zaterdag 20 oktober 2012

San Jose, 20 oktober 2012

Gemeenteraadsverkiezingen geweest in ons rare landje.  Krokodillentranen en hysterische vrolijkheid.  Ik fluit in ieder geval de Vlaamse leeuw volgende keer als ik in Sint-Niklaas kom.
Ik mag onze Franstalige pers gaarne lezen en wat ik daar allemaal lees over de Vlamingen verbaast me toch elke keer: ik was me er nooit zo van bewust wat een racist en fascist ik al die tijd al ben geweest. Ik schaam me daar nu diep voor.

Onze tweede nationale feestdag alweer, hier.
Met de zakdoekzwaaiende jongens

en meisjes met wuivende rokken:


En natuurlijk weer de toespraken en de Viva's en tien versies van de Bandera hermosa die allemaal door iedereen vrolijk meegezongen werden, compleet met tempowisselingen en alternatieve eindes.

Ondanks de regen zijn we sinds iedereen terug is toch weer op uitstap gegaan.  Een paar keer naar de Pacific, waar het leven hard is:


Het ongedierte de bomen bezet:

En overmoedige zwemmers een vreselijk lot wacht:

Vorige week gingen we naar Tortugero, aan de Caribean.  Zoals de naam al aangeeft, komen daar veel zeeschildpadden eieren leggen op het strand.  De grote schildpadden worden bedreigd dus liggen er langsheen de kust een aantal natuurparken waar ze ongestoord hun gang kunnen gaan.
Om in Tortugero te komen moet je met de boot. Het gebied is namelijk een verzameling natuurlijke lagunes die door kanalen met elkaar verbonden zijn.  De anderhalf uur durende boottocht alleen al maakt de reis de moeite waard.  Je vaart in een klein wankel vaartuigje door het regenwoud terwijl overal reusachtige krokodillen liggen te hopen dat er een passagier overboord valt of toch tenminste zijn hand in het water wil steken.  Je ziet opvallend veel mensen met maar 1 hand in Tortugero.


Het dorpje ligt op een landtong tussen de zee en de lagune en is grotendeels in het water gebouwd, als een soort voddig Venetië in de tropen.


De  B&B waar we verbleven is eigendom van een man die in de reisgids omschreven werd als een 'naturalist'.  Ik verwachtte het ergste en inderdaad: toen we hem voor het eerst zagen droeg hij alleen maar een onderbroek.  Maar tijdens de rest van ons verblijf gedroeg hij zich toch netjes, gelukkig.

Tortugero is veel relaxter er dan de dorpen aan de Pacific (denk aan rastamannen en dope) en doordat er geen auto's kunnen komen heerst er een diepe rust tussen de kleurrijke huisjes.

Het zwarte strand nodigt meteen uit tot enig vrolijk gedans.

De zonsondergang boven de lagunes is indrukwekkend, het is alsof de hemel brandt.

's Avonds gingen ze op zoek naar schildpadden.  We hadden geluk: we zagen een schildpad die eieren legde, een kleintje dat pas uit het ei kwam en naar het water liep en tenslotte een grote die, nadat ze haar eieren verstopt had, terugging naar de oceaan en in de golven verdween.  Vooral dat laatste is onverwachts ontroerend, de circle of life wordt voelbaar.

Het park zelf kun je alleen maar bezoeken met een bootje.


 Onderweg word je aangestaard door apen.

Liggen er rivierschildpadden te zonnen.

Houden leguanen en basilisken je in de gaten.



En verorberen kaaimannen hun smakelijke  prooi.

Kortom: het was paradijselijk.

En op de terugweg hing er een luiaard aan de telefoonlijn.  Dat was ook wel wat onverwacht.


En het was ook alweer United Nationas Day op school.  Casper droeg de Belgische vlag.

Emma hield - in traditioneel kostuum - de Nederlandse eer hoog.
En zo hielden wij de kerk in het midden.

Zo is er elke dag wel iets.  Vorige maand nog een ferme aardbeving: 7,6 Richters, wat niet min is.  Specialisten weten niet of dit the big one is die al jaren verwacht werd.  Het was in ieder geval flink schrikken maar gelukkig zijn de gebouwen hier zo ontworpen dat ze niet instorten als de aarde beeft en bleef de schade beperkt. Nu is het wachten op 21december, dan vergaat de wereld.  De maya's woonden hier in de buurt dus hebben we wel het een en ander te vrezen.

