maandag 26 maart 2012

San José, 26 maart 2012

Bijna Semana Santa!  Iedereen loopt er al vrolijk bij want de Goede Week is hier voornamelijk de Week van het Goede Leven.  Alles is gesloten want iedereen zit dan op het strand.  In hun hoofd zitten velen er nu al, zoveel is duidelijk.  Mensen vragen niet meer hoe het gaat maar waar je Semana Sante gaat doorbrengen.  In de straten van ons dorp zijn er al Romeinse soldaten opgedoken die alvast repeteren voor het passiespel van volgende week: er gaat er eentje gekruisigd worden vóór onze kerk.  Dat vind ik toch wel speciaal, hoor.

Bij Emma op school was er 'living museum'.  Alle kinderen moesten een held kiezen, zich in zijn leven verdiepen en zich dan verkleed als de held in kwestie een spreekbeurt over zijn leven geven.  De eerste keer gewoon in de klas maar uiteindelijk buiten, voor een hele groep oudere kinderen en ouders.  Zo zijn die Amerikanen wel: veel aandacht voor spreken in het openbaar en eigenlijk voor creatief omgaan met taal in het algemeen.  Je merkt aan die kinderen, zelfs de native speakers, dat ze allemaal heel nerveus zijn als ze moeten spreken voor een grote groep onbekenden maar je ziet hun zelfvertrouwen groeien tijdens hun spreekbeurt en allemaal staarden ze aanvankelijk bedremmeld naar de grond maar tegen het einde van hun spreekbeurt durfden ze allemaal de luisteraars aan te kijken.
Ze konden kiezen uit een lange lijst helden, de meesten Amerikanen.  Lincoln, Kennedy, Neil en Lance Armstrong, Diane Fossey.  Maar ook Moeder Teresa, Pelé, Einstein, da Vinci en Simon Bolívar waren mogelijk.  Naast een hele groep van wie ik nog nooit gehoord had maar die toch belangrijk geweest zijn voor de Amerikanen: piloten, ontdekkingsreizigers, muzikanten, dichters, burgerrechtenactivisten, sportlui. 
Emma moest in het begin van het schooljaar niet meedoen aan die moeilijke dingen.  Maar dat is afgelopen nu: hup, mee met de anderen.  Dat doet haar goed.  Ze was Hellen Keller, een dove en blinde vrouw die heel veel gedaan heeft voor haar lotgenoten.  Ze vertelde dat allemaal met grote geestdrift en ik was een heel trotse vader.

"Eighdeen eighdy-eighd," zegt ze, en "I'm done" als ze wil zeggen dat ze ergens klaar mee is.  Ze spreekt echt al heel goed Engels en ze heeft de Amerikaanse brutaliteit overgenomen om zomaar recht op mensen af te stappen en een praatje te beginnen.  Wat een verandering.
We kennen nu al een aantal andere ouders en het is echt wel gezellig tijdens schoolactiviteiten.
Ik ben uitgenodigd voor een gesprek onder vaders, over hoe je om moet gaan met je puberdochter.  Ze moeten nu toch echt niet gaan overdrijven: als ze denken dat ik de behoefte voel om diepzinnige gesprekken te gaan voeren met een aantal onbekende venten, waarbij diepe twijfel en onzekerheid en tranen beloond worden met een knuffel, hebben ze het echt wel verkeerd voor.  Eerlijk, zeg!  Al genoeg emotionaliteit in deze maatschappij.

Omdat wij af en toe ook op uitstap gaan, gingen we afgelopen weekend naar het Parque Nacional Marina Ballena, het walvissenpark.  De trekroute van de bultrugwalvis, die voor de kust van Mexico en Californië gaat bevallen omdat het water daar warmer is en meer voedsel bevat zodat de kleintjes daar een grotere overlevingskans hebben dan in de zeeën van antarctica, komt vlakbij Dominical dicht tegen de kust, zodat ze vandaar vaak heel goed te zien zijn. 

Voor de kust van het park zelf leeft ook een groep bultruggen permament.  Tenminste: dat denken wetenschappers toch maar ze zijn daar niet zeker van.  Het is namelijk niet zo gemakkelijk om te zien of er een permanente bewoner zijn kop uit het water steekt of een voorbijtrekker. Je kunt een walvis ook niet zomaar verdoven een een zendertje vastmaken aan een vin of zo, zoals dat met vissen en vogels gebeurt, er is geen enkel aquarium groot genoeg om zo'n verdoofd beest eens rustig vanalles om te binden.  Wetenschappers weten merkwaardig weinig over deze reuzen.
Een onwaarschijnlijke toevalligheid is dat er vanuit het park een schiereiland in de vorm van een walvissenstaart de zee in steekt.  Dat houd je toch niet voor mogelijk, voor een plek waar de dieren ook daadwerkelijk te zien zijn:

De stranden in de zuidelijke Pacific zijn veel uitgestrekter dan die in het noorden, waar je baaien hebt.  In het zuiden zijn het kilometerslange stranden die zonder overgang doorlopen in de heuvels van het binnenland.  En uitgestorven.  je hebt het hele strand voor jezelf.

