraait voor een gedaante meer of minder, verscheen Hij aan ons als helmbasilisk.  Dat  beestje wordt ook de Jezus Christushagedis genoemd omdat hij over het water kan lopen.  En niet zo maar een kort stukje: hij kan rivieren van tientallen meters breed oversteken.  Hij rent rechtop  en haalt een snelheid van 15 km/u.  De manier waarop hij zijn poten neerzet en de huidflapjes tussen zijn tenen zorgen ervoor dat hij niet in het water plonst.  Merkwaardig diertje.

Wij hebben hem gezien aan de Caraïbische kust, waar we Semana Santa hebben doorgebracht.  Voor het eerst waren we aan die kant van het land, aan de grens met Panama.
Om in Puerto Viejo de Talamanca te komen rijd je tientallen kilometers langsheen de bananenplantages.  Bananen zijn, samen met koffie en ananas, het belangrijkste exportproduct van Costa Rica.  Maar de productie is geautomatiseerd zodat er nog nauwelijks werk is voor de landarbeiders die in de oude vervallen huisjes aan de rand van de plantages wonen.  De door de Amerikaanse plantage-eigenaren gebouwde kerkjes en schooltjes en de Chinese kruidenierswinkeltjes liggen er vervallen bij.

Puerto Viejo zelf is stoffig, rommelig, lawaaierig,exotisch, kleurrijk.  De meeste inwoners zijn zwarte rastafarians die Bob aanbidden.  Overal hoor je reggea en reaggetón, de moderne commerciële versie ervan. Over het laatste kan ik kort zijn: bagger. Nog liever de hele dag Madonna.


De anderen zijn ingeweken hippies die in een walm van wiet surfplanken verhuren, macrobiotisch koken, massages geven, gebatikte jurken verkopen of cafeetjes uitbaten.  Zoals Smeerkees, een Hollander die een zelfs naar plaatselijke normen vies koffiehuis heeft.  "We surff de best koffie in de town," beweert hij niet geheel waarheidsgetrouw.  "I don't sell drugs," zegt hij ook.  Dat is wel duidelijk: hij gebruikt het spul liever zelf.

Maar ondanks de constante vakantiesfeer, de joints, de rum, de muziek zien de mensen er niet vrolijk uit.  Het vriendelijke Pura Vida van de rest van het land is hier afwezig, in plaats daarvan heerst er een zekere grimmigheid.  Waarschijnlijk is de hele tijd vakantie hebben toch niet zó plezierig.  You can check out any time you like but you can never leave.
Er wonen ook veel Fransen en vooral zij zijn onvriendelijk: alsof ze het iedereen kwalijk nemen dat van alle Fransen net zij niet in la douce France mogen wonen.

De Caraïbische kust is heel anders dan de Pacific.  Hier zijn geen bergen die tot aan het strand komen en in plaats van de vele baaien en inhammen is het strand hier recht en kilometers lang.
Het water is onwaarschijnlijk helder en blauw en het zand is wit: hier wordt de reclame van Bounty opgenomen.

Geen moderne hotels en appartementsgebouwen maar traditionele huizen, de meeste in felle kleuren, op palen en met een dak van palmbladeren.



De hitte is verraderlijk.  Je hebt niet het gevoel dat het heet is maar elke inspanning is te veel, als je je schoenen hebt aangetrokken ben je al uitgeput.  Geen wonder dat de meeste mensen hier een paar versnellingen lager schakelen.
En je hebt geen spectaculaire zonsondergangen zoals in het westen: opeens is het donker, zonder waarschuwing of voorteken.  Heel vreemd.

Ook de bezoekers zijn anders dan aan de Pacific.  Niet het Escazú-volk met dure kapsels, blitse auto's en opzichtige zonnebrillen die elegant cocktails komen drinken maar grote families dikke mensen in gevaarlijk door hun assen buigende oude auto's met kofferbakken die uitpuilen van de blikjes bier en de vettige hap.  Frigoboxtouristen.  Op het strand zoeken ze een plekje onder de palmbomen, openen hun koelboxen en beginnen aan het feest: ze zitten de hele dag genoeglijk te schransen.  Af en toe duiken ze de golven in en als ze opnieuw genoeg honger en dorst hebben zetten ze het feestmaal vrolijk verder.
Er wordt ook uitbundig gefietst: de vlakke wegen nodige tot heel ontspannen gepedaleer.  Niet altijd even recht.