En nu is het aan u, ik ga genieten van mijn oude dag.

donderdag 26 juli 2012

San José, 25 juli 2012

Juli is de maand van de nationale feestdagen.  De 4de was ik uitegenodigd bij de Amerikanen.  In aanwezigheid van een echte astronaut en van de Costa Ricaanse presidente.
Voor de rest: een countrygroepje dat zo luid speelde dat  de conversaties zich beperkten tot een beetje dwaas lachen en stom knikken.  Het lachen werd groen toen bleek dat er alleen maar cola en kiddiebul te drinken was.  Het is toch een beetje dwaas proosten met kinderchampagne met aardbeiensmaak.  Er vielen ook alleen microscopisch kleine hamburgertjes te eten.  Na een halfuurtje was zo goed als iedereen vertrokken en bleven astronaut, presidente en ambassadeure beteuterd achter met veel cola en hamburgertjes.
De 14de was het bij de Fransen te doen.  Uitgebreide barbecue met echte Franse wijnen en een bejaardenkoor dat een soort Les Misérables-versie van de Marseillese zong, waarbij ze de hoge noten nét niet haalden.  De stemming zat er goed in.  Tot de Franse ambassadeur het woord nam en vanop het podium zijn dertig jaar jongere vriendin ten huwelijk vroeg.  Iedereen klapte opgetogen.  Zij weigerde echter zonder aarzelen en siste hem toe dat hij getikt was.  De rest van het feest verliep in mineur.
Toen was het de beurt aan de Venezolanen.  Ze begonnen met een bloemenlegging bij het Nationale Monument, met fanfare en erewacht van de politie.  Eerst de Costa Ricaanse volkslied, dat door iedereen werd meegezongen.  Van het Venezolaanse volkslied dat volgden, blijken er meerdere versie te bestaan, die zowel qua melodie als qua tekst van elkaar verschillen.  Er was niet goed afgesproken welke versie er precies gezongen zou worden en alles eindigde in  chaos en boosheid.  Toen werden neergelegde krans, muzikanten en instrumenten in een busje geladen en werd precies dezelfde ceremonie opgevoerd in een ander park iets verderop.  Iedereen was hierover heel verbaasd.
Vorige vrijdag hadden de Colombianen een groep dansers en muzikanten uitgenodigd voor hun carnaval.  Samba met Afrikaans getrommel en pluimen en glitterjurken.  De sfeer kwam er pas echt goed in toen de vrouw van de Colombianen de nuntius geheel onverwachts bij zijn soutane greep en hem dwong tot een soort lamabada. Hij was zo verbouwereerd dat hij zelfs schutterig mee deed.  Ambiance!

Ik heb met een andere eenzame man de vulkaan Irazú beklommen.  Bij zonsopgang gingen we op weg, op zoek naar het unieke maanlandschap van de vulkaan.  Het viel tegen, we zagen niets:
Toen de mist wegblies konden we de krater heel kort en heel vaag zien liggen:
Daar waren we dus voor dag en dauw voor opgestaan.  Typisch.

De volgende week wandelden we samen door de bergen achter ons dorp.  Ongelooflijk hoe landelijk het aan de andere kant is, op een uurtje lopen van ons huis:

En zondag ging ik raften op de río Pacuara met een paar vrienden.  Het sinds mijn laatste partijtje kurkminton met Casper geleden dat ik nog zoveel plezier gehad heb.  Pure leut!
Nog een dikke week en ze komen terug.  Eindelijk!

dinsdag 3 juli 2012

San José, 2 juli 2012


Alles doet me zeer, zelfs mijn tenen.  Een heel plezierig weekend gehad met een groep kendoka uit Panama en hun professionele Japanse sensei.  Het was wel typisch Latijns ritme: iedereen stond constant te babbelen, als ze geen zin meer hadden stopten ze de oefeningen waar ze mee bezig waren, als ze dorst hadden gingen ze rustig een pipa friaatje drinken  en als ze moe waren gingen ze zich verstoppen zodat je ze luid protesterend terug de dojo in moest sleuren. 
En dan een toernooi waarbij ze blijkbaar hadden afgesproken dat ze elkaar geen pijn zouden doen, de wedstrijden duurden dus eindeloos.
Maar de sfeer zat er in en we gaan dit zeker snel nog eens doen.  Merkwaardig: iedereen had partner en kinderen bij, die urenlang op stoeltjes zaten te wachten tot alles voorbij was en dat terwijl ze zich toch maar op 100 meter van de Hemel bevonden: een McDonalds's.

