Ik heb in de gevangenis gezeten.
Aan een tafeltje, met een Belg die daar ook zat. Maar hij zat daar al iets langer dan ik en moet daar ook nog een tijdje blijven. Hij is veroordeeld wegens het smokkelen van cocaïne, wel vijf grote koffers vol. Maar eigenlijk is hij onschuldig en lijdt hij voor de waarheid. Mandela, Ghandi, Christus en Igor Serpsk: allemaal onschuldig in de gevangenis gezeten, allemaal voorbeelden voor de mensheid. Al weet ik dat van Serpsk niet zo zeker.
Omdat het niet altijd triestig moet zijn en over anderen moet gaan:
Ik heb in de gevangenis gezeten.
zaterdag 24 september 2011
zaterdag 17 september 2011
San José, 17 september 2011
Nog een week en we kunnen in ons huis. Het wordt tijd: zo'n appartement is niet echt ruim met kinderen en cavia's en kat. Aan de overkant wonen ook kinderen en af en toe staan Emma en Casper op het balkon naar hen te zwaaien en liedjes te zingen en gek te doen. De andere kinderen doen hetzelfde in het Spaans en zo beleeft iedereen plezier zonder dat ze elkaar verstaan.
Emma wordt ziek. Het begon met een verkoudheid maar ik vrees dat het erger wordt: ze ligt al de hele nacht te hoesten. Als dat maar geen longontsteking wordt. En dat bij 25°.
In de straat die langs ons gebouw de heuvel op loopt zit een gat in het wegdek. Elke ochtend heel vroeg komen er een groot aantal mannetjes omheen staan met schoppen en kruiwagens en pletwalsen en aanstampmachines. Twee van die mannetjes houden het verkeer tegen, anderen gaan verwoed aan het werk met schoppen en machines, nog anderen gaan gewoon een beetje in het gat zitten zitten. Tegen de avond ligt het gat 3 meter verder en kunnen ze de de volgende dag vrolijk opnieuw aan de slag. Dat is nu al 6 weken aan de gang: het gat is al helemaal de heuvel op gegaan en nu is het weer beneden, klaar om opnieuw naar boven te gaan.
Vorige week was er dus het sjoeltornooi bij de Nederlandse club. Het ging door in een chalet achter een hotel dat gerund wordt door een Nederlander. We maakten ons een beetje zorgen: hoe dichter we bij het hotel kwamen, hoe triester de buurt werd. De zorgen waren onnodig: achter het hotel lag een prachtig park, een stukje paradijs waar een staalkaart gegeven werd van de flora van Costa Rica. De eigenaar heeft duidelijk veel liefde geïnvesteerd in zijn park.
Het sjoelen was, tegen alle verwachtingen in, wel gezellig. Al was ik absoluut de slechtste sjoeler van iedereen en waren de kinderen danig teleurgesteld dat ze zich niet in de tweede ronde gesjoeld hadden. Maar de bitterballen waren smakelijk, ze waren duidelijk gemaakt van echt kwaliteitssnot.
15 september was dus Onafhankelijkheidsdag. Emma en Casper trokken dus op z'n Tico naar school, met kostuums en lantaarns.
Casper mocht la hermosa bandera helpen vasthouden (hij is de tweede van links, eerste rij):
Emma danste traditioneel:
En tussen dat dansen en vlaggendragen in waren er toespraakjes over democratie en vrijheid en werd er driftig 'Viva Costa Rica' geroepen en uit volle borst gezongen. Op het einde dansten de juffen en de meesters met groot succes de plaatselijke horlepiep.
Alles werd afgesloten met gallo pinto, de traditionele rijst met bruine bonen, waar Casper van moest kokhalzen.
's Avonds waren overal lantaarnparades, ook in ons dorp. Heel traditioneel, allemaal. Maar ik heb er niets van gezien: ik stond in de file. Ook dat is het leven hier.
Straks picknick van de Belgische club. Ik ga pannenkoeken bakken. En ananassalade maken.
Hasta luego.
Emma wordt ziek. Het begon met een verkoudheid maar ik vrees dat het erger wordt: ze ligt al de hele nacht te hoesten. Als dat maar geen longontsteking wordt. En dat bij 25°.
In de straat die langs ons gebouw de heuvel op loopt zit een gat in het wegdek. Elke ochtend heel vroeg komen er een groot aantal mannetjes omheen staan met schoppen en kruiwagens en pletwalsen en aanstampmachines. Twee van die mannetjes houden het verkeer tegen, anderen gaan verwoed aan het werk met schoppen en machines, nog anderen gaan gewoon een beetje in het gat zitten zitten. Tegen de avond ligt het gat 3 meter verder en kunnen ze de de volgende dag vrolijk opnieuw aan de slag. Dat is nu al 6 weken aan de gang: het gat is al helemaal de heuvel op gegaan en nu is het weer beneden, klaar om opnieuw naar boven te gaan.
