In Vlaanderen mag de leeuw vandaag naar hartenlust klauwen, hier doen we het dan maar met een jaguar.
Ik ben dus aangekomen in Panama. Na een warm afscheid van mijn collega's. Met de auto, dat is ook eens iets anders. Mooie rit, trouwens,zo door Costa Rica en Panama. Het eerste stuk door Costa Rica was bekend: langsheen de oceaan, door palmplantages, voorbij allerlei plaatsen met mooie herinneringen.
Ik ging van de grote weg af omdat het daar uren duurt voor je de grens over mag. Over een boerenwegel vol gaten naar de grensovergang die ook de drugshandelaren en mensensmokkelaars gebruiken, je rijdt gewoon een bruggetje over en je bent er. De formaliteiten duurden een tijdje: autoverzekering kopen aan een soort frietkraam, wachten op de Costa Ricaanse douaniers die eerst hun dienstauto uitgebreid moesten wassen voordat ze mijn paspoort konden stempelen, fotokopies laten maken in de schoenwinkel, zitten puffen in de verroeste container waarin de Panamese douane hokt.
Het stadje aan de Panamese kant lijkt één groot smokkelaarsnest: overal winkeltjes met verdachte koopwaar, cafés met klapdeuren waaruit elk moment een dronkenlap naar buiten kan gemept worden, drugsdealers. Een rovershol in Pakistan, dat soort stadje.
En dan dus Panama in, samen met de vaceros op hun sierlijke paarden en de indianenvrouwen in hun traditionele kledij. Vogels, vlinders, bloemen, allemaal heel kleurrijk.
Eerst over een tweevaksbaan, dan via een kronkelweg door stadjes die met elkaar verbonden zijn met kilomterslange linten uitzuipcafés, benzinestations en meubelzaken, ik waande mij zowaar weer in België.
De Panamezen rijden wel heel keurig: idereen houdt zich netjes aan de maximale snelheid, niet dat nerveuze plankgas dat het rijden in Costa Rica zo vervelend maakt. Ze gebruiken hun richtingaanwijzers en kunnen ritsen. Waarschijnlijk doen ze dit allemaal niet van harte: overal staan motoragenten die overtreders meteen beboeten. Ik ben 3 keer tegengehouden, telkens om te controleren of ik wel de juiste documenten had: paspoort, invoervergunning van de auto, rijbewijs. Elke keer namen de agenten afscheid met een handdruk, een waarschuwing voorzichtig te zijn en de wens dat ik mocht genieten van het landschap.
Een groot gedeelt van de weg rijd je door een landschap dat me deed denken aan het binnenland van Zuid-Afrika: struikgewas, grote open velden en op de achtergrond bergen. Nergens de dichte begroeiing die zo typisch is voor Costa Rica.
En toen was ik er. Over de elegante Puente Centenario over het Kanaal, dat is me de aankomst wel.
En dan verder, tot aan de oever van de Pacific, waar je uitkijkt over de stad.
Nu maar afwachten hoe het wordt. Eind juli ga ik naar Europa en dan komen we met z'n allen terug. Als de kinderen hier maar kunnen aarden, anders zal het snel afgelopen zijn.
We hebben vakantie gehad in Europa. Wel heel ontspannend hoor, al die gewone dingen: fietsen, feestjes, koeken van de bakker, de bibliotheek. Een week in België en dan een week in Nederland, naar het park waar Emma is geboren. In Antwerpen zag ik voor het eerst het MAS en was danig onder de indruk.
En op de Veluwe bezochten we Neerlands hoogste waterval, in Loenen. Voordat u lacht: in welk ander land kun je zomaar over de hoogste waterval heen springen? Ha, denk daar maar eens over na.
En nu ga ik zwemmen, de boog kan niet altijd gespannen staan. Tot de volgende.
vrijdag 12 juli 2013
maandag 20 mei 2013
San Jose, 20 mei 2013
Onze tijd hier begint te korten. Er zijn al een paar verhuizers langs geweest, nu wordt het dus serieus.
Volgende maand gaan we op vakantie naar Europa en Carola en de kinderen zouden dan niet meer terugkomen maar in augustus meteen naar Panama gaan. Ik kom wel terug om hier nog het een en ander te regelen op het werk en dan rijd ik met de auto naar Panama.
We zijn met z'n vieren naar Panama gegaan, om daar alvast een kijkje te nemen. Dat viel ons erg mee. De stad heeft een heel modern gedeelte met steeds nieuwe en steeds hogere wolkenkrabbers. Veel geld en blingbling.
