maandag 27 februari 2012

San José, 27 februari 2012

Omdat het hier al een hele tijd droog is, zijn we naar het regenwoud getrokken.  Naar Horquetas, waar het water van Braulio Carrillo naartoe stroomt.  Zoals ik al eerder schreef, regent het daar onophoudelijk.  Boven de bergen hangen dan ook steeds dikke, grijze wolken:

En dat terwijl achter je rug, boven de Caraïbische kust de hemel blauw is.

Het noordoosten van Costa Rica krijgt niet zo veel bezoekers: Costa Ricanen vinden dat het daar te veel regent en toeristen trekken verder naar de kust.  Het is er wel héél mooi.  Rustig, vooral.  Rivieren, bossen, heuvels.


En het regenwoud is anders dan in de Hooglanden:  opener, met reusachtige bomen, waarin natuurlijk weer honderden vogels wonen. 

We verbleven in een hotel waar ook groepen gringo's op zoek waren naar healing.  Ze zaten rond grote tafels en vertelden luidop over hun trauma's en frustraties en zonden en elke pijnlijke bekentenis werd beloond met luid applaus, schouderklopjes en omhelzingen.  De meesten waren vrouwen maar er waren ook een paar mannen bij, die met vettige paardenstaarten en vettige baseballpetten en vettige t-shirts en vettige glimlachjes en vettige knipogen met hun tong uit hun bek naar de verhalen luisterden.  Zij waren steeds de eersten om te omhelzen en hun omhelzingen duurden duidelijk langer en waren intenser dan die van de vrouwen onder elkaar.  Die kerels waren duidelijk zelf niet op zoek naar spirituele genezing, zij hadden een ander soort healing in gedachten.  Hoe zielig kan een mens zijn, zeg.

Maar wij trokken ons daar niets van aan.  Wij hadden andere dingen aans ons hoofd.  Zoals zwemmen in een zwembad met waterval midden in het oerwoud, bijvoorbeeld.  Terwijl de toekans tussen de bomen heen en weer schoten.     De healers kwamen daar niet, wij hadden het helemaal voor onszelf.  En dus ook de 40 meter lange glijbaan waar je zóveel vaart maakte en waar de bochten zó scherp waren dat ik steeds vreesde over de rand gekatapulteerd te zullen worden, waarna ik wel iets meer nodig zou hebben dan een paar healingsessies.  Bijkomende uitdaging was het feit dat het zwembad maar 30 centimer diep was op de plaats waar je als een torpedo in het water gelanceerd werd en dat er op de bodem tegels lagen met scherpe steentjes in het oppervlak.  Voor de durvers, dus!   Maar ik had geluk: meer dan een paar schaafwonden liep ik niet op. 
En we konden er heel hard om lachen.

Net buiten San José ligt de vallei van de Orosi.  We zijn daar in oktober eens geweest maar we hebben er toen niets van gezien: alleen maar mist en regen.  Het was dus een mooie verrassing toen we daar onlangs nog eens naartoe gingen en we het héle plaatje te zien kregen:

Tussen Cartago (dat om zijn lelijkheid vernietigd dient te worden) en het bedrieglijk genoemde Paraíso rijd je over een weg die qua afzichtelijkheid niet moet onderdoen voor de gemiddelde Vlaamse provinciale baan; maar dan kom je in het dorpje Orosi,  waar het mooiste kerkje van het land staat.  Het werd gebouwd in de 17de eeuw en heeft al honderden aardbevingen overleefd.  Binnenin de klassieke Latijns-Amerikaanse katholieke gruwel: levensgrote en overvloedig bloedende gekruisigde, gegeselde en bespotte Christussen (Christi?), wenende Madonna's, pijnlijk kijkende heiligen en vlammende harten. Eerder een soort spookhuis dan een plaats voor gebed en contemplatie.  Ik durf daar eigenlijk nooit zo goed naar binnen gaan met de kinderen maar zij hebben doorgaans meer aandacht voor het rare gedrag van de zich onophoudelijk bekruisende en knielende en prevelende bidders dan voor de griezeltaferelen aan het plafond en op de muren.  En de kaarsen fascineren hen ook, ze proberen er steeds zo veel mogelijk in één keer uit te blazen.  En ondertussen loochenen ze luidskeels God; gelukkig in het Nederlands zodat we er totnogtoe zonder klappen vanaf gekomen zijn.

De doden worden hier meestal niet begraven maar in een hokjes gestopt.  Waarschijnlijk is de grond te rotsachtig om een graf te graven.  Aan de buitenkant worden  de hokjes bekleed met badkamertegels, waardoor ze meer op openbare toiletten lijken dan op graven.  En rondom de kerkhoven staan muren die felblauw geschilderd zijn, omdat de boze geesten op de vlucht slaan van die kleur.  Echt wel diepgeworteld hier, hoor: het katholicisme.