Vorige week was er dus het sjoeltornooi bij de Nederlandse club. Het ging door in een chalet achter een hotel dat gerund wordt door een Nederlander. We maakten ons een beetje zorgen: hoe dichter we bij het hotel kwamen, hoe triester de buurt werd. De zorgen waren onnodig: achter het hotel lag een prachtig park, een stukje paradijs waar een staalkaart gegeven werd van de flora van Costa Rica. De eigenaar heeft duidelijk veel liefde geïnvesteerd in zijn park.
Het sjoelen was, tegen alle verwachtingen in, wel gezellig. Al was ik absoluut de slechtste sjoeler van iedereen en waren de kinderen danig teleurgesteld dat ze zich niet in de tweede ronde gesjoeld hadden. Maar de bitterballen waren smakelijk, ze waren duidelijk gemaakt van echt kwaliteitssnot.
15 september was dus Onafhankelijkheidsdag. Emma en Casper trokken dus op z'n Tico naar school, met kostuums en lantaarns.
Casper mocht la hermosa bandera helpen vasthouden (hij is de tweede van links, eerste rij):
Emma danste traditioneel:
En tussen dat dansen en vlaggendragen in waren er toespraakjes over democratie en vrijheid en werd er driftig 'Viva Costa Rica' geroepen en uit volle borst gezongen. Op het einde dansten de juffen en de meesters met groot succes de plaatselijke horlepiep.
Alles werd afgesloten met gallo pinto, de traditionele rijst met bruine bonen, waar Casper van moest kokhalzen.
's Avonds waren overal lantaarnparades, ook in ons dorp. Heel traditioneel, allemaal. Maar ik heb er niets van gezien: ik stond in de file. Ook dat is het leven hier.
Straks picknick van de Belgische club. Ik ga pannenkoeken bakken. En ananassalade maken.
Hasta luego.
zondag 11 september 2011
San José, 11 september 2011
Men had ons gewaarschuwd voor het regenseizoen: 8 maanden plenzen met hoogtepunt in september en oktober. Het valt mee. 's Ochtends is het doorgaans droog en de regen komt na de middag: een paar hevige hoosbuien, met geregeld de nodige donder en bliksem, meer niet. Je kunt meestal gewoon droog naar buiten. Maar een paraplu is aangewezen: in 2 minuten kan het van stralend blauw naar onweer gaan, dat valt niet te voorspellen.
De klimaatsverandering zorgt ervoor dat ook hier het weer in de war is en de regens uitblijven. Costa Rica is voor 80% afhankelijk van waterkrachtcentrales voor zijn elektriciteitsvoorziening maar nergens zijn er stuwmeren, er was toch altijd genoeg water. Dat zou niet langer het geval zijn. Er waren ook nooit drinkwatervoorraden nodig: het regende zo veel dat er steeds genoeg te drinken was, ook tijdens het droge seizoen. Maar als het zo doorgaat, stevent het land af op watersschaarste. En dat in een land waar het dus 8 maanden per jaar veel regent en het de rest van het jaar ook regent.
Vanmorgen zaten we wat te drinken op het terras van een sportcafé. Een sportcafé is geen plaats waar mensen sporten, nee: in een sportcafé hangen grote televisieschermen waar mensen naar sport kíjken. Op één van die schermen konden de passieve sportlui live Europees voetbal volgen. Een mens zou dan Liverpool verwachten, of Barcelona. Nee-nee: in Costa Rica kon de voetballiefhebber de volledige wedstrijd Roda JC – FC Twente bekijken. De volle 90 minuten. Mét commentaar door plaatselijke voetbalkenners. En voor- en nabeschouwing. En close-ups van beschilderde Tukkers en Limburgers. En langsheen het veld reclame voor Electroshop De Boer en snackbar De Gulle Kroket. Centraal-Amerika is meteen een stuk minder ver. Ik heb mijn tafeltje al gereserveerd voor AA Gent – Cercle Brugge, volgende week.
Volgende donderdag is het onafhankelijkheidsdag. Een heel groot feest. Overal hangen er nu al vlaggen op huizen en openbare gebouwen, aan auto's, in bomen. Op de scholen vieren ze het ook. Dus ook bij Emma en Casper. Ze gaan dansen, in nationale klederdracht. Voor Casper beperkt het kostuum zich tot een gekleurde zakdoek waar hij mee moet zwaaien en een andere die hij uit zijn broekzak moet laten bengelen en een hoedje maar Emma heeft een geborduurde bloes, een geborduurd schort en een wijde zijdeachtige rok in rood-wit-blauw; héél elegant. Volgens Emma is de tekst van het lied waarop ze gaat dansen “Costa Rica: la-la-la”; volgens Casper is het Latijnser: “Costa Rica: cha-cha-cha”. We horen het woensdag wel.