De onmetelijke oceaan nodigt sommigen uit tot stille contemplatie:

Anderen eerder tot het maken van etnische muziek op geïmproviseerde instrumenten:


Toen Carola en ik 's avonds bij ons huisje zaten scharrelde er een margay door het gebladerde boven ons hoofd.  Een margay is een kleine jaguar die vooral in de bomen jaagt en kan klimmen als een aap.  Hij kan zelfs ondersteboven  naar beneden klimmen, wat van alle katachtigen enkel de nevelpanter hem nadoet.  Een heel speciaal diertje en we hadden geluk dat we hem zo goed zagen: hij is heel schichtig en zeldzaam.

Voor de rest heerste er de hele nacht in het oerwoud weer het gebruikelijke lawaai: brulapen en -kikkers, gekrijs en gesnuif en gepiep en gegil.  Vooral de krekels deden hun best.  Er waren drie soorten: een soort die gewoon tsirpte, een soort die het geluid van een tandartsboor nadeed en een soort die het geluid maakte van een ouderwetse telefoonmodem.  Maar allemaal zo ontzettend luid dat het leek alsof je in een houtzagerij met een hele grote modem zat.  Onwaarschijnlijk.  En daarbij 20 centimeter lange sprinkhanen, wandelende takken zo groot als mijn hand en allerlei andere insecten die zo reusachtig waren dat ik dacht dat we in Jurassic Park terecht gekomen waren.   

En tenslotte, omdat het niet alleen wolven zijn die naar de maan huilen:

woensdag 21 maart 2012

San José, 21 maart 2012

Lente!  Het begint weer te regenen hier.

Ik heb een examen afgelegd.  In het Spaans dan nog.  En met succes.
Ambassades kunnen overal ter wereld toegangsbadges krijgen voor de luchthavens, zodat hun medewerkers mensen kunnen gaan ophalen en wegbrengen.  Gewoonlijk volstaat het om een plechtige brief (een 'verbale nota') te sturen naar het ministerie van Buitenlandse Zaken van het land waar je je bevindt om zo'n pasje te krijgen.
Maar niet zo in Costa Rica!  Om de begeerde gafete te krijgen, moet je eerst een cursus volgen en een examen afleggen.  Een cursus over de veiligheid op het vliegveld, samen met kruiers-in-opleiding en leerling-veiligheidsagenten.  Zo heb ik geleerd welke verschillende soorten vuur er bestaan en hoe die geblust moeten worden; wanneer de mist zó dicht is dat het vliegveld gesloten wordt; hoe de verschillende delen van een luchthavengebouw heten en wat het gevaar is van vreemde objecten op de landingsbaan.
En daarna test.  20 meerkeuzevragen, waarvan je er tenminste 17 juist moet hebben.
Zoals: "Als je een achtergelaten laptop vindt in de lobby, wat doe je er dan mee?  a. Ik negeer de laptop. b. Ik houd de laptop voor eigen gebruik. c. Ik breng hem naar de luchthavenpolitie."  Of: "Mag ik mijn auto op de landingsbaan parkeren? a. Ja, maar alleen buiten de werkuren. b. Nooit. c. Ja, als ik dat eerst heb afgesproken met de directeur van de luchthaven". 
Toch ben ik geslaagd.  De ander vragen waren namelijk gemakkelijker.
Toen ik trots wegging met mijn gloednieuwe badge zag ik de helft van mijn cursusgenoten nog zitten piekeren in het examenlokaal. "Mag ik nu wel of niet roken terwijl ik het vliegtuig voltank?".

Hét hoogtepunt van het jaar in Escazú is de optocht van de ossenwagens.  Alle straten worden afgesloten voor de stoet van honderden beschilderde ossenwagens die van de kerk halverwege de helling naar de kerk boven op de top trekken.  De ossen worden gedreven door boeren in hun beste pak en met een flink stuk in hun kraag. Langsheen het hele traject zitten mensen die van heinde en verre gekomen zijn te drinken en commentaar te geven op het schouwspel.  
Sommige karren zijn groot en worden getrokken door kleine osjes:

Andere zijn dan weer piepklein maar worden getrokken door enorme beesten:

Wie geen ossen had kan een paar geitjes voor een karretje spannen en we zagen ook iemand met een hondenkar.  Bij de kerk van San Antonio, hoog in de bergen, worden de karren gekeurd en de winnaars aangeduid.  En als een en ander uit de hand loopt en aangeschoten drijvers elkaar te lijf gaan en elkaar karren bekladden komt de cavalerie tussenbeide en herstelt de rust.

Van de os op de ezel. De stier, eigenlijk.  De kids gaan naar een Amerikaanse school waar er ook Amerikaanse dingen dingen gebeuren.  Zoals rodeo, dat ook in Costa Rica populair is.  'Steers' Emma.



Ze is trouwens heel blij: er zit sinds vorige week een Nederlands jongetje bij haar op school en zij kan nu de oude rot uithangen en hem wegwijs maken, wat ze met veel plezier en luid babelend doet.