Voor het eerst is de belangrijkheid van al onze diplomatieke vertegenwoordigingen berekend.  Er werd een klassement opgesteld, dat aangevoerd wordt door Parijs, Londen, Berlijn, Washington en de andere grote posten.  Wij staan op de 93ste plaats.  Net na landen als Belarus, Soedan, Bangladesh en Benin, waar we niet eens een ambassade hebben.  Dat was wel een onplezierige verrassing, moet ik zeggen.  Maar we laten de moed niet zakken: volgend jaar mikken we op de top-90.  Dat moet ons lukken!

maandag 13 februari 2012

San José, 13 februari 2012

Vanmorgen heeft de aarde gebeefd.  Al zeker de tiende keer sinds wij hier zijn aangekomen maar de vorige keren sliep ik, of zat ik in de auto, of was ik aan het trampolinespringen zodat ik er niets van merkte.  Maar vanmorgen vroeg werd ik wakker door gerammel aan het raam en geschommel van het bed.  Ik dacht eerst dat de kat weer lastig deed en het raam probeerde open te maken maar die lag rustig te slapen.  Daarna dacht ik dat de wind wel heel hard waaide en viel ik weer in slaap.  Maar vanochtend bleek het dus een aardbeving geweest te zijn met aan kracht van 6 op de Richterschaal,
Voorwaar geen klein bier.
Heel Centraal-Amerika is geologisch heel actief met regelmatige aardbevingen, die soms vulkaanuitbarstingen veroorzaken.  Sommige van die aardbevingen kunnen echt verwoestend zijn: in 1976 kwamen 23 000 mensen om tijdens een aardbeving in Guatemala, in 1972 vielen er 5000 doden in Managua en in 2009 maakten ze nog tientallen slachtoffers in Costa Rica en Honduras.
Al die aardbevingen komen er doordat hier niet minder dan vier tectonische platen tegen elkaar botsen: de Noord-Amerikaanse, de Zuid-Amerikaanse, de Caribische en de Kokosplaten.  En daar woon ik dan tussen.
En verder is de landengte eigenlijk één lange vulkaanketen en de lava die geregeld uitgespuwd wordt is heel vruchtbaar, wat – samen met de regen en de milde temperaturen– zorgt voor een unieke biologische rijkdom.
’t Is niet allemaal zever, wat ik hier vertel.  Al zou men wel eens een andere indruk kunnen krijgen.

Van de geologie naar de kleine kantjes van de mens.  Later vanmorgen, toen ik naar het werk reed, was een straatje waar ik doorheen moet geblokkeerd doordat een bus en een auto tegen elkaar gereden waren. Zonder erg: niet meer dan wat blikschade.  Dat komt geregeld voor.  De betrokken voertuigen moeten dan blijven staan tot de politie erbij komt om vast te stellen wat er precies gebeurd is, zelfs al gaat het maar om een schrammetje en is het overduidelijk wie er fout is.  Doe je dat niet, is de kans heel groot dat de verzekeringsmaatschappij niet uitbetaalt vooraleer de rechter een uitspraak doet en dat kan jaren duren en intussen wordt je auto in beslag genomen en ben je hem dus die hele tijd kwijt .  Die auto’s staan daar dus tot de politie komt maar die vindt dat nooit dringend dus blokkeren ze urenlang het hele verkeer.  Opvallend hoe de Costa Ricanen, die  anders de hele tijd toeteren en op alle mogelijke manieren proberen in te halen en haast hebben, zich daar rustig bij neerleggen: niemand protesteert, niemand duwt de auto’s aan de kant, ze blijven allemaal rustig wachten tot de weg weer vrijgemaakt is.
Dat was dus vanmorgen ook het geval.  Maar toen de politie eindelijk gekomen was en de nodige documenten had opgesteld en het nodige geklets had gedaan, brak er een opstootje uit in de bus.  De chauffeur had kennelijk beslist dat hij niet verder zou rijden en terug zou keren naar zijn stelplaats om zijn bus te laten herstellen. De passagiers waren woedend en eisten hun geld terug, de volle 30 eurocent.  De chauffeur weigerde want ze waren immers al bijna op hun eindebestemming en ze hadden toch lang in de bus mogen zitten voor hun geld en hij had geld nodig om zijn bus te laten herstellen.  Er klonk geschreeuw en er werd met vuisten gezwaaid en de agenten riepen versterking op.  Maar toen sprong er iemand uit de bus met het sigarenkistje waarin de chauffeur zijn geld bewaarde onder zijn arm geklemd en hij rende er grijnzend vandoor.  De discussie had toen niet veel zin meer en braaf verlieten de passagiers de bus. Bij het uitstappen gaven ze de chauffeur een hand en wensten hem toe dat de reparatie niet te veel geld zou kosten en hij wuifde hen nog na.  Zo gaat dat hier.

Donderdag kwam mijn neef Peter aan.  Hij komt hier twee weken rondreizen, om paard te rijden en door de boomtoppen te roetsjen en over het wilde water te varen en hoge bergen te beklimmen.  Hij zou een paar dagen bij ons logeren en we wisten eigenlijk niet hoe we zo'n fijnzinnig en bereisd man op gepaste wijze moesten ontvangen.  Maar hij bleek heel eenvoudig gebleven te zijn en uiteindelijk  werd het een uiterst plezierig verblijf.   

We zij samen naar het Nationaal Park Carara gegaan, waar de rode ara’s je volgens de reisgidsen in de mond vliegen.