Tico's zijn héél patriotisch: er is geen mooier land ter wereld en nergens zijn de mensen zijn zo vriendelijk, de scholen en ziekenhuizen zo goed, de zonsondergangen zo adembenemend, de stranden zo wit, geven de koeien zo veel melk, zingen de vogels zo mooi, zijn de borsten zo bol, de huizen zo gezellig, de chauffeurs zo vaardig [en zo gaan ze nog lang door] als in Costa Rica. Ze kennen ook allemaal het volkslied: Noble patria, tu hermosa bandera, een opgewekt deuntje met een vrolijke tekst.
Het is hier de gewoonte dat de ambassadeurs op de nationale feestdag van hun land een bloemenkrans gaan neerleggen bij het Nationaal Monument in het Centraal Park van San José. Ze schrijden dan met die krans door een erehaag van politieagenten in paradeuniform die hun geweer heel serieus hemelwaarts richten. Het schrijden wordt begeleid door de nationale fanfare die de hymne van de desbetreffende natie speelt terwijl alle aanwezigen met de hand op het hart en gebogen hoofd eer betuigen aan het jarige land en het nationale monument. Heel sereen, allemaal. Tot de fanfare het Noble patria inzet: erehaag, officiële gasten, toevallige voorbijgangers, daklozen die hun roes lagen uit te slapen op de banken en speciaal daarvoor ontwaken, de opgetrommelede schoolkinderen die de hele ceremonie een volks en spontaan karakter moeten geven, papagaaien in de bomen – allemaal zingen ze uit volle borst mee. Vooral de agenten, wier heupwiegen de erehaag op slag een stuk minder plechtig maakt. De pauselijke nuntius, die al deken van het diplomatiek korps op al die kransleggingen aanwezig moet zijn staat bekend om zijn aangename zangstem en zijn soepele danspassen, die nog benadrukt worden door het ritmische gezwaai van zijn soutane. Zie de pastoorkes hun rokskes zwaaien.
We hebben nog altijd geen eigen auto. Dat komt door de verschrikkelijke bureaucratie, hier. Je moet een uitgebreid formulier invullen (met de hánd, graag, en in zesvoud), dat door allerlei mensen laten onderteken en met de nodige stempels naar Buitenlandse Zaken brengen, dat daar dan ook allerlei dingen mee doet en het afgeeft aan Financiën. Daar stoppen ze het in een la. Als je een paar keer gebeld hebt halen ze het uit de la, bestuderen het aandachtig en stellen dan vast dat er een stempel ontbreekt op de achterkant van pagina 8. Je krijgt het, na alweer een omweg via BuZa, terug. Het is natuurlijk niet genoeg om de ontbrekende stempel op de achterkant van pagina 8 te zetten, nee: je moet alles opnieuw met de hand en in zesvoud invullen en weer op zoek gaan naar handtekeningen en stempels en dan het boeltje opnieuw opsturen. We wachten dus nog steeds. We hebben een kaars aangestoken in de kathedraal, dus misschien lukt het deze keer wél. Eén auto hebben we al betaald en die zouden we dinsdag moeten hebben. Het zal mij benieuwen.
In ieder geval wachten we nog op de auto waarmee we uitstapjes kunnen maken: door de slechte wegen heb je toch iets groters nodig buiten de stad. Daardoor beperken onze weekends zich tot San José en omgeving. We hebben de vlindertuin al bezocht en het natuurhistorisch museum (met complete skeletten van tyranosaurussen) en een dierentuin en een opvangcentrum voor dieren (waar Casper meteen door een aap gebeten werd) en het goudmuseum (maar dat was 2 keer gesloten). En we hebben ook chocolademelk gedronken in het café van het Teatro Nacional: heel erg Weens. Meer is hier eigenlijk niet te doen. We kijken dus wel al heel erg uit naar uitstappen.
Straks gaan we naar het sjoeltornooi van de Nederlandse Club. Volgens de regels van het Koninklijke Nederlandes Sjoelbond, alstublieft. Daar valt dus niet mee te lachen. Er zullen bitterballen zijn, speciaal voor de gelegenheid gemaakt door een Nederlandse kok. We hopen vooral dat Emma en Casper er speelkameraadjes vinden. En dat de bitterballen smaken.
zondag 4 september 2011
San José, 4 september 2011
September alweer. Tweede maand, derde huis. De verhuis was nog onverwacht snel: maandagavond was het afgelopen met de vriendelijkheid, we moesten eruit; en meteen. Onplezierige discussie. Het was duidelijk dat onze vriend meer geld wilde van ons. Het was net zo duidelijk dat hij daar naar kon fluiten.