Het natuurgebied van Manzanillo staat bekend om de grote groepen beschermde lederschildpadden die er hun eieren komen leggen. De stranden waar ze dat doen worden goed bewaakt en je mag er alleen naartoe met een gids.  Wij dus ook.  We hebben urenlang op een donker strand gestaan.  Dat heeft wel iets: de Caraïbische zee bij maanlicht.  Maar we hebben geen schildpad gezien.  Dat is heel uitzonderlijk volgens onze gids: normaal gezien struikel je er over de schildpadden.  Jaja.
Het beschermen wordt in ieder geval wel ernstig genomen: toen wij daar stonden uit te kijken naar de mythische schildpadden, kwam er een dronken man zonder gids het strand op.  De bewakers stormden meteen op hem af en voor de dronkenman wist wat hem overkwam had hij handboeien om.  Ze sleepten hem bij zijn haar het strand af en mepten hem een paar keer flink met zijn hoofd tegen zijn auto.  Die anders zo vriendelijke Tico's kunnen echt wel ruw zijn met elkaar als het om schildpadden gaat.

De wegen naar de dorpjes worden afgezet door een plaatselijk comité en alle automobilisten worden verplicht een bijdrage te betalen 'voor het schoon houden van de stranden'. In ruil krijg je een handgeschreven kaartje. Ik weet toch niet of dit allemaal wel zo eerlijk is.  De blokkades staan in ieder geval steeds naast een supermarkt, ik neem aan dat de leden van het schoonmaakcomité daar de opbrengst van hun kaartenverkoop uitgeven aan de dagelijkse boodschappen.

Om terug te rijden namen we de grote weg tussen Puerto Limón, de belangrijkste haven van het land, en San José.  Normaal gezien hang je daar de hele tijd achter grote vrachtwagens maar nu reden we zo goed als alleen.  Ook de winkeltjes en restaurants langsheen de weg waren gesloten.  Semana Santa wordt echt wel gevierd. San José is een dode stad: iedereen zit op het strand en wie niet zo ver kan komen zit wel ergens aan een rivier (de rivieren zien er nu zo'n beetje uit als de Ganges tijdens een religieus festival: zo massaal wordt er in gezwommen).  Alleen de supermarkten zijn open.  Maar zij mogen geen alcohol  verkopen van Witte Donderdag tot Pasen.  Ook de restaurants en cafés zijn alcoholvrij: de mensen moeten het Paasweekend nuchter beleven.  De politie controleert streng en in de winkels zijn de flessen wijn afgedekt met doeken en de koelkasten met het bier verzegeld.  De wet is natuurlijk zinloos: iedereen die wil, koopt zijn drank op voorhand.  Zo heb ik de indruk dat de weinige mensen die ik hier in de stad tegenkom allemaal dronken zijn.  En de paar auto's die we zagen op de terugweg van de kust slingerden allemaal opvallend.
In ieder geval geldt het verbod niet voor Europese toeristen: zij kunnen dat immers niet weten en het zou hun vakantie verpesten als ze 4 dagen niets mochten drinken.  Echt waar: voor hen wordt een uitzondering gemaakt  en als het zo uitkomt zijn wij ook toeristen.   Zo zaten Carola en ik lekker een glaasje wijn te drinken in een restaurant terwijl de andere gasten het bij cola moesten houden.  Wij toastten hun nog wel vriendelijk toe maar dat verbeterde hun humeur niet.  Alsof wij die wet gemaakt hebben, hé.  Dat ze een beetje zuur zitten doen tegen de leden van het parlement.

De paternoster is hier nu het mode-attribuut bij uitstek.  Iedereen loopt er met eentje en ze hangen aan auto's en fietsen.  Vooral ik combinatie met een dikke buik en een zwembroek zijn ze mooi.