Niets van: meer dan een silhouet kregen we niet te zien.  Je hoort constant geschreeuw en gekwetter  en gescharrel in de jungle maar je ziet geen vogel.  Het oerwoud is niet ideaal voor vogelaars: de vegetatie is zo dik dat je nergens verder dan een meter kunt zien; wat voor een ander soort vogelaars dan wel weer ideaal is, natuurlijk.
Maar langsheen de rivier die omheen het park loopt (en waar we toen we naar Jacó gingen ook de krokodillen zagen) vlogen allerlei mooie vogels: ijsvogels, mangrovezwaluwen, een visarend met een vis in zijn klauwen en een schuitbekreiger (die mij deed denken aan Margriet Hermans):

(Bulderlach)


Gotcha!

Net voor we het park weer uitwandelden zagen we een groepje capucijneraapjes in de struiken langsheen het pad.  Ze zaten smakelijk te eten.  Zoals elke ontmoeting met apen in het wild, een fantastische belevenis.



Zondag bezochten we een tropische tuin in het noordoosten, waar de bergen overgaan in de vlakte die naar de Caraïben loopt en waar mijn vriend Serpsk onschuldig in de gevangenis zit.  Je voelt je alsof je gekrompen ben en de lengte van een kabouter hebt: zo hoog steken de planten, die je alleen kent als kamerplant in Europa, boven je uit.  
Er onopvallende luiaards delen het bos met de iets minder discrete brulapen.

En toen moesten wij afscheid nemen.  Niet echter voordat hij eerst naar een aantal bloedstollende verhalen moest luisteren over de misdaad in Costa Rica.  Zo kon hij met een vrolijk gemoed aan zijn rondreis beginnen. 

Op de terugweg kwamen we door Braulio Carrillo, een nationaal park vol vulkanen, waar het altijd regent en mistig is, zelfs al is het 20 kilometer verderop in de Centrale Vallei een schitterende zomerdag.

Peter heeft mij vanmorgen gebeld.  Hij verbleef in een lodge waar hij een vlooienband moest dragen.  Tsja.
     

maandag 30 januari 2012

San José, 30 januari 2012

Als bijdrage aan het sociaal ongenoegen en uit protest tegen de besparingen ben ik afgelopen weekend niet  naar kantoor gegaan, zoals nochtans wel mijn gewoonte is..

We zijn naar Playa Esterillos getrokken, aan de kust van de Pacific.  De weg erheen was al heel mooi: je rijdt een hele tijd langsheen de kust, waarbij je voortdurend uitzicht hebt op de oceaan.  Voorbij het wilde Jacó kom je in een landschap vol kleine vulkaankegels en kuddes buffels, met nog steeds aan de andere kant van de weg de zee.  Beach Boys door de luidsprekers, elleboog door het raampje, hemd open en cruisen maar.

Het resort was gebouwd door een kunstenares die de huisjes zelf had ontworpen: smaakvolle pastelkleuren laan de rand van het strand.

De rest van haar werk, dat bij de receptie en in het restaurant was opgehangen, bestond voornamelijk uit rommel die ze op het strand had gevonden en op een stuk karton had geplakt en met een spuitbus had geverfd.


En natuurlijk was er weer de ansichtkaartenzonsondergang. 

En mooie vogels, zoals deze vrolijke jongens: 
- de Mexicaanse tijgerroerdomp
- de visarend



- en dit kereltje, dat door het leven gaat als baardkoekoek:

Als je in Costa Rica fortuin wil maken, moet je in de plastische chirurgie.  Vooral in de borstvergrotingen.  In de rijkere wijken struikel je over de boob jobs en zien alle vrouwen eruit als Barbie's met donkere haren: allemaal een pink dik, allemaal hetzelfde gladde haar, allemaal dezelfde enorme zonnebril met diamantjes en allemaal dezelfde nepborsten.  Het is niet ongebruikelijk dat ouders hun dochter op haar 15de verjaardag een stel dikke tieten cadeau doen.  Op afbetaling, natuurlijk.  Vaak mislukken die operaties en gaan de implantaten schuiven (veel van die plastische chirurgen zijn knoeiers), meestal in tegengestelde richtingen zodatje dan vrouwen ziet met een bult op hun rug en een dikke knie. Of ze gaan lekken en dan komen de rondborstigen er achter dat er geen waarborg zit op hun hooters en moeten ze zich zwaar gegeneerd laten leegpompen in een openbaar ziekenhuis.

Ook de face lifts schijnen geregeld te misslukken, je ziet toch overal vrouwen die zó zouden kunnen poseren voor Picasso. Met scheve ogen en een glimlach tot achter hun oren, die zelf op verschillende hoogte staan.  En overal naden.  Ze kunnen lachen noch huilen om hun lot, want dan komen er gaten in hun gezicht.

In het centrum van de stad lijken vooral buikvergrotingen populair.  Je ziet ze de hele tijd dames waggelen tussen de McDonalds, de KFC en de Wendey's, trots de resulaten van hun operatie tonend.  Wil men in Escazú vooral op Victoria Beckam lijken, dan is in downtown San José Vicky Pollard het rolmodel.