Het is Festival van de Francofonie in San José.  Alle Franstalige landen bieden samen een cultureel programma aan: films, tentoonstellingen, concerten.  Tegelijkertijd wordt er het Festival Internacional de las Artes gehouden in het park van La Sabana.  Ook daar muziek en dans en gezang.  De Francofonie heeft daar een huis tussen de honderden tentjes om de Franse cultuur te verspreiden.  De plannen van het huisje zagen er heel goed uit: elegant en eigentijds.  De werkelijkheid is iets minder: scheve muren van verrot spaanderplaat.  En daar hebben ze heel veel geld voor gevraagd, de organisatoren van het Festival de las Artes, nadat ze ons eerst in de waan lieten dat het gratis zou zijn.  Bedrog!
Enfin, er gebeuren toffe dingen: de Fransen organiseren een kaasproeverij, de Zwitsers hebben een funkband met een zangeres die alpenhoorn speelt, de Canadezen een groepje Mounties en wij hebben 2 Belgische muzikanten die samen met 3 Costa Ricanen hebben opgetreden.  Niet de minsten: Pierre Anckaert is een bekende jazzpianist die uitstappen heeft gemaakt naar klassieke muziek en techno, Emile Verstraeten is de violist van Bart Peeters en heeft met Björk gespeeld, en met kapitein Winokio.  Toffe gasten.  Ik ben met hen naar het strand geweest waar ze zo verbrand zijn dat ze 's avonds hoofden als tomaten hadden en hun partituren niet meer konden lezen.  En meer dan een gesprek kwam er ook niet van met hun vrouwelijke fans.  Zondag speelden ze in de concertzaal van een Belgisch restaurant in de heuvels, terwijl de zon spectaculair onderging in de glinsterende Stille Oceaan.  En maandag in een gepast smoezelige club in de universiteitsbuurt.  De pannen van het dak!



Tenslotte: zaterdag waren we op een barbecue waar ik een Heineken gedronken heb. Een mens moet de risico's immers niet schuwen.  Eén Heineken, niets anders.  Koppijn!  Smerige bocht.  U bent gewaarschuwd.

maandag 5 maart 2012

San José, 5 maart 2012

Ik heb veel respect voor de natuur maar dat respect moet wel van twee kanten komen.  En dat is niet altijd het geval, zoals we afgelopen weekend moesten ervaren.

We gingen naar Nationaal Park Manuel Antonio, hagelwitte stranden aan de kust van de Pacific, één van de populairste toeristenbestemmingen van het land. 

Het dorp bij de ingang staat dan ook vol met hotelletjes en restaurants en toeristenwinkeltjes.  Net voor we het park bereikten werden we tegen gehouden door officieel uitziende mannetjes die ons een parkeerplaats aanwezen en ons meteen lieten betalen voor een gids.  Te laat realiseerden we ons dat het geen echte parkgidsen waren maar eigenlijk gewone dorpsbewoners die zelf een handeltje hadden opgezet in toeristengidserij en daar ontzettend veel geld voor vroegen.  Maar toen hadden we al betaald.  Dankzij onze gids hebben we een paar luiaards gezien.  Niet meteen een prestatie: die dieren liggen toch zomaar een beetje in een boom te liggen.  Verder niets.  De gids was niet zo goed.

In Manuel Antonio komt de jungle tot aan het strand, wat heel uitzonderlijk is:

En in die jungle wonen allerlei dieren.  Zo ook een familie schattige witschouderkapucijnaapjes, die van Carola en Emma een lekker stukje fruit kregen:

Ze betaalden deze daad van vriendelijkheid terug door Emma prompt te bekogelen met hetzelfde harde fruit dat ze net gekregen hadden.  Recht op haar hoofd.  Dat stemde Emma heel verdrietig.

Het water voor de kust van Manuel Antonio bevat uitzonderlijk veel zout, waardoor je blijft drijven, net zoals in de Dode Zee.  Je hebt daar ook geen branding, alleen een zachte golfslag zoals in een tropisch zwembad.  Je ligt dus lekker een beetje heen en weer te klotsen in het zonnetje.  Ondertussen azen de dieren van het oerwoud echter op je spullen.  Zoals een wel heel gemeen kijkende oude kapucijnaap die zachtjes door de bomen kwam aansluipen:

Niet veel later kreeg hij het gezelschap van enkele gemaskerde rovers, die het ook op onze spullen gemunt hadden (de kenners herkennen daartussen Gozie en Papi):
Hierop brak er een wild gevecht uit tussen Carola en de dieven, die zich niet zomaar lieten verdrijven en hun zinnen gezet hadden op onze rugzak.  Uiteindelijk dropen ze af, achterna gezeten door mijn nochtans doorgaans vredelievende en diervriendelijke echtgenote die woest met een dikke stok zwaaide en luid verwensingen schreeuwde.

Toen we een boterhammetje zaten te eten kwam er een leguaan uit de bosjes gekropen:


We moesten heel hard lachen om de geniepige blik in zijn ogen.  Het lachen verging ons enigszins toen hij bliksemsnel op Casper afsprong en bijna zijn klauwen in zijn lijfje zette.  Wie had kunnen denken dat leguanen 1 meter hoog kunnen springen?  Wij in ieder geval niet.  