Emma heeft een nieuwe juf.  Haar gewone juf gaat bevallen en komt niet meer  terug voor het eind van het schooljaar.  Bij onze eerste kennismaking was ik een beetje overdonderd door de blik in haar ogen: een waanzinnig vuur dat je anders alleen ziet bij fanatieke gelovigen en gebruikers van Applecomputers.  Ook de kinderen wisten niet goed wat ze moesten denken van haar overdreven enthousiasme.
Haar gedrag had een eenvoudige verklaring: zij is naar Costa Rica gekomen als evangelische missionaris.  Evangelische christenen geloven dat de Bijbel letterlijk moet genomen worden en dat alle verhaaltjes erin waar zijn: de schepping in 7 dagen, de Ark van Noah,  verrijzenis: niets metafoor of symboliek of literatuur maar allemaal zo gebeurd.  En ook alle smeerlapperijen van Jaweh (alles welbeschouwd een gore rotzak buiten categorie, met een voorkeur voor volkenmoord en etnische schoonmaak) ook, wat meteen ook de onderdrukking van de Palestijnen door Israël goedpraat (hun voorouders deden nogal wat ergere dingen tegen de andere volkeren in Palestina - en tegen elkaar - in opdracht van de Grote Baas). De evangelicanen keren geen andere wang toe, hoor: hun God is van de wraakzuchtige variant.  Ze zullen het niet graag horen maar in hun blinde aanbidding van het Woord en hun niet zo fijne godsbeeld, doen ze denken aan fanatieke moslims.
Gelukkig is zij ondertussen een stuk rekkelijker geworden, vertelde ze mij toen we even zaten te babbelen, maar zo veel jaren getikt geloof laten natuurlijk hun sporen na.
Als het maar goed komt: Emma is heel erg gesteld op haar echte juf en zij heeft het nogal moeilijk met veranderingen.  We houden het in de gaten.

Tenslotte geef ik graag ruimte aan onze sponsors, die al onze reisjes mogelijk maken.
Lonely Planet:
Supergel:

En Centerparks Playa Chiquita:
En nu gaan we paaseieren zoeken.  Houdoe en bedankt!

maandag 26 maart 2012

San José, 26 maart 2012

Bijna Semana Santa!  Iedereen loopt er al vrolijk bij want de Goede Week is hier voornamelijk de Week van het Goede Leven.  Alles is gesloten want iedereen zit dan op het strand.  In hun hoofd zitten velen er nu al, zoveel is duidelijk.  Mensen vragen niet meer hoe het gaat maar waar je Semana Sante gaat doorbrengen.  In de straten van ons dorp zijn er al Romeinse soldaten opgedoken die alvast repeteren voor het passiespel van volgende week: er gaat er eentje gekruisigd worden vóór onze kerk.  Dat vind ik toch wel speciaal, hoor.

Bij Emma op school was er 'living museum'.  Alle kinderen moesten een held kiezen, zich in zijn leven verdiepen en zich dan verkleed als de held in kwestie een spreekbeurt over zijn leven geven.  De eerste keer gewoon in de klas maar uiteindelijk buiten, voor een hele groep oudere kinderen en ouders.  Zo zijn die Amerikanen wel: veel aandacht voor spreken in het openbaar en eigenlijk voor creatief omgaan met taal in het algemeen.  Je merkt aan die kinderen, zelfs de native speakers, dat ze allemaal heel nerveus zijn als ze moeten spreken voor een grote groep onbekenden maar je ziet hun zelfvertrouwen groeien tijdens hun spreekbeurt en allemaal staarden ze aanvankelijk bedremmeld naar de grond maar tegen het einde van hun spreekbeurt durfden ze allemaal de luisteraars aan te kijken.
Ze konden kiezen uit een lange lijst helden, de meesten Amerikanen.  Lincoln, Kennedy, Neil en Lance Armstrong, Diane Fossey.  Maar ook Moeder Teresa, Pelé, Einstein, da Vinci en Simon Bolívar waren mogelijk.  Naast een hele groep van wie ik nog nooit gehoord had maar die toch belangrijk geweest zijn voor de Amerikanen: piloten, ontdekkingsreizigers, muzikanten, dichters, burgerrechtenactivisten, sportlui. 
Emma moest in het begin van het schooljaar niet meedoen aan die moeilijke dingen.  Maar dat is afgelopen nu: hup, mee met de anderen.  Dat doet haar goed.  Ze was Hellen Keller, een dove en blinde vrouw die heel veel gedaan heeft voor haar lotgenoten.  Ze vertelde dat allemaal met grote geestdrift en ik was een heel trotse vader.