Het gat in de stoep voor ons huis zit er nog steeds.  En nu zijn de machines en de werklui vertrokken en ziet het er niet naar uit dat het snel gemaakt zal worden.  De stratenmakers zijn nu dringend ergens anders nodig: opeens was er een krater in de snelweg tussen San josé en de luchthaven, alsof een meteoriet was ingeslagen.  De hele weg over een lengte van 20 meter verdwenen, in beide richtingen.  En niemand weet hoe dat monstergat er precies gekomen is.  En niemand weet hoe ze het gaan herstellen.  Omdat er hier niet zo heel veel wegen zijn in dit land moet iedereen die van en naar de luchthaven wil een grote bocht maken naar de kust om dan weer het binnenland in te rijden, een omweg van zeker 3 uur.
Dan heb ik meer geluk: nog dezelfde avond dat ze het gat hadden gegraven, hebben de wegenwerkers een bruggetje gemaakt voor onze oprit zodat ik toch binnen en buiten kan, als enige in ons blok.  Dat heb ik te danken aan de goodwill van de peones, die ik elke morgen een thermos koffie bracht en elke middag bier, dat ze stiekem gingen opdrinken achter hun wals.  Mijn buren waren niet zo vooruitziend en moeten dat nu uitzweten, de gierige pinnen.

Zaterdagavond was er een stratenloop in ons dorp.  De 700 meter van Escazú of zoiets, met halverwege een stop voor koffie.  Het was weer op z’n tico’s: de straten waren niet afgesloten en dus moesten de deelnemers in het pikkedonker in de berm, die door de regen een enkeldiepe modderbrij is geworden, in de uitlaatgassen de berg op sukkelen.  Ondertussen probeerden dolle chauffeurs die woedend waren dat er voetgangers op de openbare weg waren, hen omver te rijden.  Soms lukte hen dat maar meestal niet: de meerderheid van de lopers bereikte ongeschonden het eindpunt. 

Arbeid is hier spotgoedkoop en dat merk je ook.  Als je een winkel binnengaat wordt je meteen aangesproken door een verkoper die wil weten of je iets nodig hebt, een vraag hebt of een mandje wil.  Vervolgens blijven ze achter je aan lopen om je af en toe, zonder directe aanleiding, te vragen of er echt niets is dat ze voor je kunnen doen.
Bij de kassa staan mannetjes klaar om je boodschappen tegen een kleine vergoeding in te pakken en mee te dragen naar je auto.  Ze kijken vaak beteuterd als ze merken dat ik mijn aankopen liever zelf in mijn rugzak stop en lopend naar de winkel ben gekomen, broodrover die ik ben.
Ben je wel met de auto, dan kun je die overal laten bewaken door mannetjes met een knuppel en een pet met SECURITY of ARMY op. 
In de winkels heb je mensen die de hele dag niets anders moeten doen dan pakken koffie en rijst en suiker weer mooi glad strijken en weer op mooie stapeltjes leggen. 
Producenten van toiletartikelen sturen mensen naar de supermarkten die je moeten overhalen hun merken te kopen en niet die van de concurrentie.  Zo’n massa verveeld kauwende aanprijsjuffrouwen schrikt echter eerder af dan dat het doet kopen: als je een tube tandpasta neemt, wordt je meteen omringd door vertegenwoordigsters van de andere merken die willen dat je van je voorgenomen aankoop afziet, terwijl het meisje van het merk dat je gekozen hebt probeert haar concurrentes weg te jagen.  Soms worden er zelfs klappen uitgedeeld, wat alleen amusant is als het niet om jou is dat ze vechten.
 Zelfs het kleinste winkeltje heeft een bewaker, die met getrokken pistool (holsters zijn te duur) of met de riot gun dieven op een afstand moet houden.  Ik voel me daar niet echt veiliger door, zeker niet als ik ze na hun werk gewapend en wel naar de kroeg zie trekken.  Er zouden in Costa Rica trouwens 600 000 vuurwapens zijn, toch veel voor een land dat zo trots is op zijn vredelievendheid.