Gelukkig konden we de volgende dag al verhuizen naar een modern, mooi appartement. Dicht bij school, dicht bij ons nieuwe huis, met zwembad en speeltuin dus de kids zijn tevreden. En het bordeel hebben we de nacht na ons vertrek in brand gestoken. De brandweer is hier niet zo snel, konden we de volgende ochtend vaststellen.
E en C gaan dus naar school. De Country Day School. Een Amerikaanse school in de heuvels van Escazú, het Brasschaat van San José. Mét uniformpjes en al. Chique volk, hoor: 's ochtends en 's avonds is het aanschuiven van de duurste, grootste, nieuwste auto's. De helft van de kinderen is Costa Ricaans. Maar uit wel heel rijke families. Vrijdag was C uitgenodigd om te gaan spelen bij een klasgenootje: een villa zo groot als het Louvre. En net zo gezellig. In een buurt met eigen gewapende bewakers en prikkeldraad en slagbomen, waar ook de presidente woont. Het huis had panoramische ramen die uitkeken over de heuvels en grote ontvangstruimtes die bedoeld zijn om recepties in te geven, niet om in te wonen. De kinderen werden meteen overgedragen aan een kindermeisje, de ouders gingen heel elegant en verfijnd koffie drinken en gebak eten en zitten keuvelen in designstoelen op het overdekte terras. Echt ons slag mensen. Een volgende keer komen ze keurig zitten doen bij ons zwembad.
E en C begrijpen nog niet veel van wat er gezegd wordt op school. Vooral E heeft het er moeilijk mee maar ze is dapper, doet echt haar best om er iets van te maken, al is het vaak heel frustrerend. In België, op die piepkleine Kleurboog waar ze de leader of the gang was, was ze goed, leergierig en sociaal: hier heeft ze vaak het gevoel dat ze niets kan, dat de andere kinderen niet altijd eerlijk zijn, ze moet vaak alleen spelen. De laatste dagen gaat het echter beter: ze begint vriendjes te maken, toen ik haar vrijdag ging ophalen was ze echt vrolijk en zei ze dat ze zich echt beter begon te voelen op school. C is daar gemakkelijker in: hij heeft niet die drang om alles perfect te doen en kwebbelt er vrolijk op los en zwaait naar alles en iedereen. Vertederend als altijd. Maar ook hij speelt heel vaak alleen.
Het is wel een leuke school: de klassen zijn heel klein (11 kinderen bij E, 7 bij C), er is ontstellend veel personeel, de juffen zijn heel lief, de kinderen hebben de open vriendelijkheid die samen lijkt te gaan met veel geld, de andere ouders zijn heel aardig en iedereen doet heel erg zijn best om E en C zich thuis te laten voelen (veel kinderen zijn zelf expats en weten maar al te goed hoe het voelt aan te komen op een vreemde school zonder dat je de taal spreekt). Ze hebben speciale lessen Engels en Spaans opdat ze hun achterstand zo snel mogelijk zouden inlopen en echtgenote mag de hele dag de klassen in en uit lopen om waar nodig hulp en troost te bieden.Wij hopen echt dat ze snel Engels kennen en met de andere kinderen kunnen gaan spelen, ze voelen zich nu vaak een beetje eenzaam. Gelukkig hebben ze elkaar. En hun fantastische moeder.
E en C volgen nu ook Nederlandse les, ze zitten in een virtuele klas met kinderen van over de hele wereld. Heel speciaal, allemaal.
De houding van de Tico's tegenover hun kinderen is een beetje tweeslachtig. Op straat zie je stoere macho's met tatoeages en kettingen met kindjes aan de hand en op de arm en ouders hebben niet die snauwerige manier van praten met hun kinderen die in België nu de normale manier van omgaan lijkt te zijn en i.h.a. is iedereen heel geduldig en vriendelijk met kleintjes. Maar anderzijds heeft iedereen die het zich kan veroorloven een kindermeisje en lijken volwassen in hun privéleven het liefst zo weinig mogelijk te maken te willen hebben met kinderen. Dat wordt ons hier ook aangeraden: neem een nanny, dan hebben jullie ook nog een leven. Vreemd, dat uitbannen van de kinderen. Zo was ik gisteren aan het spelen met E en C in het zwembad toen een groep moeders met kinderen aankwam. De moeders gingen meteen zitten kletsen met hun rug demonstratief naar het zwembad, de kinderen moesten zichzelf maar zien te vermaken. En zoals altijd wilde dat grut met mij komen spelen. Niet dus: dat eindigt altijd met tranen en boze ouders. Ik had me geen zorgen moeten maken: de dames besteedden geen enkele aandacht aan hun kroost. Ik heb er eentje verzopen en niemand heeft iets gemerkt.