"Eighdeen eighdy-eighd," zegt ze, en "I'm done" als ze wil zeggen dat ze ergens klaar mee is.  Ze spreekt echt al heel goed Engels en ze heeft de Amerikaanse brutaliteit overgenomen om zomaar recht op mensen af te stappen en een praatje te beginnen.  Wat een verandering.
We kennen nu al een aantal andere ouders en het is echt wel gezellig tijdens schoolactiviteiten.
Ik ben uitgenodigd voor een gesprek onder vaders, over hoe je om moet gaan met je puberdochter.  Ze moeten nu toch echt niet gaan overdrijven: als ze denken dat ik de behoefte voel om diepzinnige gesprekken te gaan voeren met een aantal onbekende venten, waarbij diepe twijfel en onzekerheid en tranen beloond worden met een knuffel, hebben ze het echt wel verkeerd voor.  Eerlijk, zeg!  Al genoeg emotionaliteit in deze maatschappij.

Omdat wij af en toe ook op uitstap gaan, gingen we afgelopen weekend naar het Parque Nacional Marina Ballena, het walvissenpark.  De trekroute van de bultrugwalvis, die voor de kust van Mexico en Californië gaat bevallen omdat het water daar warmer is en meer voedsel bevat zodat de kleintjes daar een grotere overlevingskans hebben dan in de zeeën van antarctica, komt vlakbij Dominical dicht tegen de kust, zodat ze vandaar vaak heel goed te zien zijn. 

Voor de kust van het park zelf leeft ook een groep bultruggen permament.  Tenminste: dat denken wetenschappers toch maar ze zijn daar niet zeker van.  Het is namelijk niet zo gemakkelijk om te zien of er een permanente bewoner zijn kop uit het water steekt of een voorbijtrekker. Je kunt een walvis ook niet zomaar verdoven een een zendertje vastmaken aan een vin of zo, zoals dat met vissen en vogels gebeurt, er is geen enkel aquarium groot genoeg om zo'n verdoofd beest eens rustig vanalles om te binden.  Wetenschappers weten merkwaardig weinig over deze reuzen.
Een onwaarschijnlijke toevalligheid is dat er vanuit het park een schiereiland in de vorm van een walvissenstaart de zee in steekt.  Dat houd je toch niet voor mogelijk, voor een plek waar de dieren ook daadwerkelijk te zien zijn:

De stranden in de zuidelijke Pacific zijn veel uitgestrekter dan die in het noorden, waar je baaien hebt.  In het zuiden zijn het kilometerslange stranden die zonder overgang doorlopen in de heuvels van het binnenland.  En uitgestorven.  je hebt het hele strand voor jezelf.

De onmetelijke oceaan nodigt sommigen uit tot stille contemplatie:

Anderen eerder tot het maken van etnische muziek op geïmproviseerde instrumenten:


Toen Carola en ik 's avonds bij ons huisje zaten scharrelde er een margay door het gebladerde boven ons hoofd.  Een margay is een kleine jaguar die vooral in de bomen jaagt en kan klimmen als een aap.  Hij kan zelfs ondersteboven  naar beneden klimmen, wat van alle katachtigen enkel de nevelpanter hem nadoet.  Een heel speciaal diertje en we hadden geluk dat we hem zo goed zagen: hij is heel schichtig en zeldzaam.