Boven Escazú beginnen de bergen.  De hoogste berg heet de de Pico Blanco en op de top ervan staat een groot kruis. Ik had mijn ‘because it’s there’-moment en besloot daarnaartoe te wandelen.

Hoe hoger je de helling op klimt, hoe kleiner de huizen worden, hoe donkerder de gezichten, hoe luider de hiphopmuziek, hoe schimmiger de autowerkplaatsen.  Gelukkig loop ik er altijd heel sjofel bij zodat niemand veel aandacht aan mij besteedde; Alajuelita is een gevaarlijke buurt.
De begroeiing verandert ook: de tropische planten maken plaats voor naaldbomen. 
En dan plotseling waan je je in Toscane: het ene palazzo naast het andere, compleet met paardenstallen en binnenzwembaden en gastenverblijven.  Daar wonen de echte rijken, hoog boven de Centrale Vallei.
Daar voorbij begint de echte beklimming: paden die zo steil zijn dat je achterover valt als je je opricht, vol met scherpe keien en diepe afgronden.  De lucht is er ijl en de zon heet.  Langs de kant van de weg liggen verbleekte botten en achtergelaten rugzakken. Gieren cirkelen likkebaardend laag boven je hoofd. Maar uiteindelijk bereikte ik de top: verbrand, uitgedroogd, geschaafd maar trots.  De koning van de wereld!  De Hillary van de Cerro de Escazú.
Shit: verkeerd.  Ik had me ergens vergist en het verkeerde pad genomen, waardoor ik op de berg naast die met het kruis stond.  Maar niet getreurd: het uitzicht is hetzelfde.  Aan de ene kant zie je de hele Centrale Vallei met zijn miljoen inwoners en als je je omdraait lijkt het alsof je in de Andes bent met bergpieken en meren; je zou niet eens verbaasd zijn als er een lama voorbijkwam of er panfluiten begonnen te spelen.
Mooi.

Tenslotte, een beeld van de stress waar ik als grote baas van de boel nu aan lijd:
(Mijn Zwitserse collega naast mij ziet ook zwaar af, de derde aan tafel plant een drugsdeal)

En denk maar eens goed na over de wijze woorden van de grote Terry Pratchett: “The presence of those seeking the truth is infinitely to be preferred to the presence of those who think they’ve found it”.  Dat geldt dus ook voor u.


Wie leest dit eigenlijk vanuit Rusland?  En vanuit de VS?

vrijdag 22 juni 2012

San José, 21 juni 2012

De eerste dag van de zomer.  Het is al goed begonnen.   Al enkele weken leggen ze nieuwe rioleringen en stoepen aan in onze straat.  Veel stof en lawaai.  Gisteren begonnen ze aan ons stuk.  Vanmorgen hoorde ik ze hun machines opstarten en meteen was het raak: elektriciteitskabel geraakt en de hele buurt zonder stroom.  De garagepoort kon ik nog met veel moeite met de hand open krijgen maar het Versailleshek bewoog niet.  Ik dus door een zijdeurtje naar buiten en met de bus naar kantoor.
De bussen zijn hier trouwens prachtig: vol notenhout en chromé en lichtjes en slingers en plaatjes van heiligen.  Maar de chauffeurs rijden als waanzinnigen en hun voertuigen braken tonnen vieze zwarte rook uit, en dat in het milieuvriendelijke Costa Rica.
In Rio hebben de Europese landen de anderen op de vingers hebben getikt omdat ze niet genoeg aandacht besteden aan het milieu: hoe schijnheilig kun je nu eigenlijk zijn?

Toen ik vanavond thuiskwam waren de werklui nog druk bezig: ze hadden een gat geslagen in de waterleiding en de hele straat stond blank.  Geen probleem: het zou zo gemaakt worden.  Ondertussen is er een peilloos diep gat van zeker 3 meter breed voor ons huis verschenen.  Pas maandag zal het  gevuld worden, zeggen ze mij. Tenzij ik een polsstok vind, zit ik hier dus 3 dagen opgesloten.  Zonder water.  Maar gelukkig heb ik vanmiddag een watermeloen gekocht, daar houd ik het wel mee vol.