Dit is echt een dorp. Iedereen kent werkelijk iedereen en de straten hebben niet eens namen: een adres wordt omschreven. Zo is het officiële adres van ons nieuwe huis: 250 meter ten oosten (bergop) van Riverside Mall, 2de straat rechts, het witte huis met de 2 mangobomen in de voortuin en de lichtbruine voordeur en de zwarte garagepoort. Officieel, dus. Geen wonder dat veel buitenlandse criminelen zich hier komen verstoppen.
Ik ken ook al het grootste gedeelte van de buitenlandse gemeenschap. Na amper 5 weken. Het roddelcircuit draait op volle toeren. Heerlijk!
Gelukkig konden we de volgende dag al verhuizen naar een modern, mooi appartement. Dicht bij school, dicht bij ons nieuwe huis, met zwembad en speeltuin dus de kids zijn tevreden. En het bordeel hebben we de nacht na ons vertrek in brand gestoken. De brandweer is hier niet zo snel, konden we de volgende ochtend vaststellen.
E en C gaan dus naar school. De Country Day School. Een Amerikaanse school in de heuvels van Escazú, het Brasschaat van San José. Mét uniformpjes en al. Chique volk, hoor: 's ochtends en 's avonds is het aanschuiven van de duurste, grootste, nieuwste auto's. De helft van de kinderen is Costa Ricaans. Maar uit wel heel rijke families. Vrijdag was C uitgenodigd om te gaan spelen bij een klasgenootje: een villa zo groot als het Louvre. En net zo gezellig. In een buurt met eigen gewapende bewakers en prikkeldraad en slagbomen, waar ook de presidente woont. Het huis had panoramische ramen die uitkeken over de heuvels en grote ontvangstruimtes die bedoeld zijn om recepties in te geven, niet om in te wonen. De kinderen werden meteen overgedragen aan een kindermeisje, de ouders gingen heel elegant en verfijnd koffie drinken en gebak eten en zitten keuvelen in designstoelen op het overdekte terras. Echt ons slag mensen. Een volgende keer komen ze keurig zitten doen bij ons zwembad.
E en C begrijpen nog niet veel van wat er gezegd wordt op school. Vooral E heeft het er moeilijk mee maar ze is dapper, doet echt haar best om er iets van te maken, al is het vaak heel frustrerend. In België, op die piepkleine Kleurboog waar ze de leader of the gang was, was ze goed, leergierig en sociaal: hier heeft ze vaak het gevoel dat ze niets kan, dat de andere kinderen niet altijd eerlijk zijn, ze moet vaak alleen spelen. De laatste dagen gaat het echter beter: ze begint vriendjes te maken, toen ik haar vrijdag ging ophalen was ze echt vrolijk en zei ze dat ze zich echt beter begon te voelen op school. C is daar gemakkelijker in: hij heeft niet die drang om alles perfect te doen en kwebbelt er vrolijk op los en zwaait naar alles en iedereen. Vertederend als altijd. Maar ook hij speelt heel vaak alleen.
Het is wel een leuke school: de klassen zijn heel klein (11 kinderen bij E, 7 bij C), er is ontstellend veel personeel, de juffen zijn heel lief, de kinderen hebben de open vriendelijkheid die samen lijkt te gaan met veel geld, de andere ouders zijn heel aardig en iedereen doet heel erg zijn best om E en C zich thuis te laten voelen (veel kinderen zijn zelf expats en weten maar al te goed hoe het voelt aan te komen op een vreemde school zonder dat je de taal spreekt). Ze hebben speciale lessen Engels en Spaans opdat ze hun achterstand zo snel mogelijk zouden inlopen en echtgenote mag de hele dag de klassen in en uit lopen om waar nodig hulp en troost te bieden.Wij hopen echt dat ze snel Engels kennen en met de andere kinderen kunnen gaan spelen, ze voelen zich nu vaak een beetje eenzaam. Gelukkig hebben ze elkaar. En hun fantastische moeder.
E en C volgen nu ook Nederlandse les, ze zitten in een virtuele klas met kinderen van over de hele wereld. Heel speciaal, allemaal.