Terug in ons hotel kregen we het bezoek van een grote groep gele doodshoofdaapjes, die het dak gebruikten als brug tussen 2 grote bomen.  Er waren ook een aantal moeders met kleintjes bij.  Fantastische klauteraartjes:


In het bos rondom het hotel wonen ook brulapen.  Er wordt gezegd dat de mannetjes brullen om hun territorium af te bakenen en vijanden te verjagen.  Ik heb die beesten eens goed in de gaten gehouden en ben tot een heel andere conclusie gekomen.  De mannetjes zijn voorzien van een stel uitzonderlijk grote en obsceen bungelende teelballen.  Tijdens hun geklim en gespring en gebuitel door de boomtoppen knotsen ze hun klokkenspel wel eens keihard tegen de takken aan.  Vandaar hun gebrul.  Deze theorie vergt nog enig onderzoek maar ik geloof wel dat hij klopt: ik zou ook zo zitten brullen als me dat overkwam en ik zie geen enkele reden om aan te nemen dat dat bij apen anders zou zijn.

Vanuit onze kamer zagen we alweer een adembenemende zonsondergang:

Na die zonsondergang werd het iets minder plezierig.  De eerste nacht werden we gewekt door een reusachtig vuurwerk: Enschede revisited. Er kwam maar geen einde aan.  En daarna mariachimuziek tot de vroege ochtend.  Er was een bruiloft in een naburig hotel.  Het zijn wel feestneuzen, die Tico's.
De volgende nacht werden we uit onze slaap gehouden door onze buren: een Amerikaans stel dat duidelijk genoten had van de fijnste Colombiaanse coke.  Met zijn bromstem bekende hij de meest genante zaken aan haar (en ook aan ons), zij reageerde daarop met een onophoudelijk idioot gegiechel.  Op de muur bonzen had weinig zin: na een paar minuten stilte herbegon het gebrom en gegiechel elke keer.  Alsof dat nog niet genoeg was gingen ze toen naar muziek luisteren.  Johnny Cash.  Nu laat ik altijd al liever een tand trekken zonder verdoving dan naar country te moeten luisteren maar om 2 uur 's ochtends en begeleid door stoned gegrinnik is het hels en ik had met plezier al mijn tanden veil voor stilte.  En net toen ik dacht dat er nooit een eind zou komen aan de foltering werd het nóg erger: ze zetten Sade aan.  Sade, hoe wreed kun je zijn.  Ik ben bewusteloos gevallen. 
Toen we 's ochtends luid met de deuren sloegen en onder de douche floten en zongen, werden we beloond met pijnlijk gesteun en gekreun vanuit de kamer van de buren die hun cokeroes probeerden uit te slapen.  Dat maakte toch veel goed. 

Tenslotte, een welverdiend rustmoment onderweg naar Manuel Antonio:

Ik hoop van u hetzelfde.

maandag 27 februari 2012

San José, 27 februari 2012

Omdat het hier al een hele tijd droog is, zijn we naar het regenwoud getrokken.  Naar Horquetas, waar het water van Braulio Carrillo naartoe stroomt.  Zoals ik al eerder schreef, regent het daar onophoudelijk.  Boven de bergen hangen dan ook steeds dikke, grijze wolken:

En dat terwijl achter je rug, boven de Caraïbische kust de hemel blauw is.

Het noordoosten van Costa Rica krijgt niet zo veel bezoekers: Costa Ricanen vinden dat het daar te veel regent en toeristen trekken verder naar de kust.  Het is er wel héél mooi.  Rustig, vooral.  Rivieren, bossen, heuvels.


En het regenwoud is anders dan in de Hooglanden:  opener, met reusachtige bomen, waarin natuurlijk weer honderden vogels wonen. 

We verbleven in een hotel waar ook groepen gringo's op zoek waren naar healing.  Ze zaten rond grote tafels en vertelden luidop over hun trauma's en frustraties en zonden en elke pijnlijke bekentenis werd beloond met luid applaus, schouderklopjes en omhelzingen.  De meesten waren vrouwen maar er waren ook een paar mannen bij, die met vettige paardenstaarten en vettige baseballpetten en vettige t-shirts en vettige glimlachjes en vettige knipogen met hun tong uit hun bek naar de verhalen luisterden.  Zij waren steeds de eersten om te omhelzen en hun omhelzingen duurden duidelijk langer en waren intenser dan die van de vrouwen onder elkaar.  Die kerels waren duidelijk zelf niet op zoek naar spirituele genezing, zij hadden een ander soort healing in gedachten.  Hoe zielig kan een mens zijn, zeg.

Maar wij trokken ons daar niets van aan.  Wij hadden andere dingen aans ons hoofd.  Zoals zwemmen in een zwembad met waterval midden in het oerwoud, bijvoorbeeld.  Terwijl de toekans tussen de bomen heen en weer schoten.     De healers kwamen daar niet, wij hadden het helemaal voor onszelf.  En dus ook de 40 meter lange glijbaan waar je zóveel vaart maakte en waar de bochten zó scherp waren dat ik steeds vreesde over de rand gekatapulteerd te zullen worden, waarna ik wel iets meer nodig zou hebben dan een paar healingsessies.  Bijkomende uitdaging was het feit dat het zwembad maar 30 centimer diep was op de plaats waar je als een torpedo in het water gelanceerd werd en dat er op de bodem tegels lagen met scherpe steentjes in het oppervlak.  Voor de durvers, dus!   Maar ik had geluk: meer dan een paar schaafwonden liep ik niet op. 
En we konden er heel hard om lachen.