Vorige week heb ik mijn collega Axel en zijn vrouw naar het vliegveld gebracht voor hun definitieve vertrek. Ze waren heel emotioneel en ook de medewerkers op kantoor stonden allemaal te snotteren.  Er wordt sindsdien een stuk minder gevloekt en gescholden op het werk maar ook een stuk minder gelachen.
Ten afscheid hebben zijn hond en kat zich nog eens flink ontlast in mijn auto, wat ik toch niet zo heel goed kon waarderen.

Een paar dagen later bracht ik ook Carola en de kinderen naar het vliegveld.  Ook emotioneel, al hebben zij zich niet in de auto ontlast.  Bijna 7 weken blijven ze weg, wat nu toch een stuk langer lijkt dan toen we de tickets kochten.  Ze waren een beetje overdonderd door het warme welkom van iedereen thuis maar het doet hun veel plezier.

Nu het regenseizoen is aangebroken is het moeilijk reizen in het land.  Ik beperk me dus tot de omgeving van ons huis.  Vorige week was er weer een ossenkarrenstoet, met enorme beesten:


Maar er waren ook kleine ossenwagentjes bij:
En ook cowboys:
En Sancho Panza:


In de tuin woont de grote kiskadee:

De Montezuma oropendola:
De bisschopstangare:


De roodstaartkolibrie:

De witvleugelduif:

Een vreemde spin:

En tenslotte, het woeste beest:

Ik hoop dat u nu nog kunt slapen.

donderdag 7 juni 2012

San José, 7 juni 2012

Alle Europese ambassades in Costa Rica nemen deel aan het Festival van de Europese film.  Ook wij.  Met 'Pauline en Paulette', de keuze aan films met Spaanse ondertitels is immers niet zo groot.  Tegen alle verwachtingen in zat de zaal zo goed als vol.  En het publiek kon de film waarderen: er werd op het juiste moment gelachen en gesnotterd.
Het is altijd afwachten met zo'n Belgische film: steeds een eindeloze stroom miserabilisme, lelijkheid, uitzichtsloosheid en absurditeit.  Soms grappig maar meestal - zeker als hij zich afspeelt in Wallonië - niet.  Wat moeten die buitenlanders nu denken van ons: dat we allemaal sloebers zijn die in Seraing of  Middelkerke wonen?  Een eindeloos 'Deliverance'?  Waarom altijd die lelijkheid?

De praktische organisatie van het festival was in handen van de Duitsers.  Die hadden echter geen geld voor de openingsreceptie (ze moeten de Euro redden!), dus vroegen ze of we allemaal 2 kartons wijn wilden bijdragen.  Op de avond zelf stond ik daar met mijn goede wijn (zo'n Filmfestival mag immers wat kosten), die prompt door een ober de keuken in gedragen werden.  De rest van de avond schonk men Liebfraumilch, uit echte blauwe flessen.  Ik voelde me geen klein beetje belazerd.  Mijn Duitse collega drinkt nu elke avond thuis mijn wijn.  Ik wens hem gruwelijke katers toe.

Vorige week zijn we naar Puerto Viejo de Sarapiquí gegaan om eens een ander regenwoud te bezoeken.  De streek was vroeger eigendom van enkele grote Amerikaanse fruittelers en nog steeds komen de meeste Costa Ricaanse ananassen daar vandaan.  Na de uittocht United Fruit en de anderen, werd de streek herbebost en een paradijs voor ecotoeristen.  Dat zijn mensen die veel geld willen betalen om tussen het ongedierte te slapen.
Milieubehoud wordt in dit land grotendeels over gelaten aan de privésector, de bewering van de regering dat 25% van het oppervlak nationaal park is slaat echt nergens op.  Maar die privésector doet wel goede dingen: het gaat meestal om mensen die een stuk grond kopen en daarop proberen de oorspronkelijke begroeiing te herstellen.