Maar ook met een oud gedeelte, vol koloniale huizen, kerken en pleintjes. Er moet nog veel aan opgeknapt worden maar het wordt heel mooi.
En de huizen hebben geen prikkeldraad en tralies, zoals in Costa Rica. Een verademing.
We hebben 2 scholen bezocht waar ze heel gewichtig en moeilijk doen: er moeten allerlei testen afgeno;en worden, formulieren ingevuld en een speciale raad moet zich buigen over onze aanvraag. Poppenkast, natuurlijk, als je ziet hoeveel schoolgeld ze mislopen als ze kinderen afwijzen.
We hebben ook een mooi huis gevonden, in een rustige straat die een beetje doet denken aan The wonder years. Op loopafstand van de scholen (ze liggen pal naast elkaar). Klein nadeel: het is heel duur. Er moet dus wat vanaf of we moeten iets anders zoeken.
En natuurlijk kochten we een mooie hoed, je bent niet voor niets in Panama.
Op een uurtje rijden van ons huis ligt Punta Leona, een strand waar zo goed als niemand komt en waar het goed snorkelen is. Ik mijn enkel zo hard aan een rif gestoten dat ik niet meer kon lopen maar dat gaat nu al beter, gelukkig. Het leven zit vol gevaren, nietwaar.
Niet alleen het landschap en de zee zijn mooi, in de bomen zitten schitterende ara's.
Als dat allemaal niet mooi is.
Afgelopen weekend zijn we met vrienden naar Ojochal gegaan, aan de zuidelijke Pacific.
Het dorpje met de beste restaurants van het land.
We verbleven in huisjes naast een riviertje in het regenwoud.
Het strand heet Playa Ventanas, naar de openingen in de rotsen waardoor je de zee kunt zien, de 'vensters' in de naam.
Het transport was enigszins primitief, met kindertjes die zich aan de buitenkant van auto's moeten vasthouden. Dat heb je ook nog in dit land.
En nu weer thuis. Pinksteren en dus vrij terwijl de rest van het land moet werken. Heerlijk!
Onze Amerikaanse collega's hier hebben een fijn filmpje opgenomen, waarin ze ook de ambassadeur hebben laten dansen:
https://www.youtube.com/watch?v=2U-SVPpqCiw
Geestig, verdad?
Vergeet niet een muts op te zetten daar in de Europese lente.
Volgende maand gaan we op vakantie naar Europa en Carola en de kinderen zouden dan niet meer terugkomen maar in augustus meteen naar Panama gaan. Ik kom wel terug om hier nog het een en ander te regelen op het werk en dan rijd ik met de auto naar Panama.
We zijn met z'n vieren naar Panama gegaan, om daar alvast een kijkje te nemen. Dat viel ons erg mee. De stad heeft een heel modern gedeelte met steeds nieuwe en steeds hogere wolkenkrabbers. Veel geld en blingbling.
Maar ook met een oud gedeelte, vol koloniale huizen, kerken en pleintjes. Er moet nog veel aan opgeknapt worden maar het wordt heel mooi.
En de huizen hebben geen prikkeldraad en tralies, zoals in Costa Rica. Een verademing.
We hebben 2 scholen bezocht waar ze heel gewichtig en moeilijk doen: er moeten allerlei testen afgeno;en worden, formulieren ingevuld en een speciale raad moet zich buigen over onze aanvraag. Poppenkast, natuurlijk, als je ziet hoeveel schoolgeld ze mislopen als ze kinderen afwijzen.
We hebben ook een mooi huis gevonden, in een rustige straat die een beetje doet denken aan The wonder years. Op loopafstand van de scholen (ze liggen pal naast elkaar). Klein nadeel: het is heel duur. Er moet dus wat vanaf of we moeten iets anders zoeken.
En natuurlijk kochten we een mooie hoed, je bent niet voor niets in Panama.
Op een uurtje rijden van ons huis ligt Punta Leona, een strand waar zo goed als niemand komt en waar het goed snorkelen is. Ik mijn enkel zo hard aan een rif gestoten dat ik niet meer kon lopen maar dat gaat nu al beter, gelukkig. Het leven zit vol gevaren, nietwaar.
Niet alleen het landschap en de zee zijn mooi, in de bomen zitten schitterende ara's.
Als dat allemaal niet mooi is.
Afgelopen weekend zijn we met vrienden naar Ojochal gegaan, aan de zuidelijke Pacific.