Tussen 7 en 8 uur 's ochtends zenden alle radiozenders in het hele land hetzelfde programma uit:  een man, wiens naam nooit genoemd wordt, geeft vanuit zijn kantoor in de Alliance française commentaar bij de staat van de wereld.  Daarbij schuwt hij geen enkel onderwerp en vergelijkt hij de sociale zekerheid in Costa Rica met die in Argentinië, weidt hij uit over de relevantie van Das Kapital in deze tijden van crisis, legt hij uit hoe de Veiligheidsraad werkt, schetst hij de ideeën van de verschillende politieke stromingen binnen het Europees Parlement, vertelt hij over het leven van Franklin D. Roosevelt en de paardenraces in Ascot, bespreekt hij interessante boeken en vervloekt hij Daniel Ortega. Maar ook het kleine ontsnapt niet aan zijn aandacht: zo leren wij hoe je de beste soep kunt maken van wortels, hoe je schimmel verwijdert van je stropdas als die te lang in een vochtige kast heeft gehangen en wanneer je de beste ananas koopt.  
In de loop van zijn praatje windt hij zichzelf steeds meer op en hij moet geregeld stoppen om het schuim van zijn lippen te vegen, een slok water te nemen of uit te hijgen.  Ondanks de vrees van de meeste luisteraars krijgt hij nooit een beroertje en slaagt hij er steeds in om een afsluitend plaatje aan te kondigen.  Vaak gaat hij zó op in zijn aankondiging (hij vertelt tot in de kleisnte details de levensloop van alle muzikanten die hebben meegewerkt, wanneer het plaatje werd opgenomen en waar en welke invloed het heeft gehad) dat er geen tijd meer is om het plaatje zelf te laten horen voordat het journaal van 8 uur begint.  Dat is niet zo erg want het is toch steeds jazz. 
Donderdag kon hij zijn muziekje wel laten horen maar moest hij het na een tijdje alweer onderbreken om aan zijn vrouw te vragen een iemand te waarschuwen dat hij zichzelf had opgesloten in de verlaten Alliance en niet meer naar buiten kon.  Ik neem aan dat er uiteindelijk hulp is opgedaagd want vrijdag was hij weer op post om ons allerlei interessante weetjes mee te geven over het verschil tussen het boeddisme in Nepal en dat in Tibet, over waar je de beste cocktails drinkt in Sao Paulo en over het misselijke karakter van Daniel Ortega.

En zo leren we elke dag iets nieuws.

donderdag 12 januari 2012

San José, 12 januari 2012

De eerst blog van het nieuwe jaar.  Moge het een gelukkig zijn.
We zijn weer op schok geweest: naar Sámara, aan de westkust van Nicoya, de arm van Costa Rica die uitsteekt in de Pacific.
Dus namen we opnieuw de Interamericana, maar deze keer naar het noorden. Als je afdraait van de Inter Americana en naar bij de Golf van Nicoya naar het westen afslaat, kom je over de Puente de la Amistad, de Vriendschapsbrug die Taiwan in de jaren 1990 schonk aan Costa Rica.  De vriendschap mocht echter niet duren: nauwelijks was de brug af of de relaties werden verbroken met Taiwan en in plaats daarvan werden de Tico's vriendjes met de Volksrepubliek.  De Chinezen hebben diepe zakken: ze hebben het Nationaal Stadion geschonken, en de Politieschool en 200 politieauto's die allemaal (3 jaar na de schenking) kapot en onbruikbaar zijn omdat  niemand weet hoe je Chinese wagens moet onderhouden en er geen onderdelen te vinden zijn.  In het hele land bouwen Chinese bedrijven nu wegen en stuwdammen en raffinaderijen.  En restaurants, natuurlijk.  Het wemelt hier van de Long Walls en Dongs en Woks en Haw-haws.
In ieder geval: de Taiwanezen voelden zich ferm in hun gat gebeten door de trouweloosheid van Costa Rica, nadat ze net zo'n mooie brug gekregen hadden.  Nu probeert Costa Rica Japan ervan te overtuigen goede vrienden te worden maar de Japanners hebben eerst eens goed met de Taiwanezen gepraat en staan niet zo te springen.

Het binnenland van Nicoya doet denken aan Afrika:  savanne met op de achtergrond groene heuvels.  Je verwacht op elk moment een giraf in de schaduw van een parapluboom te zien staan, of een kudde zebra's in de vlakte, of herds of wildebeest sweeping majestically across the plain.  En je rijdt voorzichtig want je houdt er rekening mee dat er opeens een olifant de weg op komt gestapt.

In Sámara heerst er een vakantiesfeer: mensen kuieren in zwembroek en op slippers door de zandstraatjes, toeristen sjouwen met veel te zware rugzakken (en vaak ook nog zo'n tas op hun buik - wat stoppen ze daar eigenlijk allemaal in?), kinderjes zitten vrolijk in de boodschappenmandjes aan het stuur van de fiets van hun ouders (hier geen speciale fietstoeltjes of helmpjes, hoor).

Ons huisje staat in een paradijsje: het lijkt alsof je in Burgers bush rondloopt, je kijkt voortdurend naar het plafond en verwondert je erover dat er geen is, dat je gewoon buiten bent.


