Je vindt daar niet veel grote dieren dus beleefden we veel plezier aan het kleinere spul.  Zoals de aarbeikikker die om zijn opvallende achterpoten de spijkerbroekkikker genoemd wordt:


Zijn neefje de gouden pijlgifkikker (die eigenlijk groen en zwart is):

Tijdens een nachtelijke wandeltocht door de regen zagen we roodoogmakikikker, één van Costa Rica's bekendste dieren:

Je trapt bijna op de padden die de kleur van de modder hebben:

Net zoals de gifslangen, die geniepig liggen wachten tot een argeloze wandelaar op hen trapt:


Neushoornkevers zo groot als ratten:



Reusachtige wandelende takken:

Sprinkhanen met motorpakken aan:

In het regenwoud groeit ook de cashapona, of wandelende palm, waarvan  de stam staat op pootjes staat.  Volgens de gidsen gebruikt de palm die pootjes om zich heel langzaam te verplaatsen, een halve meter per jaar, om een beter plaatsje in de zon te vinden.  Volgens plantkundigen is dat onzin: bomen lopen niet.  Maar het is een mooi verhaal.


We hebben ook een chocoladetour gemaakt.  Veel interessanter dan het klint: samen met een gids maak je eerst een lange wandeltocht door het bos, terwijl hij vanalles uitlegt.  dat was toch de bedoeling maar Emma liep zo te kletsen en vanalles aan te wijzen dat de arme man er geen speld tussen kreeg.  Uiteindelijk kwamen we bij een gebouwtje waar ons de geschiedenis van de chocolade werd verteld en hoe die vanuit het Amazonewoud tot bij de Maya's is geraakt.  Nu moeten we dus naar Guatemala, om daar de Mayatempels, waar ze zich flink te buiten gingen aan mensenoffers en  xocoatl zelf te gaan bekijken.
Vervolgens gingen we zelf chocolade maken.  Eerst moesten de vruchten geopend worden, wat snel en professioneel gedaan door Emma.
De bonen moeten vervolgens gisten en dat gistingsproces wordt op gang gebracht door eens goed op die bonen te sabbelen en ze vervolgens weer uit te spuwen.  De bacteriën in het speeksel brengen het gistingsproces op gang.  Meestal is dat sabbelen het werk van de bejaarden in het dorp, zij hebben geen tanden meer en kunnen de bonen dus niet per ongeluk kapotbijten en met een beetje geluk kwijlen ze ook overvloedig, wat het eindproduct alleen maar beter maakt.  't Is maar dat je het weet als je de volgende keer weer die lekker chocolade uit Guatemala koopt in de Wereldwinkel.
Gelukkig komt de meeste chocolade uit Afrika. Daar sabbelen ze niet op de bonen: daar gaan ze er eens goed op staan met hun laarzen waarmee ze eerst door de mest hebben gelopen, ook daardoor gaan de bonen goed gisten. 
Daarna worden de bonen gedroogd, geroosterd en gemalen.  Hiervoor gebruikte men in ons geval een stenen vijzel die 1000 jaar geleden door de Maya's werd gemaakt.
Dan wordt er water toegevoegd en het drankje wordt op smaak gebracht met chilipoeder en vanille. Niet meteen een hoogstaande culinaire ervaring maar je hebt wel het gevoel eventjes Montezuma te zijn.

De man van een collega heeft een Mitsubishi Pajero ingevoerd vanuit Europa.  Hier heten die Montero want toen de Japanners het Spaansklinkende 'Pajero' uitvonden durfde niemand hun te vertellen dat dat 'zelfbevlekker' betekent, om het maar even netjes te zeggen.  Dat staat nu wel in grote letters op zijn auto.  Hij troost zich maar met de gedachte dat  niemand het in zijn hoofd zal halen om zijn auto te stelen. Waarmee nogmaals bewezen wordt dat elk nadeel z'n voordeel heb.

Casper had zang- en dansfeest.  Oceans of Fun.  De rolverdeling wordt er hier al heel jong ingelepeld: de meisjes moesten in strooien rokjes zo zwoel mogelijk met hun heupen wiegen, de jongens waren stoere windsurfers:

Over 10 dagen vertrekken vrouw en kinderen naar Europa.  Ze kijken er naar uit.  En ze zijn eraan toe: toen we een tijdje geleden naar die spectaculaire openinssène van Hugo zaten te kijken, met de camera die over de daken van Parijs en zweeft en vervolgens door dat grote station en over de perrons en tussen de locomotieven, vond Emma dat dat een "mooi winkelcentrum" was.  Als je kinderen niet eens meer weten wat een station is, moeten ze naar Europa.
Als ze maar terugkomen.