Net buiten San José ligt de vallei van de Orosi.  We zijn daar in oktober eens geweest maar we hebben er toen niets van gezien: alleen maar mist en regen.  Het was dus een mooie verrassing toen we daar onlangs nog eens naartoe gingen en we het héle plaatje te zien kregen:

Tussen Cartago (dat om zijn lelijkheid vernietigd dient te worden) en het bedrieglijk genoemde Paraíso rijd je over een weg die qua afzichtelijkheid niet moet onderdoen voor de gemiddelde Vlaamse provinciale baan; maar dan kom je in het dorpje Orosi,  waar het mooiste kerkje van het land staat.  Het werd gebouwd in de 17de eeuw en heeft al honderden aardbevingen overleefd.  Binnenin de klassieke Latijns-Amerikaanse katholieke gruwel: levensgrote en overvloedig bloedende gekruisigde, gegeselde en bespotte Christussen (Christi?), wenende Madonna's, pijnlijk kijkende heiligen en vlammende harten. Eerder een soort spookhuis dan een plaats voor gebed en contemplatie.  Ik durf daar eigenlijk nooit zo goed naar binnen gaan met de kinderen maar zij hebben doorgaans meer aandacht voor het rare gedrag van de zich onophoudelijk bekruisende en knielende en prevelende bidders dan voor de griezeltaferelen aan het plafond en op de muren.  En de kaarsen fascineren hen ook, ze proberen er steeds zo veel mogelijk in één keer uit te blazen.  En ondertussen loochenen ze luidskeels God; gelukkig in het Nederlands zodat we er totnogtoe zonder klappen vanaf gekomen zijn.

De doden worden hier meestal niet begraven maar in een hokjes gestopt.  Waarschijnlijk is de grond te rotsachtig om een graf te graven.  Aan de buitenkant worden  de hokjes bekleed met badkamertegels, waardoor ze meer op openbare toiletten lijken dan op graven.  En rondom de kerkhoven staan muren die felblauw geschilderd zijn, omdat de boze geesten op de vlucht slaan van die kleur.  Echt wel diepgeworteld hier, hoor: het katholicisme.

Voor het eerst is de belangrijkheid van al onze diplomatieke vertegenwoordigingen berekend.  Er werd een klassement opgesteld, dat aangevoerd wordt door Parijs, Londen, Berlijn, Washington en de andere grote posten.  Wij staan op de 93ste plaats.  Net na landen als Belarus, Soedan, Bangladesh en Benin, waar we niet eens een ambassade hebben.  Dat was wel een onplezierige verrassing, moet ik zeggen.  Maar we laten de moed niet zakken: volgend jaar mikken we op de top-90.  Dat moet ons lukken!

maandag 13 februari 2012

San José, 13 februari 2012

Vanmorgen heeft de aarde gebeefd.  Al zeker de tiende keer sinds wij hier zijn aangekomen maar de vorige keren sliep ik, of zat ik in de auto, of was ik aan het trampolinespringen zodat ik er niets van merkte.  Maar vanmorgen vroeg werd ik wakker door gerammel aan het raam en geschommel van het bed.  Ik dacht eerst dat de kat weer lastig deed en het raam probeerde open te maken maar die lag rustig te slapen.  Daarna dacht ik dat de wind wel heel hard waaide en viel ik weer in slaap.  Maar vanochtend bleek het dus een aardbeving geweest te zijn met aan kracht van 6 op de Richterschaal,
Voorwaar geen klein bier.
Heel Centraal-Amerika is geologisch heel actief met regelmatige aardbevingen, die soms vulkaanuitbarstingen veroorzaken.  Sommige van die aardbevingen kunnen echt verwoestend zijn: in 1976 kwamen 23 000 mensen om tijdens een aardbeving in Guatemala, in 1972 vielen er 5000 doden in Managua en in 2009 maakten ze nog tientallen slachtoffers in Costa Rica en Honduras.
Al die aardbevingen komen er doordat hier niet minder dan vier tectonische platen tegen elkaar botsen: de Noord-Amerikaanse, de Zuid-Amerikaanse, de Caribische en de Kokosplaten.  En daar woon ik dan tussen.
En verder is de landengte eigenlijk één lange vulkaanketen en de lava die geregeld uitgespuwd wordt is heel vruchtbaar, wat – samen met de regen en de milde temperaturen– zorgt voor een unieke biologische rijkdom.
’t Is niet allemaal zever, wat ik hier vertel.  Al zou men wel eens een andere indruk kunnen krijgen.