In de tuin rond ons huisje scharrelde vanalles rond: een gordeldiertje:
Een familie brutale wasbeertjes die de kreeftenpoten die Casper op het strand gevonden had deskundig uit zijn emmertje gooiden en snel opaten en die Carola uiteindelijk met een stok moest wegjagen om te voorkomen dat onze schoenen opaten:
Een paca (een soort reuzencavia):
En een coati, waaraan de kinderen met veel plezier druiven en kiwi's voerden:
En dat dus allemaal vanop ons terrasje.  Als dat niet vermakelijk is.

Achter ons huisje lag La playa secreta, een rotsstrand waar je alleen kan komen via een kronkelweg over een beboste heuvel.  De vegetatie is droog woud in Nicoya, dat is een veel opener type dan het regenwoud in hoger gelegen gebieden.  In het regenwoud is echt elk oppervlak begroeid: op de bomen groeien bromelia's en daarop weer baard-, korst- en andere mossen; het droog woud is bescheidener en doet eerder denken aan een Europees beukenbos.  Een beukenbos waar zwarte gieren nestelen in de boomtoppen, apen rondritselen en vleermuizen rondscheren.
En vlak boven de golven grote groepen pelikanen, die nog opmerkelijk gracieus vliegen voor zulke grote vogels.

Elke ochtend werden we gewekt door de brulapen.  Dat is me pas een lawaai: alsof er honderd honden tegelijk blaffen.  En het houdt niet op, je vraagt je af wat ze allemaal te brullen hebben naar elkaar.  Misschien doen ze het ook gewoon ook kloterij, dat weet je nooit bij apen.

We hebben ook andere stranden bezocht.  Het strand van Sámara was mooi maar een beetje druk (op zo'n strand verwacht je niemand en vind je het al gauw overbevolkt - zoals u ziet lopen er ook andere bezoekers).  Het was er ook wel lawaaierig doordat een frisdrankenmerk een beachvolleybal ("bolliebal", in het Spaans) had georganiseerd waar niemand aan wilde deelnemen, wat ze probeerden te verhelpen door heel luide muziek te draaien en een onnozele presentator mopjes te laten vertellen met zijn voeten in de golven.

Om bij de andere strand in  het zuiden  te komen moet je via een zandweg een heuvelrug en een paar rivieren oversteken, wat niet zo veel mensen doen en waardoor je de stranden wél voor jezelf hebt.


Je kunt er prima in de branding spelen.

En toen moesten we weer naar huis.  Aan alles komt een eind.  Behalve aan de files in San José.

woensdag 28 december 2011

San José, 28 december 2011.

We hebben hem gezien, met onze eigen ogen, op kerstdag dan nog: de quetzal.  De heilige vogel van de Maya's, de mooiste vogel van Centraal-Amerika, de engel van de bergen:

We hebben de kerstdagen doorgebracht in de bergen.  In een ecolodge aan het begin van een vallei met de mooie naam San Gerardo de Dota.  Prachtige huisjes met schitterend uitzicht over de bergen.

'Dantica' heet de lodge, het tapirtje.  Alleen al om de naam zou je erheen gaan.  En om het schattige logo.  De koudste streek van Costa Rica, bibberden ze in San José.  "Neem maar een dikke trui mee, het wordt daar overdag niet warmer dan 15°!".  Ze dachten echt dat we naar de Noordpool gingen.

In de buurt ligt de Cerro de la Muerta, de Berg van de Dood, de tweede hoogste berg van Costa Rica.  Hij domineert alle wegen van San José naar het zuiden.  Toen de Amerikanen in de jaren 1940 de Inter-American Highway aanlegden, die de VS verbindt met het Kanaal van Panama, volgenden ook zij de traditionele handelswegen  die langs de voet van de berg kronkelen, wat voor een waarlijk spectaculair stuk weg zorgde. De berg komt aan zijn sinistere naam doordat in het verleden geregeld handelaren doodvroren toen ze hem beklommen om hun waren naar de markten in de buurt te brengen.

Ook wij zijn naar boven gegaan, tot boven de wolken. Van op de top, op ruim 3500 meter hoogte, kun je bij helder weer de Caribische Zee en de Stille Oceaan zien en wel 5 vulkanen.  Er groeien dezelfde planten als in de Andes: een schrale, harde vegetatie die zich buigt naar de felle wind.





En zelfs terwijl hij een levensgevaarlijke bergflank beklimt waarbij hij handen en voeten en zijn volledige concentratie nodig heeft en elke hap zuurstof goed kan gebruiken, zwijgt Casper geen moment.  Over berg en dal klinkt zijn onophoudelijke gebabbel over Bakugans en dinosaurussen.
En anders probeert hij wel zijn nek te breken.


Toen we weer naar beneden kwamen, was de Interamericana afgesloten, de Vuelta Internacional a Costa Rica kwam immers voorbij.  Eerst een heleboel motorfietsen, zoveel dat we dachten dat het om een motorwedstrijd ging en vervolgens een bont allegaartje op zelfgemaakte fietsen, met volgauto's waarop de namen van sponsors en landen van herkomst met viltstift geschreven stonden en de fietsonderdelen met elastiekjes en touwtjes op waren vastgebonden . 