Voor de rest heerste er de hele nacht in het oerwoud weer het gebruikelijke lawaai: brulapen en -kikkers, gekrijs en gesnuif en gepiep en gegil.  Vooral de krekels deden hun best.  Er waren drie soorten: een soort die gewoon tsirpte, een soort die het geluid van een tandartsboor nadeed en een soort die het geluid maakte van een ouderwetse telefoonmodem.  Maar allemaal zo ontzettend luid dat het leek alsof je in een houtzagerij met een hele grote modem zat.  Onwaarschijnlijk.  En daarbij 20 centimeter lange sprinkhanen, wandelende takken zo groot als mijn hand en allerlei andere insecten die zo reusachtig waren dat ik dacht dat we in Jurassic Park terecht gekomen waren.   

En tenslotte, omdat het niet alleen wolven zijn die naar de maan huilen:

woensdag 21 maart 2012

San José, 21 maart 2012

Lente!  Het begint weer te regenen hier.

Ik heb een examen afgelegd.  In het Spaans dan nog.  En met succes.
Ambassades kunnen overal ter wereld toegangsbadges krijgen voor de luchthavens, zodat hun medewerkers mensen kunnen gaan ophalen en wegbrengen.  Gewoonlijk volstaat het om een plechtige brief (een 'verbale nota') te sturen naar het ministerie van Buitenlandse Zaken van het land waar je je bevindt om zo'n pasje te krijgen.
Maar niet zo in Costa Rica!  Om de begeerde gafete te krijgen, moet je eerst een cursus volgen en een examen afleggen.  Een cursus over de veiligheid op het vliegveld, samen met kruiers-in-opleiding en leerling-veiligheidsagenten.  Zo heb ik geleerd welke verschillende soorten vuur er bestaan en hoe die geblust moeten worden; wanneer de mist zó dicht is dat het vliegveld gesloten wordt; hoe de verschillende delen van een luchthavengebouw heten en wat het gevaar is van vreemde objecten op de landingsbaan.
En daarna test.  20 meerkeuzevragen, waarvan je er tenminste 17 juist moet hebben.
Zoals: "Als je een achtergelaten laptop vindt in de lobby, wat doe je er dan mee?  a. Ik negeer de laptop. b. Ik houd de laptop voor eigen gebruik. c. Ik breng hem naar de luchthavenpolitie."  Of: "Mag ik mijn auto op de landingsbaan parkeren? a. Ja, maar alleen buiten de werkuren. b. Nooit. c. Ja, als ik dat eerst heb afgesproken met de directeur van de luchthaven". 
Toch ben ik geslaagd.  De ander vragen waren namelijk gemakkelijker.
Toen ik trots wegging met mijn gloednieuwe badge zag ik de helft van mijn cursusgenoten nog zitten piekeren in het examenlokaal. "Mag ik nu wel of niet roken terwijl ik het vliegtuig voltank?".

Hét hoogtepunt van het jaar in Escazú is de optocht van de ossenwagens.  Alle straten worden afgesloten voor de stoet van honderden beschilderde ossenwagens die van de kerk halverwege de helling naar de kerk boven op de top trekken.  De ossen worden gedreven door boeren in hun beste pak en met een flink stuk in hun kraag. Langsheen het hele traject zitten mensen die van heinde en verre gekomen zijn te drinken en commentaar te geven op het schouwspel.  
Sommige karren zijn groot en worden getrokken door kleine osjes:

Andere zijn dan weer piepklein maar worden getrokken door enorme beesten:

Wie geen ossen had kan een paar geitjes voor een karretje spannen en we zagen ook iemand met een hondenkar.  Bij de kerk van San Antonio, hoog in de bergen, worden de karren gekeurd en de winnaars aangeduid.  En als een en ander uit de hand loopt en aangeschoten drijvers elkaar te lijf gaan en elkaar karren bekladden komt de cavalerie tussenbeide en herstelt de rust.

Van de os op de ezel. De stier, eigenlijk.  De kids gaan naar een Amerikaanse school waar er ook Amerikaanse dingen dingen gebeuren.  Zoals rodeo, dat ook in Costa Rica populair is.  'Steers' Emma.



Ze is trouwens heel blij: er zit sinds vorige week een Nederlands jongetje bij haar op school en zij kan nu de oude rot uithangen en hem wegwijs maken, wat ze met veel plezier en luid babelend doet.