De houding van de Tico's tegenover hun kinderen is een beetje tweeslachtig. Op straat zie je stoere macho's met tatoeages en kettingen met kindjes aan de hand en op de arm en ouders hebben niet die snauwerige manier van praten met hun kinderen die in België nu de normale manier van omgaan lijkt te zijn en i.h.a. is iedereen heel geduldig en vriendelijk met kleintjes. Maar anderzijds heeft iedereen die het zich kan veroorloven een kindermeisje en lijken volwassen in hun privéleven het liefst zo weinig mogelijk te maken te willen hebben met kinderen. Dat wordt ons hier ook aangeraden: neem een nanny, dan hebben jullie ook nog een leven. Vreemd, dat uitbannen van de kinderen. Zo was ik gisteren aan het spelen met E en C in het zwembad toen een groep moeders met kinderen aankwam. De moeders gingen meteen zitten kletsen met hun rug demonstratief naar het zwembad, de kinderen moesten zichzelf maar zien te vermaken. En zoals altijd wilde dat grut met mij komen spelen. Niet dus: dat eindigt altijd met tranen en boze ouders. Ik had me geen zorgen moeten maken: de dames besteedden geen enkele aandacht aan hun kroost. Ik heb er eentje verzopen en niemand heeft iets gemerkt.
Dit is echt een dorp. Iedereen kent werkelijk iedereen en de straten hebben niet eens namen: een adres wordt omschreven. Zo is het officiële adres van ons nieuwe huis: 250 meter ten oosten (bergop) van Riverside Mall, 2de straat rechts, het witte huis met de 2 mangobomen in de voortuin en de lichtbruine voordeur en de zwarte garagepoort. Officieel, dus. Geen wonder dat veel buitenlandse criminelen zich hier komen verstoppen.
Ik ken ook al het grootste gedeelte van de buitenlandse gemeenschap. Na amper 5 weken. Het roddelcircuit draait op volle toeren. Heerlijk!
zondag 28 augustus 2011
San José, 28 augustus 2011
Dat was met me de nacht wel. Toen we gisteravond naar bed gingen (het was zeker 10 uur, wat naar Costa Ricaanse begrippen een gat in de nacht is, zelfs op zaterdag) hoorden we een feestje bij de buren. Ze hadden het duidelijk naar hun zin maar hielden het toch bescheiden. Tot middernacht. Ik dacht dat de aarde had gebeefd en alle duivels uit de hel waren ontsnapt om naast ons bed joelend kanonnen af te schieten. Alsof de carnavalsstoet van Rio door onze slaapkamer trok: het opzwepende getrommel van honderden trommels, fluitjes, geschreeuw, voetgestamp, handgeklap. De vloer trilde ervan. Alsof ze zichzelf in trance wilde brengen. Gelukkig duurde het niet lang.
De katers uit de buurt hebben onze poes ontdekt. Ze lopen 's nachts klaaglijk miauwend rond ons huis, op zoek naar een ingang. Lotte miauwt dan terug, springt op bed om ons te overhalen haar naar buiten te laten, bonkt er dan weer vanaf op de houten vloer met een geluid alsof ze een olifant is en rent dan zenuwachtig blatend door het huis. Vannacht waren er een paar katers op het dak geklommen, waar ze een luidruchtig robbertje vochten om de eer van Lotte. Lotte moedigde hen daar bij aan. Ambiance op het golfplaten dak: geblaas en gekrijs en gestamp en binnen een poes die van opwinding heen en weer holde en meekrijste. Toen ik net koffie zette zag ik vanuit het keukenraam één van die katers op het dak van de buren zitten - ik herkende hem aan zijn erectie. Ik hem er een lege wijnfles naar gegooid. Hij zal voorlopig niet veel interesse meer hebben in poezen.
Je hoort hier 's nachts ook wel straathonden die tegen de honden van de mensen opblaffen. Dat eindigt doorgaans met een knal en angstige stilte.
Terug naar ons verblijf hier. Al vier weken, intussen. Onwaarschijnlijk. De kennismaking met de collega's viel - zoals verwacht - heel erg mee: allemaal vriendelijke, toffe mensen. De helft Tico's, de helft Belgen die hier al heel lang wonen. En één Nederlandse. Mijn kantoor heeft een groot raam dat uitkijkt op de tuin van de ambassade: van aan mijn bureau zie ik colibri's en eekhoorntjes. De baas is net zo goed als zijn reputatie.
We hebben meteen een auto gehuurd, een knalblauw braaf model. De Tico's rijden redelijk chaotisch en macho: "aan de kant, gij arme sloeber zonder auto/met een kleinere auto/met een veel te grote auto: hier kom ík aan". Alleen janetten stoppen voor het rode licht, richtingaanwijzers zijn er voor de sier, verkeersregels zijn niet meer dan vage inwtructies en de toeter is het belangrijkste onderdeel van de auto. Maar als je meerijdt met de stroom is de kans heel groot dat je er zonder kleerscheuren vanaf komt.
De auto regeert hier wel, overigens. 'Regeert' zoals de Belgische regering: alles staat hier voortdurend stil. De wegen zijn smal, de auto's groot, het openbaar vervoer niet zo goed, de mensen gemakzuchtig = files.
En tussen de auto's door zwermen brommers, die je langs alle kanten inhalen en op de meest onverwachte momenten opduiken en op alle mogelijke momenten uitwijken voor de gaten in de weg en elkaar. Het Costa Ricaanse woord voor bromfietser is 'kamikaze'.