Op kop reden de Colombianen en de Peruvianen.  Daarna kwamen de andere Latijns-Amerikanen.  En tenslotte, meer dan een uur na de eersten, sukkelden Giel de Nijs en Joris de Boer de helling op.  In grote oranje letters hadden ze 'Team Amsterdam' op hun broek staan, en tulpen.  Mijn "Hup Holland" deed hen grijnzen  en schuimbekkend vloekten ze zichzelf naar boven, zich afvragend waarom ze in godsnaam niet een beetje beter hun best hadden gedaan op school en wat Philippe Gilbert heeft dat zij niét hebben.  Maar ze hebben het gehaald, ze hebben de Vuelta uitgereden.  Niemand in Nederland kent hen waarschijnlijk maar ze verdienen groot respect. Je moet het maar doen: onderbetaald in een niet eens veredeld amateurteam, nog verdwaasd van de jetlag en stijf van de nacht in economy, op geleende en veel te kleine fietsen, van de Europese winter naar de zomer in Centraal-Amerika, in hotels waar de bedwantsen en de kakerlakken je uit je slaap houden, levend op een dieet van rijst en bonen, je een week lang afbeulen in etappes die starten op zeeniveau en die eindigen hoog in de bergen,  terwijl je weet dat je niet de minste kans maakt om ook maar een degelijk klassement te rijden en dat geen enkel groot team van je bestaan afweet.
Toen de laatste etappe gisteren aankwam in San José werden ze aan de eindmeet door de Club Holandes opgewacht met Heineken, alsof ze nog niet genoeg geleden hadden.

Het dal van San Gerardo is lieflijk, met een riviertje tussen de eikenbomen waar de regenboogforellen in wemelen en waarvan het water zo zuiver is dat je het kunt drinken.

Het hele dal is beschermd.  Er staat een kerkje naast de rivier, en een schooltje.  En voor de rest een paar lodges en een restaurant met uitzicht.  Allemaal zo goed als verlaten. Toen we naar de watervallen wandelden aan het eind van het dal, dé trekpleister van de streek, waren we de enigen.   Tico's houden toch al niet van de bergen en zeker de kerstdagen brengen ze door aan zee en de gringo's  hebben geen geld meer.  Een paar Europeanen zagen we, meer niet.  Het gaat niet zo goed met het toerisme in dit land.

En nu zijn we dus terug in San José.  Het is echt rustig in de stad.  Veel winkels zijn gesloten, de straten liggen er verlaten bij.  Ontspannende laatste dagen van het jaar.  En elke avond vuurwerk, daar houden ze hier veel van.

Tenslotte, omdat het leven meer is dan alleen maar vakantie en leut, een foto van ons onophoudelijk gestachanovitsj op kantoor:
Spot de zot.

Hou het rustig op oudejaarsavond.

maandag 19 december 2011

San José, 18 december 2011.


We hebben een kersboom gekocht.  Geen echte, eerder een dikke tak van een cypres of zo die hier aan de kant van de weg verkocht wordt bij gebrek aan sparren.  We hebben hem versierd en in huis hebben we lichtjes opgehangen en een kerststal gezet; allemaal heel sfeervol.

Op school hebben de kinderen christmas charols gezongen en wij een traan weggepinkt bij zoveel belgerinkel en kindergezang.
(E rechts op achterste rij)


Overal ligt nepsneeuw en zie je foto's van mensen die in dikke truien en met gebreide mutsen op hun hoofd en warme sjaals om hun hals bij een groot haardvuur gezellig staan te doen terwijl ze hun handen warmen aan mokken hete chocolademelk.  In Zuid-Afrika droeg de kerstman een zwembroek maar hier gaan ze voor het volle ornaat: hartje winter in Noord-Amerika of Scandinavië. Op straat zie je nu kindjes lopen met wollen mutsen en wantjes, omdat het in december nu eenmaal koud hoort te zijn.  Dat die kindjes voor de rest t-shirtjes, korte broekjes en sandalen dragen maakt niets uit, als ze die mutsen en wanten maar dragen en toch een beetje lijken op gringo's in de winter.

Om toch te voelen wat winter eigenlijk is, hebben Casper en zijn klasgenootjes de dievriezer van een invoerder van etenswaren bezocht.  Voor het eerst zagen de Ticootjes sneeuw en ijs, waar ze al zo veel over gehoord hadden.  Zoals kindertjes in Europa een exotische plantentuin bezoeken, gaan ze hier dus op schoolreis naar een diepvriezer.  Zo is elk land anders.

Vorig weekend hebben we de Notenkraker gezien.   Die wordt hier elk jaar opgevoerd in het Teatro Nacionál, een piepkleine versie van de Bourlaschouwburg. Zo klein dat er niet eens een orkest in past.  Maar binnen één weelde  van rood fluweel en bladgoud en stoelen die gemaakt werden toen de benen van het publiek nog minder lang waren.  Heerlijk nostalgisch.
 De solodansers waren van het Ballet van New York en heel professioneel.  Het corps waren leden van de plaatselijke balletclub en samen met de plaatselijke technici zorgde dat voor een vrolijke janboel: de muziek begon te vroeg of te traag of bleef hangen, de verkeerde decorstukken werden naar beneden gelaten en haastig weer opgetakeld, figuranten trapten op de zoom van elkaars jurken of weigerden het podium te verlaten na hun scène of zwaaiden naar vrienden in de zaal, het gordijn floepte onverwachts dicht en het licht ging uit; kortom: we hebben ons uitstekend vermaakt.