Het dorpje met de beste restaurants van het land.
We verbleven in huisjes naast een riviertje in het regenwoud.
Het strand heet Playa Ventanas, naar de openingen in de rotsen waardoor je de zee kunt zien, de 'vensters' in de naam.
Het transport was enigszins primitief, met kindertjes die zich aan de buitenkant van auto's moeten vasthouden. Dat heb je ook nog in dit land.
En nu weer thuis. Pinksteren en dus vrij terwijl de rest van het land moet werken. Heerlijk!
Onze Amerikaanse collega's hier hebben een fijn filmpje opgenomen, waarin ze ook de ambassadeur hebben laten dansen:
https://www.youtube.com/watch?v=2U-SVPpqCiw
Geestig, verdad?
Vergeet niet een muts op te zetten daar in de Europese lente.
woensdag 1 mei 2013
San Jose, 1 mei 2013
In Nederland is er een nieuwe koning. Hoera! Hoera! Hoera! Gisteren feestje om een en ander te vieren. Druk, gezellig, warm. Na twee uur was het bier op. Niet zo erg: het was toch Heineken.
En nu dus 1 mei. Lekker warm en Classics 100 op de radio, wat wil een mens nog meer? Cortez the Killer - waar hoor je dat nog volledig, op heden?
Onze laatste weken hier zijn aangebroken. Volgende week gaan we alvast een paar dagen naar Panama, op zoek naar een ambassade, een huis en een school. Iedereen zegt dat het daar warm is, we zullen dat wel voelen.
We waren onlangs trouwens vlakbij de Panamese grens, in een streek vol Italianen. Het leek wel een beetje op Toscane maar dan zonder de stadjes en de wijngaarden. San Vito is immers San Geminiano niet.
Er wonen argoeti's, een soort reusachtige hazen. De plaatselijke bevolking vindt ze een lekkernij; wij vonden ze voornamelijk schattig.
De zonsondergang boven Panama was indrukwekkend.
De terugweg was heel mooi, urenlang lagsheen een rivier doorheen de uitlopers van het Talamancagebergte.
Nauwelijks ander verkeer. Alleen een groepje campers met Nederlandse nummerborden (zelfs hier!) en een verkeersopstopping van koeien.
Emma's arm is weer helemaal genezen. Zij blij, wij blij.
Er waart een ninja door ons huis. Eng, hoor. Maar voorlopig kunnen we hem nog de baas.
In zijn vrije tijd gaat hij incognito buitelen in het zwembad.
Emma moest een project doen op school, over poema's. Hoe leven ze? Hoe verdedigen ze zich? Hoe planten ze zich voort? En dan uitleggen tijdens een speciale science fair. Ze deed dat heel goed en heel serieus, met verbrande neus en wangen.
Casper heeft meegewekt aan de decoratie van een traditioneel ossenkarrenwiel met daarop de zelfportretten van alle kinderen van zijn grade. Hij is het gele ventje rechts beneden, naast 'Prep C'.
Nu het regenseizoen aanbreekt, krijgen we ook hier in de bergen mooie avonden. Perfect skemerkelkiesweer in onze eigen tuin.
En ontwaakt nu maar, verworpenen der aarde. Ik ga met mijn kinderen spelen.
En nu dus 1 mei. Lekker warm en Classics 100 op de radio, wat wil een mens nog meer? Cortez the Killer - waar hoor je dat nog volledig, op heden?
Onze laatste weken hier zijn aangebroken. Volgende week gaan we alvast een paar dagen naar Panama, op zoek naar een ambassade, een huis en een school. Iedereen zegt dat het daar warm is, we zullen dat wel voelen.
We waren onlangs trouwens vlakbij de Panamese grens, in een streek vol Italianen. Het leek wel een beetje op Toscane maar dan zonder de stadjes en de wijngaarden. San Vito is immers San Geminiano niet.
Er wonen argoeti's, een soort reusachtige hazen. De plaatselijke bevolking vindt ze een lekkernij; wij vonden ze voornamelijk schattig.
De zonsondergang boven Panama was indrukwekkend.
De terugweg was heel mooi, urenlang lagsheen een rivier doorheen de uitlopers van het Talamancagebergte.
Nauwelijks ander verkeer. Alleen een groepje campers met Nederlandse nummerborden (zelfs hier!) en een verkeersopstopping van koeien.
Emma's arm is weer helemaal genezen. Zij blij, wij blij.