We zijn na een week uit ons hotel gezet. Ik had een reservatie gemaakt voor één week en ging ervan uit dat die zonder problemen kon verlend worden. Niet, dus. Gelukkig vonden we meteen iets anders: een soort hacienda met dik bepleisterde muren, jaren '70-meubilair, nepkristallen luchters, trapjes op en af, balustrades, houten vloeren, hemelbedden, overal kleine kamertjes, een Romeins bad; alsof dit vroeger gebruikt werd als bordeel, quoi.
De Italiaans-Canadees eigenaars wilden het ons verhuren voor een vriendenprijs, "because we like you guys so much". 6 maanden gemiddeld maandsalaris voor 3 weken in een vies huis. Je moet er niet aan denken wat ze hadden aangerekend als ze ons niet zo aardig hadden gevonden. Cash te betalen, graag, in gebruikte en niet-opeenvolgende bankbiljetten.
We hebben veel huizen bezocht, samen met Ivo en Daniel, onze makelaars. Ivo is een lange Nederlander die hier al 35 jaar woont en nog steeds vol Hollandse Sturm-und-Drang zit; Daniel is een veramerikaniseerde grote, dikke Tico die alles beter weet, iedereen kent en héél overtuigend kan zijn. Er was altijd wel iets: de huizen waren te klein, te groot, hadden geen tuin, hadden een veel te gevaarlijke tuin met ravijnen en watervallen, waren te oud, te ver, te lelijk, te donker, te stinkend. We hadden een leuk huis gevonden en de toestemming van Brussel gekregen om het te huren maar toen besloten de eigenaaars dat ze het toch niet wilden verhuren. De Italiaans-Canadezen wilden ons uit de brand helpen: als we ons 4 jaar wilden laten afzetten, mochten we in het bordeel blijven wonen.
Tot we het huis van Doug en Joan zagen, een ouder Amerikaans stel dat jarenlang weel geld en werk en liefde heeft besteed aan hun oude huis en het hebben omgetoverd in een waar paleisje. De crisis heeft hen veel geld doen verliezen en ze moeten een paar jaar kleiner gaan wonen.
Liefde op het eerst gezicht! Heel leuk huis, prachtige tuin met kokosnoten en citroenen en bananen. 5 minuten van de school van de kinderen. Het contract werd opgesteld op het terras bij koffie en chocoladecake en met tranen in de ogen van de oudjes. Op 24 september kunnen we erin.
De Italiaans-Canadezen waren niet zo blij: ze zagen de Mercedes, de nieuwe keuken en de jaarlijkse vakantie aan de Rivièra aan hun neus voorbijgaan. Volgens hen hadden we onze afspraken geschonden, waren we leugenaars en bedriegers en ze konden ons niet langer onder hun dak laten wonen: we moesten meteen oprotten. Ik ben even met Matteo gaan praten, die mij nog eens uitgebreid bevestigde dat hij zo op mij gesteld was en dat hij het jammer vond dat het zo moest lopen maar ik moest toch begrijpen dat hij geen andere keuze had dan ons eruit te trappen. We hadden het huis immers zo smerig gemaakt dat de schoonmaakster weken nodig zou hebben om het weer bewoonbaar te maken. Gelukkig draaide hij bij toen ik liet verstaan dat ik het echt wel vervelend vond om de belastingdienst op de hoogte te moeten stellen van zijn zwarte huurinkomsten. We mogen dus nog blijven tot het eind van de maand. Dan gaan we naar een appartement. De laatste verhuis voor ons eigen huis. Het wordt tijd.
Als we de laatste dagen maar geen afgehakt paardenhoofd vinden in ons bed.
zondag 14 augustus 2011
San José, 14 augustus 2011
Ik wil net beginnen maar Casper is op. Dikke knuffel van hem maar de blog zal voor later zijn.
Er is vanalles gebeurd:
- kennis gemaakt met collega's
- kinderen gaan naar school
- we zijn uit ons hotel gezwierd
- we zitten in een vakantiehuis
- het vinden van een definitief huis is moeilijk: twijfel-twijfel-twijfel
- we hebben auto's gekocht (stoef,stoef)
- het verkeer is heerlijk informeel
- enz....
Snel uitgebreid nieuws. En misschien ook een fotootje.
Er is vanalles gebeurd:
- kennis gemaakt met collega's
- kinderen gaan naar school
- we zijn uit ons hotel gezwierd
- we zitten in een vakantiehuis
- het vinden van een definitief huis is moeilijk: twijfel-twijfel-twijfel
- we hebben auto's gekocht (stoef,stoef)
- het verkeer is heerlijk informeel
- enz....