En natuurlijk zaten ze ook deze keer in het publiek: de Kenners.  Nog voor de laatste maat van elke scène werd ingezet begonnen ze al te klappen, zodat iedereen goed merkte dat zij het ontwikkelde lieden zijn die hun klassiekers kennen. Ze jutten elkaar op en het eindigde ermee dat ze elk bij het einde een aparte  staande ovatie inzetten, terwijl de verbaasde dansers die nog aan rondhuppelen en -springen waren de muziek niet meer konden horen en de finale eindigde in chaos met iedereen die zo maar wat op zijn eigen ritme danste; dit alles tot ergernis van de Kenners en tot groot vermaak van alle anderen.


We zijn naar zee geweest!  Naar Jacó, het Marbella van de Pacific,  waar de hipste clubs zijn, waar het zwaarst geraved wordt, waar het schoonste volk komt pronken.  Maar dat wisten wij niet toen we vertrokken.   Wij wilden gewoon genieten van het strand.
Onderweg zagen we reusachtige krokodillen lekker liggen zonnen.  We stonden zelf op een bouwvallige brug met afbrokkelende borstwering, waar je mensen in groepjes zag samen staan, ieder klaar om een ander te grijpen en naar de krokodillen te gooien als het boeltje in elkaar zou zakken. Dat is niet gebeurd.


Het strand van Jacó is niet het allermooiste van Costa Rica: het zand is donker en ligt vol kiezels.  Maar het is één van de weinige waar je redelijk veilig kunt zwemmen, vandaar de populariteit.

Gelukkig werd het strand snel en deskundig aangepast aan de wensen van de moderne bezoeker:


Het stadje zelf is een mengeling van souvenirwinkeltjes, fruitstalletjes, pubs, fastfoodtenten, hostels voor backpackers, surfwinkels, discotheken en verhuurders van motorfietsen en quads en straalt een vrolijke vakantiesfeer uit.  Iedereen wandelt of fietst er, de een al wat rechter dan de ander.

Overdag loopt het strand vol met familietjes.  Allemaal in een soort Blankenberge-chicque van dikke blote mannenbuiken en bermuda's en gouden halskettingen.  En werkelijk iedereen met een blikje bier in de hand.  Strand en bier horen hier bij elkaar.

Als de avond valt verdwijnen de familietjes naar de pizzarestaurants en wordt hun plaats ingenomen door het dansvolk.  Bier wordt verruild voor vodka en Monster en de nauwelijks geklede lijven geven zich over aan de beats, die de hele nacht doorgaan.

En aan de drugs.  Alles is verkrijgbaar, goede kwaliteit en aan scherpe prijzen.
Ook aan prostitutie wordt flink gedaan, meestal door vrouwen wier drugsverbruik zo groot is dat zelfs de scherpste prijzen onbetaalbaar worden.  De eigenaar van het hotel waar we verbleven voert een felle strijd tegen de prostitutie.  De  dames van lichte zeden zouden de goede naam van de stad bezoedelen en moeten opkrassen.  Van broodroof gesproken.  En alweer blijf de fatsoenlijke hoerenloper in de kou staan. En de kleine dealer. Waar zijn de vakbonden nu?

Terwijl de feestvierders 's ochtends hun roes uit liggen te slapen op het strand en de fregatvogels en de pelikanen op zoek gaan naar hun ontbijt, verschijnen de eerste surfers.

(voor Peter, de anderen doen maar alsof hier niets staat)

 Je ziet de surfplanken zonder surfers  de lucht in schieten en af en toe moet er beach boy proestend door zijn maats uit de branding gered worden maar ze lijken zich reuze te amuseren.   Al surfen ze niet al te fanatiek: ze warmen zich opzichtig op op het strand en peddelen dan loom door de branding en gaan dan  vervolgens urenlang liggen dobberen en kletsen met elkaar.  En tegen de middag komen de bierbuiken er weer aan met hun kroost en begint het hele circus opnieuw.
Zo gaat het leven voorbij, daar in Jacó.



maandag 5 december 2011

San José, 4 december 2011

Morgen het heerlijk' avondje!  De Sint is hier al geweest, trouwens.  Gisteren kwam hij op de residentie van de Nederlandse ambassadeur.  Alle kindjes stonden hem vol verwachting op te wachten, met zelfgemaakte pietenmutsen op hun hoofdjes en tekeningen in hun handjes en met bonzende hartjes.
Hij viel een beetje tegen: hij kwam niet eens op een paard maar in een witte Kübelwagen.  Zijn haar was niet gekamd, zijn baard zat een beetje scheef , de weer zat in zijn tabberd en zijn staf was een bezemsteel met een bovenstuk van karton.  De linten aan zijn mijter zaten aan de voorkant, waardoor hij er eerder uitzag als rabbi Jacob dan als een bisschop.  De pieten hadden hun nekken niet geschminkt.  "Hulpsint", had het grut meteen door.  Maar ze vergaven het hem: Costa Rica is niet naast de deur en helemaal op je schimmel de oceaan oversteken is ook voor de goedheiligman een hele opgave.