Van de geologie naar de kleine kantjes van de mens.  Later vanmorgen, toen ik naar het werk reed, was een straatje waar ik doorheen moet geblokkeerd doordat een bus en een auto tegen elkaar gereden waren. Zonder erg: niet meer dan wat blikschade.  Dat komt geregeld voor.  De betrokken voertuigen moeten dan blijven staan tot de politie erbij komt om vast te stellen wat er precies gebeurd is, zelfs al gaat het maar om een schrammetje en is het overduidelijk wie er fout is.  Doe je dat niet, is de kans heel groot dat de verzekeringsmaatschappij niet uitbetaalt vooraleer de rechter een uitspraak doet en dat kan jaren duren en intussen wordt je auto in beslag genomen en ben je hem dus die hele tijd kwijt .  Die auto’s staan daar dus tot de politie komt maar die vindt dat nooit dringend dus blokkeren ze urenlang het hele verkeer.  Opvallend hoe de Costa Ricanen, die  anders de hele tijd toeteren en op alle mogelijke manieren proberen in te halen en haast hebben, zich daar rustig bij neerleggen: niemand protesteert, niemand duwt de auto’s aan de kant, ze blijven allemaal rustig wachten tot de weg weer vrijgemaakt is.
Dat was dus vanmorgen ook het geval.  Maar toen de politie eindelijk gekomen was en de nodige documenten had opgesteld en het nodige geklets had gedaan, brak er een opstootje uit in de bus.  De chauffeur had kennelijk beslist dat hij niet verder zou rijden en terug zou keren naar zijn stelplaats om zijn bus te laten herstellen. De passagiers waren woedend en eisten hun geld terug, de volle 30 eurocent.  De chauffeur weigerde want ze waren immers al bijna op hun eindebestemming en ze hadden toch lang in de bus mogen zitten voor hun geld en hij had geld nodig om zijn bus te laten herstellen.  Er klonk geschreeuw en er werd met vuisten gezwaaid en de agenten riepen versterking op.  Maar toen sprong er iemand uit de bus met het sigarenkistje waarin de chauffeur zijn geld bewaarde onder zijn arm geklemd en hij rende er grijnzend vandoor.  De discussie had toen niet veel zin meer en braaf verlieten de passagiers de bus. Bij het uitstappen gaven ze de chauffeur een hand en wensten hem toe dat de reparatie niet te veel geld zou kosten en hij wuifde hen nog na.  Zo gaat dat hier.

Donderdag kwam mijn neef Peter aan.  Hij komt hier twee weken rondreizen, om paard te rijden en door de boomtoppen te roetsjen en over het wilde water te varen en hoge bergen te beklimmen.  Hij zou een paar dagen bij ons logeren en we wisten eigenlijk niet hoe we zo'n fijnzinnig en bereisd man op gepaste wijze moesten ontvangen.  Maar hij bleek heel eenvoudig gebleven te zijn en uiteindelijk  werd het een uiterst plezierig verblijf.   

We zij samen naar het Nationaal Park Carara gegaan, waar de rode ara’s je volgens de reisgidsen in de mond vliegen.

Niets van: meer dan een silhouet kregen we niet te zien.  Je hoort constant geschreeuw en gekwetter  en gescharrel in de jungle maar je ziet geen vogel.  Het oerwoud is niet ideaal voor vogelaars: de vegetatie is zo dik dat je nergens verder dan een meter kunt zien; wat voor een ander soort vogelaars dan wel weer ideaal is, natuurlijk.
Maar langsheen de rivier die omheen het park loopt (en waar we toen we naar Jacó gingen ook de krokodillen zagen) vlogen allerlei mooie vogels: ijsvogels, mangrovezwaluwen, een visarend met een vis in zijn klauwen en een schuitbekreiger (die mij deed denken aan Margriet Hermans):

(Bulderlach)


Gotcha!

Net voor we het park weer uitwandelden zagen we een groepje capucijneraapjes in de struiken langsheen het pad.  Ze zaten smakelijk te eten.  Zoals elke ontmoeting met apen in het wild, een fantastische belevenis.



Zondag bezochten we een tropische tuin in het noordoosten, waar de bergen overgaan in de vlakte die naar de Caraïben loopt en waar mijn vriend Serpsk onschuldig in de gevangenis zit.  Je voelt je alsof je gekrompen ben en de lengte van een kabouter hebt: zo hoog steken de planten, die je alleen kent als kamerplant in Europa, boven je uit.  
Er onopvallende luiaards delen het bos met de iets minder discrete brulapen.

En toen moesten wij afscheid nemen.  Niet echter voordat hij eerst naar een aantal bloedstollende verhalen moest luisteren over de misdaad in Costa Rica.  Zo kon hij met een vrolijk gemoed aan zijn rondreis beginnen. 

Op de terugweg kwamen we door Braulio Carrillo, een nationaal park vol vulkanen, waar het altijd regent en mistig is, zelfs al is het 20 kilometer verderop in de Centrale Vallei een schitterende zomerdag.

Peter heeft mij vanmorgen gebeld.  Hij verbleef in een lodge waar hij een vlooienband moest dragen.  Tsja.
     

maandag 30 januari 2012

San José, 30 januari 2012

Als bijdrage aan het sociaal ongenoegen en uit protest tegen de besparingen ben ik afgelopen weekend niet  naar kantoor gegaan, zoals nochtans wel mijn gewoonte is..