Het is Festival van de Francofonie in San José.  Alle Franstalige landen bieden samen een cultureel programma aan: films, tentoonstellingen, concerten.  Tegelijkertijd wordt er het Festival Internacional de las Artes gehouden in het park van La Sabana.  Ook daar muziek en dans en gezang.  De Francofonie heeft daar een huis tussen de honderden tentjes om de Franse cultuur te verspreiden.  De plannen van het huisje zagen er heel goed uit: elegant en eigentijds.  De werkelijkheid is iets minder: scheve muren van verrot spaanderplaat.  En daar hebben ze heel veel geld voor gevraagd, de organisatoren van het Festival de las Artes, nadat ze ons eerst in de waan lieten dat het gratis zou zijn.  Bedrog!
Enfin, er gebeuren toffe dingen: de Fransen organiseren een kaasproeverij, de Zwitsers hebben een funkband met een zangeres die alpenhoorn speelt, de Canadezen een groepje Mounties en wij hebben 2 Belgische muzikanten die samen met 3 Costa Ricanen hebben opgetreden.  Niet de minsten: Pierre Anckaert is een bekende jazzpianist die uitstappen heeft gemaakt naar klassieke muziek en techno, Emile Verstraeten is de violist van Bart Peeters en heeft met Björk gespeeld, en met kapitein Winokio.  Toffe gasten.  Ik ben met hen naar het strand geweest waar ze zo verbrand zijn dat ze 's avonds hoofden als tomaten hadden en hun partituren niet meer konden lezen.  En meer dan een gesprek kwam er ook niet van met hun vrouwelijke fans.  Zondag speelden ze in de concertzaal van een Belgisch restaurant in de heuvels, terwijl de zon spectaculair onderging in de glinsterende Stille Oceaan.  En maandag in een gepast smoezelige club in de universiteitsbuurt.  De pannen van het dak!



Tenslotte: zaterdag waren we op een barbecue waar ik een Heineken gedronken heb. Een mens moet de risico's immers niet schuwen.  Eén Heineken, niets anders.  Koppijn!  Smerige bocht.  U bent gewaarschuwd.

maandag 5 maart 2012

San José, 5 maart 2012

Ik heb veel respect voor de natuur maar dat respect moet wel van twee kanten komen.  En dat is niet altijd het geval, zoals we afgelopen weekend moesten ervaren.

We gingen naar Nationaal Park Manuel Antonio, hagelwitte stranden aan de kust van de Pacific, één van de populairste toeristenbestemmingen van het land. 

Het dorp bij de ingang staat dan ook vol met hotelletjes en restaurants en toeristenwinkeltjes.  Net voor we het park bereikten werden we tegen gehouden door officieel uitziende mannetjes die ons een parkeerplaats aanwezen en ons meteen lieten betalen voor een gids.  Te laat realiseerden we ons dat het geen echte parkgidsen waren maar eigenlijk gewone dorpsbewoners die zelf een handeltje hadden opgezet in toeristengidserij en daar ontzettend veel geld voor vroegen.  Maar toen hadden we al betaald.  Dankzij onze gids hebben we een paar luiaards gezien.  Niet meteen een prestatie: die dieren liggen toch zomaar een beetje in een boom te liggen.  Verder niets.  De gids was niet zo goed.

In Manuel Antonio komt de jungle tot aan het strand, wat heel uitzonderlijk is:

En in die jungle wonen allerlei dieren.  Zo ook een familie schattige witschouderkapucijnaapjes, die van Carola en Emma een lekker stukje fruit kregen:

Ze betaalden deze daad van vriendelijkheid terug door Emma prompt te bekogelen met hetzelfde harde fruit dat ze net gekregen hadden.  Recht op haar hoofd.  Dat stemde Emma heel verdrietig.