Er waart een ninja door ons huis. Eng, hoor. Maar voorlopig kunnen we hem nog de baas.
In zijn vrije tijd gaat hij incognito buitelen in het zwembad.
Emma moest een project doen op school, over poema's. Hoe leven ze? Hoe verdedigen ze zich? Hoe planten ze zich voort? En dan uitleggen tijdens een speciale science fair. Ze deed dat heel goed en heel serieus, met verbrande neus en wangen.
Casper heeft meegewekt aan de decoratie van een traditioneel ossenkarrenwiel met daarop de zelfportretten van alle kinderen van zijn grade. Hij is het gele ventje rechts beneden, naast 'Prep C'.
Nu het regenseizoen aanbreekt, krijgen we ook hier in de bergen mooie avonden. Perfect skemerkelkiesweer in onze eigen tuin.
En ontwaakt nu maar, verworpenen der aarde. Ik ga met mijn kinderen spelen.
woensdag 27 maart 2013
San Jose, 27 maart 2013
We gaan verhuizen. Naar Panama. Spannend, alweer. We zien wel hoe het wordt.
Eerst medisch nieuws: Emma heeft haar pols gebroken en moet 4 weken in het gips. Met jongens gespeeld. Zo jong al al.
We zijn naar Cauita geweest, aan de Caribische kust. Helemaal niet Latino zoals de rest van het land: de mensen zijn zwart en spreken Engels en luisteren naar reggae. Behalve Michel, een Fransman die - een beetje onverwachts - een bakkerijtje heeft bij de begin van het dorp, waar je de beste taartjes van Costa Rica kunt krijgen en de hele dag naar chansons kunt luisteren. Ik heb ondertussen een overdosis Bob Marley binnen: je hoort hem hier werkelijk overal en hij heeft niet zo veel muziek gemaakt dus het zijn steeds dezelfde liedjes. Gaat enerveren, na een tijdje.
Het nationaal park van Cahuita is heel mooi: ongerepte jungle langsheen de immer woelige zee.
The young man and the sea.
Het strand bij het dorp is een beetje rommelig, vol aangespoeld wrakhout van vergane piratenschepen.
Bedachtzame geesten gaan ervan mediteren.
We verbleven bij 2 Canadezen, die na een lang diplomatiek leven besloten hadden om hun oude dag door te brengen als hoteliers. Ze hadden een waar pardijsje gemaakt: gone with the wind in de Hof van Eden.
De eerste mails die we van hen kregen ondertekenden ze met John en Judy maar er was helemaal geen Judy, wel een Michel. Rare Canadezen.
Vorige week was het weer Festival van de Francofonie. Plezierige boel: allerlei optredens, films, sportactiviteiten. Wij hadden 2 Belgische muzikanten uitgenodigd, die samen met 4 Costa Ricanen een jazzconcert gaven. Het kot was te klein.
Omdat het zulke toffe mannen zijn, gaven ze ook gratis lessen aan muziekscholen. Ze genoten er net zo veel van als de leerlingen.
Volgend jaar in Panama.
In de buurt van San Jose ligt een wel heel merkwaardig restaurant: le Chalet. Ziet er inderdaad uit als een Alpenchalet, vooral het interieur: lage plafonds met zware dakbalken, massieve tafels met rood-wit geblokte kleedjes, koperen lampen. De obers dragen Lederhosen en brengen je jodelend je Wienerschnitzel.
Naast het restaurant is een dorpspleintje gebouwd, compleet met fontein en kerkje, waar Eurofiele Tico's kunnen trouwen. Ze betalen dit feest doorgaans langer af dan hun huwelijk duurt..
Je kunt er zelfs in de dennenbossen wandelen. Allemaal heel romantisch.
Semana santa, de week voor pasen. Het is rustig in de stad: iedereen zit aan het strand. Een plezierige afwisseling met de drukte die hier doorgaans heerst.
In de winkels zijn de koelkasten met bier op slot en de rekken met wijn afgeplakt met zwart plastic, de kroegen zijn gesloten en de restaurants mogen geen alcohol schenken. Allemaal om deze dagen met de gepaste ingetogenheid te kunnen vieren. Zonder veel succes, echter: ons hele dorp ligt vol met zatlappen die hun roes uitslapen op bankjes, in struiken, in de goot. De Here zij geprezen!
Morgen vertrekken ook wij, wij gaan het Panamawaarts zoeken.
Geniet nog een beetje van het leven, zou ik u aanraden.
Hasta pronto.