We zijn naar Playa Esterillos getrokken, aan de kust van de Pacific.  De weg erheen was al heel mooi: je rijdt een hele tijd langsheen de kust, waarbij je voortdurend uitzicht hebt op de oceaan.  Voorbij het wilde Jacó kom je in een landschap vol kleine vulkaankegels en kuddes buffels, met nog steeds aan de andere kant van de weg de zee.  Beach Boys door de luidsprekers, elleboog door het raampje, hemd open en cruisen maar.

Het resort was gebouwd door een kunstenares die de huisjes zelf had ontworpen: smaakvolle pastelkleuren laan de rand van het strand.

De rest van haar werk, dat bij de receptie en in het restaurant was opgehangen, bestond voornamelijk uit rommel die ze op het strand had gevonden en op een stuk karton had geplakt en met een spuitbus had geverfd.


En natuurlijk was er weer de ansichtkaartenzonsondergang. 

En mooie vogels, zoals deze vrolijke jongens: 
- de Mexicaanse tijgerroerdomp
- de visarend



- en dit kereltje, dat door het leven gaat als baardkoekoek:

Als je in Costa Rica fortuin wil maken, moet je in de plastische chirurgie.  Vooral in de borstvergrotingen.  In de rijkere wijken struikel je over de boob jobs en zien alle vrouwen eruit als Barbie's met donkere haren: allemaal een pink dik, allemaal hetzelfde gladde haar, allemaal dezelfde enorme zonnebril met diamantjes en allemaal dezelfde nepborsten.  Het is niet ongebruikelijk dat ouders hun dochter op haar 15de verjaardag een stel dikke tieten cadeau doen.  Op afbetaling, natuurlijk.  Vaak mislukken die operaties en gaan de implantaten schuiven (veel van die plastische chirurgen zijn knoeiers), meestal in tegengestelde richtingen zodatje dan vrouwen ziet met een bult op hun rug en een dikke knie. Of ze gaan lekken en dan komen de rondborstigen er achter dat er geen waarborg zit op hun hooters en moeten ze zich zwaar gegeneerd laten leegpompen in een openbaar ziekenhuis.

Ook de face lifts schijnen geregeld te misslukken, je ziet toch overal vrouwen die zó zouden kunnen poseren voor Picasso. Met scheve ogen en een glimlach tot achter hun oren, die zelf op verschillende hoogte staan.  En overal naden.  Ze kunnen lachen noch huilen om hun lot, want dan komen er gaten in hun gezicht.

In het centrum van de stad lijken vooral buikvergrotingen populair.  Je ziet ze de hele tijd dames waggelen tussen de McDonalds, de KFC en de Wendey's, trots de resulaten van hun operatie tonend.  Wil men in Escazú vooral op Victoria Beckam lijken, dan is in downtown San José Vicky Pollard het rolmodel.

Tussen 7 en 8 uur 's ochtends zenden alle radiozenders in het hele land hetzelfde programma uit:  een man, wiens naam nooit genoemd wordt, geeft vanuit zijn kantoor in de Alliance française commentaar bij de staat van de wereld.  Daarbij schuwt hij geen enkel onderwerp en vergelijkt hij de sociale zekerheid in Costa Rica met die in Argentinië, weidt hij uit over de relevantie van Das Kapital in deze tijden van crisis, legt hij uit hoe de Veiligheidsraad werkt, schetst hij de ideeën van de verschillende politieke stromingen binnen het Europees Parlement, vertelt hij over het leven van Franklin D. Roosevelt en de paardenraces in Ascot, bespreekt hij interessante boeken en vervloekt hij Daniel Ortega. Maar ook het kleine ontsnapt niet aan zijn aandacht: zo leren wij hoe je de beste soep kunt maken van wortels, hoe je schimmel verwijdert van je stropdas als die te lang in een vochtige kast heeft gehangen en wanneer je de beste ananas koopt.  
In de loop van zijn praatje windt hij zichzelf steeds meer op en hij moet geregeld stoppen om het schuim van zijn lippen te vegen, een slok water te nemen of uit te hijgen.  Ondanks de vrees van de meeste luisteraars krijgt hij nooit een beroertje en slaagt hij er steeds in om een afsluitend plaatje aan te kondigen.  Vaak gaat hij zó op in zijn aankondiging (hij vertelt tot in de kleisnte details de levensloop van alle muzikanten die hebben meegewerkt, wanneer het plaatje werd opgenomen en waar en welke invloed het heeft gehad) dat er geen tijd meer is om het plaatje zelf te laten horen voordat het journaal van 8 uur begint.  Dat is niet zo erg want het is toch steeds jazz. 
Donderdag kon hij zijn muziekje wel laten horen maar moest hij het na een tijdje alweer onderbreken om aan zijn vrouw te vragen een iemand te waarschuwen dat hij zichzelf had opgesloten in de verlaten Alliance en niet meer naar buiten kon.  Ik neem aan dat er uiteindelijk hulp is opgedaagd want vrijdag was hij weer op post om ons allerlei interessante weetjes mee te geven over het verschil tussen het boeddisme in Nepal en dat in Tibet, over waar je de beste cocktails drinkt in Sao Paulo en over het misselijke karakter van Daniel Ortega.