Het water voor de kust van Manuel Antonio bevat uitzonderlijk veel zout, waardoor je blijft drijven, net zoals in de Dode Zee.  Je hebt daar ook geen branding, alleen een zachte golfslag zoals in een tropisch zwembad.  Je ligt dus lekker een beetje heen en weer te klotsen in het zonnetje.  Ondertussen azen de dieren van het oerwoud echter op je spullen.  Zoals een wel heel gemeen kijkende oude kapucijnaap die zachtjes door de bomen kwam aansluipen:

Niet veel later kreeg hij het gezelschap van enkele gemaskerde rovers, die het ook op onze spullen gemunt hadden (de kenners herkennen daartussen Gozie en Papi):
Hierop brak er een wild gevecht uit tussen Carola en de dieven, die zich niet zomaar lieten verdrijven en hun zinnen gezet hadden op onze rugzak.  Uiteindelijk dropen ze af, achterna gezeten door mijn nochtans doorgaans vredelievende en diervriendelijke echtgenote die woest met een dikke stok zwaaide en luid verwensingen schreeuwde.

Toen we een boterhammetje zaten te eten kwam er een leguaan uit de bosjes gekropen:


We moesten heel hard lachen om de geniepige blik in zijn ogen.  Het lachen verging ons enigszins toen hij bliksemsnel op Casper afsprong en bijna zijn klauwen in zijn lijfje zette.  Wie had kunnen denken dat leguanen 1 meter hoog kunnen springen?  Wij in ieder geval niet.  

Terug in ons hotel kregen we het bezoek van een grote groep gele doodshoofdaapjes, die het dak gebruikten als brug tussen 2 grote bomen.  Er waren ook een aantal moeders met kleintjes bij.  Fantastische klauteraartjes:


In het bos rondom het hotel wonen ook brulapen.  Er wordt gezegd dat de mannetjes brullen om hun territorium af te bakenen en vijanden te verjagen.  Ik heb die beesten eens goed in de gaten gehouden en ben tot een heel andere conclusie gekomen.  De mannetjes zijn voorzien van een stel uitzonderlijk grote en obsceen bungelende teelballen.  Tijdens hun geklim en gespring en gebuitel door de boomtoppen knotsen ze hun klokkenspel wel eens keihard tegen de takken aan.  Vandaar hun gebrul.  Deze theorie vergt nog enig onderzoek maar ik geloof wel dat hij klopt: ik zou ook zo zitten brullen als me dat overkwam en ik zie geen enkele reden om aan te nemen dat dat bij apen anders zou zijn.

Vanuit onze kamer zagen we alweer een adembenemende zonsondergang:

Na die zonsondergang werd het iets minder plezierig.  De eerste nacht werden we gewekt door een reusachtig vuurwerk: Enschede revisited. Er kwam maar geen einde aan.  En daarna mariachimuziek tot de vroege ochtend.  Er was een bruiloft in een naburig hotel.  Het zijn wel feestneuzen, die Tico's.
De volgende nacht werden we uit onze slaap gehouden door onze buren: een Amerikaans stel dat duidelijk genoten had van de fijnste Colombiaanse coke.  Met zijn bromstem bekende hij de meest genante zaken aan haar (en ook aan ons), zij reageerde daarop met een onophoudelijk idioot gegiechel.  Op de muur bonzen had weinig zin: na een paar minuten stilte herbegon het gebrom en gegiechel elke keer.  Alsof dat nog niet genoeg was gingen ze toen naar muziek luisteren.  Johnny Cash.  Nu laat ik altijd al liever een tand trekken zonder verdoving dan naar country te moeten luisteren maar om 2 uur 's ochtends en begeleid door stoned gegrinnik is het hels en ik had met plezier al mijn tanden veil voor stilte.  En net toen ik dacht dat er nooit een eind zou komen aan de foltering werd het nóg erger: ze zetten Sade aan.  Sade, hoe wreed kun je zijn.  Ik ben bewusteloos gevallen. 
Toen we 's ochtends luid met de deuren sloegen en onder de douche floten en zongen, werden we beloond met pijnlijk gesteun en gekreun vanuit de kamer van de buren die hun cokeroes probeerden uit te slapen.  Dat maakte toch veel goed. 

Tenslotte, een welverdiend rustmoment onderweg naar Manuel Antonio:

Ik hoop van u hetzelfde.