Eerst medisch nieuws: Emma heeft haar pols gebroken en moet 4 weken in het gips. Met jongens gespeeld. Zo jong al al.
We zijn naar Cauita geweest, aan de Caribische kust. Helemaal niet Latino zoals de rest van het land: de mensen zijn zwart en spreken Engels en luisteren naar reggae. Behalve Michel, een Fransman die - een beetje onverwachts - een bakkerijtje heeft bij de begin van het dorp, waar je de beste taartjes van Costa Rica kunt krijgen en de hele dag naar chansons kunt luisteren. Ik heb ondertussen een overdosis Bob Marley binnen: je hoort hem hier werkelijk overal en hij heeft niet zo veel muziek gemaakt dus het zijn steeds dezelfde liedjes. Gaat enerveren, na een tijdje.
Het nationaal park van Cahuita is heel mooi: ongerepte jungle langsheen de immer woelige zee.
The young man and the sea.
Bedachtzame geesten gaan ervan mediteren.
We verbleven bij 2 Canadezen, die na een lang diplomatiek leven besloten hadden om hun oude dag door te brengen als hoteliers. Ze hadden een waar pardijsje gemaakt: gone with the wind in de Hof van Eden.
De eerste mails die we van hen kregen ondertekenden ze met John en Judy maar er was helemaal geen Judy, wel een Michel. Rare Canadezen.
Vorige week was het weer Festival van de Francofonie. Plezierige boel: allerlei optredens, films, sportactiviteiten. Wij hadden 2 Belgische muzikanten uitgenodigd, die samen met 4 Costa Ricanen een jazzconcert gaven. Het kot was te klein.
Omdat het zulke toffe mannen zijn, gaven ze ook gratis lessen aan muziekscholen. Ze genoten er net zo veel van als de leerlingen.
Volgend jaar in Panama.
In de buurt van San Jose ligt een wel heel merkwaardig restaurant: le Chalet. Ziet er inderdaad uit als een Alpenchalet, vooral het interieur: lage plafonds met zware dakbalken, massieve tafels met rood-wit geblokte kleedjes, koperen lampen. De obers dragen Lederhosen en brengen je jodelend je Wienerschnitzel.
Naast het restaurant is een dorpspleintje gebouwd, compleet met fontein en kerkje, waar Eurofiele Tico's kunnen trouwen. Ze betalen dit feest doorgaans langer af dan hun huwelijk duurt..
Je kunt er zelfs in de dennenbossen wandelen. Allemaal heel romantisch.
Semana santa, de week voor pasen. Het is rustig in de stad: iedereen zit aan het strand. Een plezierige afwisseling met de drukte die hier doorgaans heerst.
In de winkels zijn de koelkasten met bier op slot en de rekken met wijn afgeplakt met zwart plastic, de kroegen zijn gesloten en de restaurants mogen geen alcohol schenken. Allemaal om deze dagen met de gepaste ingetogenheid te kunnen vieren. Zonder veel succes, echter: ons hele dorp ligt vol met zatlappen die hun roes uitslapen op bankjes, in struiken, in de goot. De Here zij geprezen!
Morgen vertrekken ook wij, wij gaan het Panamawaarts zoeken.
Geniet nog een beetje van het leven, zou ik u aanraden.
Hasta pronto.
woensdag 27 februari 2013
San José, 26 februari 2013
De Belgische en Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken willen dat wij allemaal nauwer met elkaar gaan samenwerken. Allemaal mooi bedacht maar de praktijk is toch iets ingewikkelder dan men in onze hoofdsteden denkt.
Dus gingen mijn Nederlandse collega en ik op terreinbezoek naar Dominical, een hip surfstadje aan de Pacific vol hippies en punkers in bermudabroeken. We gingen op zoek naar een geschikte lokatie voor een gemeenschappelijke ambassade en we denken dat we die gevonden hebben. Er moet nog het een en ander gebouwd worden maar wij zien grote mogelijkheden.
Het was geen plezierreisje: vergaderen tot lang na zonsondergang in een soms bitse sfeer, waarbij we beiden onze nationale belangen met grote inzet verdedigden.
Maar uiteindelijk vonden we een compromis.
Vanuit ons huis kun je helemaal aan de overkant van de Centrale Vallei de vulkaan Irazú zien liggen. Die moesten wij dus beklimmen. En deze keer zonder mist. Flinke top: bijna 3500 meter hoog. Koud! Daar worden we echt niet vrolijk van.