Er volgde het traditioneel gezang en eten van banketstaaf, marsepein en pepernoten.  Sinterklaas sprak rad Nederlands, Engels, Spaans en Frans toen de kindertjes van het internationale gezelschap bij hem mochten komen voor een chocoladeletter. Ook Emma en Casper.  Hulpsint of niet: Emma was haar gebruikelijke verlegen zelf en ook Casper was onder de indruk. Toch zong Emma een liedje door de microfoon, wat wel heel dapper was.


's Avonds hadden we pakjesavond. Ik heb een dinosaurus gekregen, tot verbazing van de kinderen die niet wisten dat Sinterklaas ook aan volwassen speelgoed gaf.  Aan heel kinderachtige volwassenen, bedachten ze vervolgens, terwijl ik van mijn voetstuk tuimelde.

De kerstperiode is nu flink ingezet.  Overal staan nu kerststallen en -bomen en hangen er kerstballen ter grootte van basketballen.  We hebben al een kerstlunch gehad en het kerstfeest van de diploclub. Allemaal heel bizar.

Afgelopen week vierde Costa Rica de afschaffing van het leger in 1948.  De toenmalige president, Figueras, die liefhebbend door iedereen 'don Pepe' genoemd wordt, was aan de macht gekomen door een staatsgreep en een klein burgeroorlogje en was vastbesloten dat ze hém dat niet zouden flikken en schafte daarom het leger af.  Sindsdien geniet Costa Rica het image van het meest vredelievende land ter wereld.  In werkelijkheid worden de grenzen bewaakt door de Amerikanen, die in ruil hun special forces mogen opleiden in de dichte jungles van het land.  In de jaren '80 hadden de Contra's hun bases in Costa Rica, van waaruit ze vrolijk sandinisten gingen vermoorden in Nicaragua,  en de inval in Panama om drugsdictator Noriega te verdrijven (waarbij 5000 burgers omkwamen) werd van hieruit gelanceerd.  Maar dat vergeet men graag, liever heeft men het over Pura Vida en de vrede.  Ze zijn adembenemend sterk in propaganda, dat moet je toegeven.
Presidente Chinchilla had haar Panamese collega Martinelli uitgenodigd voor een feestje in het Nationaal Museum, het voormalige hoofdkwartier van het leger.  Ook Panama heeft geen leger meer, afgeschaft na de arrestatie van Noriega.  Dat schept dus een band.
Het binnenplein zat vol met scouts die uit volle borst "Viva Costa Rica" riepen; en "Viva Panamá" en "Viva la Paz".  Het werd vreemd toen ze "Viva gallo pinto" begonnen roepen, gallo pinto is een traditioneel gerecht, gemaakt van rijst en bonen en is de ziel van de Costa Ricanen.  "Leve friet met biefstuk", zoiets.
Er waren de traditionele toespraken en Chinchilla ondertekende de wet die van 1 december voortaan een feestdag maakt.  Er werden helden gedecoreerd en veteranen geëerd en vals 'Eleanor Rigby' gezongen en af en toe moest één van de presidenten of allebei tegelijkertijd naar voren komen om een handje te schudden, te zwaaien of iets te zeggen.  Chinchilla deed daarbij steeds de Bill Clinton: ze zwaaide en knipoogde  naar een willkeurig iemand in het publiek, alsof ze de beste vrienden waren; meestal tot grote verbazing van de begroete, die nooit had kunnen vermoeden dat de presidente op een dag met hem zou flirten.  Martinelli hield het bij een algemeen  handengewapper en een vaderlijke blik voor iedereen, waarbij hij zijn best moest doen om om en over zijn bodyguards heen te kijken: grote negers met donkere zonnebrillen en oortelefoontjes en pakken uit de Marinero waaronder hun Dirty Harry-pistolen duidelijk en dreigend zichtbaar waren.   Uiteindelijk werden beide staatshoofden erelid van de scouts gemaakt en kregen ze een scoutsdas om.  Ik betwijfel echter of ze elke dag wel een goede daad stellen. En hun scoutsgroet leek op het geklauw van een norse leeuw.

Aan mijn ene kant zat een Russische collega de hele plechtigheid lang luide scheten te laten. Hij verontschuldigde zich wel elke keer hoffelijk bij al zijn buren.  "Wodka Cubana ayer", fluisterde hij me toe, alsof dat alles verklaarde.  Dat heb je als je drank stookt van rotte bananenschillen, neem ik aan.
Aan mijn andere kant zat een Fransman die me de hele tijd enthousiast zat te vertellen over de boullabaise (met éxtra knoflook!)die hij de vorige avond in grote hoeveelheden had gegeten. Hij toerterde in mijn oren én in mijn neus.  Ik viel bijna flauw en wist niet aan welke kant ik moest ademen.  Gelukkig komt aan alles een eind en kon ik na een uur of twee kokhalzend  vertrekken. Helemaal murw.  Zo zijn de gevaren van dit land.


550 dagen crisis.  Eindelijk een nieuwe regering.  En wat zien ik: verdomme grotendeels dezelfde smoelen.  Waar hebben ze het die hele tijd over gehad, vraag ik u af?