En zo leren we elke dag iets nieuws.

donderdag 12 januari 2012

San José, 12 januari 2012

De eerst blog van het nieuwe jaar.  Moge het een gelukkig zijn.
We zijn weer op schok geweest: naar Sámara, aan de westkust van Nicoya, de arm van Costa Rica die uitsteekt in de Pacific.
Dus namen we opnieuw de Interamericana, maar deze keer naar het noorden. Als je afdraait van de Inter Americana en naar bij de Golf van Nicoya naar het westen afslaat, kom je over de Puente de la Amistad, de Vriendschapsbrug die Taiwan in de jaren 1990 schonk aan Costa Rica.  De vriendschap mocht echter niet duren: nauwelijks was de brug af of de relaties werden verbroken met Taiwan en in plaats daarvan werden de Tico's vriendjes met de Volksrepubliek.  De Chinezen hebben diepe zakken: ze hebben het Nationaal Stadion geschonken, en de Politieschool en 200 politieauto's die allemaal (3 jaar na de schenking) kapot en onbruikbaar zijn omdat  niemand weet hoe je Chinese wagens moet onderhouden en er geen onderdelen te vinden zijn.  In het hele land bouwen Chinese bedrijven nu wegen en stuwdammen en raffinaderijen.  En restaurants, natuurlijk.  Het wemelt hier van de Long Walls en Dongs en Woks en Haw-haws.
In ieder geval: de Taiwanezen voelden zich ferm in hun gat gebeten door de trouweloosheid van Costa Rica, nadat ze net zo'n mooie brug gekregen hadden.  Nu probeert Costa Rica Japan ervan te overtuigen goede vrienden te worden maar de Japanners hebben eerst eens goed met de Taiwanezen gepraat en staan niet zo te springen.

Het binnenland van Nicoya doet denken aan Afrika:  savanne met op de achtergrond groene heuvels.  Je verwacht op elk moment een giraf in de schaduw van een parapluboom te zien staan, of een kudde zebra's in de vlakte, of herds of wildebeest sweeping majestically across the plain.  En je rijdt voorzichtig want je houdt er rekening mee dat er opeens een olifant de weg op komt gestapt.

In Sámara heerst er een vakantiesfeer: mensen kuieren in zwembroek en op slippers door de zandstraatjes, toeristen sjouwen met veel te zware rugzakken (en vaak ook nog zo'n tas op hun buik - wat stoppen ze daar eigenlijk allemaal in?), kinderjes zitten vrolijk in de boodschappenmandjes aan het stuur van de fiets van hun ouders (hier geen speciale fietstoeltjes of helmpjes, hoor).

Ons huisje staat in een paradijsje: het lijkt alsof je in Burgers bush rondloopt, je kijkt voortdurend naar het plafond en verwondert je erover dat er geen is, dat je gewoon buiten bent.


















In de tuin rond ons huisje scharrelde vanalles rond: een gordeldiertje:
Een familie brutale wasbeertjes die de kreeftenpoten die Casper op het strand gevonden had deskundig uit zijn emmertje gooiden en snel opaten en die Carola uiteindelijk met een stok moest wegjagen om te voorkomen dat onze schoenen opaten:
Een paca (een soort reuzencavia):
En een coati, waaraan de kinderen met veel plezier druiven en kiwi's voerden:
En dat dus allemaal vanop ons terrasje.  Als dat niet vermakelijk is.

Achter ons huisje lag La playa secreta, een rotsstrand waar je alleen kan komen via een kronkelweg over een beboste heuvel.  De vegetatie is droog woud in Nicoya, dat is een veel opener type dan het regenwoud in hoger gelegen gebieden.  In het regenwoud is echt elk oppervlak begroeid: op de bomen groeien bromelia's en daarop weer baard-, korst- en andere mossen; het droog woud is bescheidener en doet eerder denken aan een Europees beukenbos.  Een beukenbos waar zwarte gieren nestelen in de boomtoppen, apen rondritselen en vleermuizen rondscheren.
En vlak boven de golven grote groepen pelikanen, die nog opmerkelijk gracieus vliegen voor zulke grote vogels.

Elke ochtend werden we gewekt door de brulapen.  Dat is me pas een lawaai: alsof er honderd honden tegelijk blaffen.  En het houdt niet op, je vraagt je af wat ze allemaal te brullen hebben naar elkaar.  Misschien doen ze het ook gewoon ook kloterij, dat weet je nooit bij apen.

We hebben ook andere stranden bezocht.  Het strand van Sámara was mooi maar een beetje druk (op zo'n strand verwacht je niemand en vind je het al gauw overbevolkt - zoals u ziet lopen er ook andere bezoekers).  Het was er ook wel lawaaierig doordat een frisdrankenmerk een beachvolleybal ("bolliebal", in het Spaans) had georganiseerd waar niemand aan wilde deelnemen, wat ze probeerden te verhelpen door heel luide muziek te draaien en een onnozele presentator mopjes te laten vertellen met zijn voeten in de golven.

Om bij de andere strand in  het zuiden  te komen moet je via een zandweg een heuvelrug en een paar rivieren oversteken, wat niet zo veel mensen doen en waardoor je de stranden wél voor jezelf hebt.


Je kunt er prima in de branding spelen.

En toen moesten we weer naar huis.  Aan alles komt een eind.  Behalve aan de files in San José.