De wind en de zwaveldampen zorgen voor een indrukwekkende schraalheid.
Dus wij maar weer naar zee, waar het warm is en het zonnetje schijnt. Over de brug over de Tarcoles waar het wemelt van de krokodillen.
En langsheen Los Sueños, een wel heel merkwaardig resort net voor Jaccó. Een reusachtig terrein met golf course, verscheidene condominiums, hotels, restaurants, een overdekt Italiaans straatje vol louche types met gouden kettingen en donkere zonnebrillen en een jachthaven waar vanalles blinkt en schittert. En met nog room for a pony ook.
Maar ons reisdoel lag zuidelijker, naar waar je vanuit de heuvels uitkijkt over het schiereiland van Osa en Amerikanen zo eenzaam zijn dat ze ongevraagd - en wat bij betreft: zeer ongewenst - je het verhaal van hun leven komen vertellen. Gelukkig biedt het landschap afleiding.
Maar 's nachts een leven, daar in dat stuk oerwoud! En bij het krieken van de dag het geschreeuw van brulapen voor wie toch in slaap gesukkeld was. En als de brulapenweer onder zeil zijn, nemen toekans hun lawaaimakerij over. Laat je niet foppen: ze zien er veel discreter uit dan ze zijn.
Wel lekker gegeten, trouwens. Een Italiaans-Aziatisch restaurant dat gepast Confuzione heet.
Casper was heel blij met zijn nieuwe junglehoed en hij wil nu safarigids worden, dan kan hij die de hele dag dragen.
En Emma was zoals steeds op zoek naar nieuwe stukken voor haar schelpencollectie.
Zo wordt de tijd hier wel besteed.
Wie ons wil komen bezoeken moet zich haasten. Het blijft niet duren.
Dus gingen mijn Nederlandse collega en ik op terreinbezoek naar Dominical, een hip surfstadje aan de Pacific vol hippies en punkers in bermudabroeken. We gingen op zoek naar een geschikte lokatie voor een gemeenschappelijke ambassade en we denken dat we die gevonden hebben. Er moet nog het een en ander gebouwd worden maar wij zien grote mogelijkheden.
Het was geen plezierreisje: vergaderen tot lang na zonsondergang in een soms bitse sfeer, waarbij we beiden onze nationale belangen met grote inzet verdedigden.
Maar uiteindelijk vonden we een compromis.
Vanuit ons huis kun je helemaal aan de overkant van de Centrale Vallei de vulkaan Irazú zien liggen. Die moesten wij dus beklimmen. En deze keer zonder mist. Flinke top: bijna 3500 meter hoog. Koud! Daar worden we echt niet vrolijk van.
De wind en de zwaveldampen zorgen voor een indrukwekkende schraalheid.
Dus wij maar weer naar zee, waar het warm is en het zonnetje schijnt. Over de brug over de Tarcoles waar het wemelt van de krokodillen.
En langsheen Los Sueños, een wel heel merkwaardig resort net voor Jaccó. Een reusachtig terrein met golf course, verscheidene condominiums, hotels, restaurants, een overdekt Italiaans straatje vol louche types met gouden kettingen en donkere zonnebrillen en een jachthaven waar vanalles blinkt en schittert. En met nog room for a pony ook.
Maar ons reisdoel lag zuidelijker, naar waar je vanuit de heuvels uitkijkt over het schiereiland van Osa en Amerikanen zo eenzaam zijn dat ze ongevraagd - en wat bij betreft: zeer ongewenst - je het verhaal van hun leven komen vertellen. Gelukkig biedt het landschap afleiding.
Maar 's nachts een leven, daar in dat stuk oerwoud! En bij het krieken van de dag het geschreeuw van brulapen voor wie toch in slaap gesukkeld was. En als de brulapenweer onder zeil zijn, nemen toekans hun lawaaimakerij over. Laat je niet foppen: ze zien er veel discreter uit dan ze zijn.
Wel lekker gegeten, trouwens. Een Italiaans-Aziatisch restaurant dat gepast Confuzione heet.
Casper was heel blij met zijn nieuwe junglehoed en hij wil nu safarigids worden, dan kan hij die de hele dag dragen.
En Emma was zoals steeds op zoek naar nieuwe stukken voor haar schelpencollectie.
Zo wordt de tijd hier wel besteed.
Wie ons wil komen bezoeken moet zich haasten. Het blijft niet duren.
Abonneren op:
Posts (Atom)