Snel uitgebreid nieuws. En misschien ook een fotootje.
woensdag 3 augustus 2011
San José, 3 augustus 2011
Woensdag, derde dag in Centraal-Amerika. Vanmorgen om 2 uur wakker geworden: jetlag. De kinderen om 5 uur op. Het zal wel beter worden maar leuk is het voorlopig nog niet.
Zondagochtend heel vroeg met hele hebben en houden en kat en cavia's vertrokken naar Zaventem. Daar meteen al boel met Iberia: de cavia's mochten niet mee want het zijn kleine roofdieren die kunnen ontsnappen en dan vitale kabels doorknagen, waardoor het vliegtuig zeker zou neerstorten - en wij erbij. Uiteindelijk konden we de bagagemensen ervan overtuigen dat knaagdieren geen roofdieren zijn en dat we van tevoren de verzekering hadden gekregen dat ze mee mochten en dat we net daarvoor voor Iberia hadden gekozen.
Iedereen het vliegtuig op, dus. Eerste deel: Brussel naar Madrid. Emma en Casper vinden vliegen cool. In Madrid welkom geheten door een uiterst norse Guardia Civiler die mij vanachter een raampje op kniehoogte toeblafte. Het is moelijk je waardigheid te bewaren als je met je hoofd tussen je knieën tegen een brullende brievenbus moet praten.
Gelukkig vliegen we business. Iedereen een ruime stoel die je kunt uitschuiven tot bed. Na de lunch schuiven de andere passagiers de luikjes voor hun raampjes dicht en beginnen aan een siësta die duurt tot net voor de landing. Casper volgt hun voorbeeld. Emma verzet zich iets langer maar gaat dan toch ook Iberisch.
Als ze wakker worden, vinden ze vliegen al een stuk minder cool.
In San José onweert het. Regenseizoen. De man van Protocol die ons ontvangt verliest meteen het paspoort van de kat. Echtgenote razend. Maar we mogen toch het land in. Verenigd met de ietwat stinkende dieren en de licht gedeukte bagage rijden we door de stad waar de straten geen namen hebben. Gelukkig heeft Axel een GPS. En goede ogen, waardoor hij de gaten in de weg vermijdt. Spectaculair landschap, groen, Afrika zonder de bedelaars.
Om 18 uur vallen we in slaap. Om half drie de volgende ochtend zijn Emma en Casper op. Om 4 uur spelen we Pirates of the Carabean in de speeltuin, onder ve verbaasde blikken van dronkenlappen en nachtraven. Het avontuur is begonnen.
Zondagochtend heel vroeg met hele hebben en houden en kat en cavia's vertrokken naar Zaventem. Daar meteen al boel met Iberia: de cavia's mochten niet mee want het zijn kleine roofdieren die kunnen ontsnappen en dan vitale kabels doorknagen, waardoor het vliegtuig zeker zou neerstorten - en wij erbij. Uiteindelijk konden we de bagagemensen ervan overtuigen dat knaagdieren geen roofdieren zijn en dat we van tevoren de verzekering hadden gekregen dat ze mee mochten en dat we net daarvoor voor Iberia hadden gekozen.
Iedereen het vliegtuig op, dus. Eerste deel: Brussel naar Madrid. Emma en Casper vinden vliegen cool. In Madrid welkom geheten door een uiterst norse Guardia Civiler die mij vanachter een raampje op kniehoogte toeblafte. Het is moelijk je waardigheid te bewaren als je met je hoofd tussen je knieën tegen een brullende brievenbus moet praten.
Gelukkig vliegen we business. Iedereen een ruime stoel die je kunt uitschuiven tot bed. Na de lunch schuiven de andere passagiers de luikjes voor hun raampjes dicht en beginnen aan een siësta die duurt tot net voor de landing. Casper volgt hun voorbeeld. Emma verzet zich iets langer maar gaat dan toch ook Iberisch.
Als ze wakker worden, vinden ze vliegen al een stuk minder cool.
In San José onweert het. Regenseizoen. De man van Protocol die ons ontvangt verliest meteen het paspoort van de kat. Echtgenote razend. Maar we mogen toch het land in. Verenigd met de ietwat stinkende dieren en de licht gedeukte bagage rijden we door de stad waar de straten geen namen hebben. Gelukkig heeft Axel een GPS. En goede ogen, waardoor hij de gaten in de weg vermijdt. Spectaculair landschap, groen, Afrika zonder de bedelaars.
Om 18 uur vallen we in slaap. Om half drie de volgende ochtend zijn Emma en Casper op. Om 4 uur spelen we Pirates of the Carabean in de speeltuin, onder ve verbaasde blikken van dronkenlappen en nachtraven. Het avontuur is begonnen.
Abonneren op:
Posts (Atom)




