In Nederland is er een nieuwe koning. Hoera! Hoera! Hoera! Gisteren feestje om een en ander te vieren. Druk, gezellig, warm. Na twee uur was het bier op. Niet zo erg: het was toch Heineken.
En nu dus 1 mei. Lekker warm en Classics 100 op de radio, wat wil een mens nog meer? Cortez the Killer - waar hoor je dat nog volledig, op heden?
Onze laatste weken hier zijn aangebroken. Volgende week gaan we alvast een paar dagen naar Panama, op zoek naar een ambassade, een huis en een school. Iedereen zegt dat het daar warm is, we zullen dat wel voelen.
We waren onlangs trouwens vlakbij de Panamese grens, in een streek vol Italianen. Het leek wel een beetje op Toscane maar dan zonder de stadjes en de wijngaarden. San Vito is immers San Geminiano niet.
Er wonen argoeti's, een soort reusachtige hazen. De plaatselijke bevolking vindt ze een lekkernij; wij vonden ze voornamelijk schattig.
De zonsondergang boven Panama was indrukwekkend.
De terugweg was heel mooi, urenlang lagsheen een rivier doorheen de uitlopers van het Talamancagebergte.
Nauwelijks ander verkeer. Alleen een groepje campers met Nederlandse nummerborden (zelfs hier!) en een verkeersopstopping van koeien.
Emma's arm is weer helemaal genezen. Zij blij, wij blij.
Er waart een ninja door ons huis. Eng, hoor. Maar voorlopig kunnen we hem nog de baas.
In zijn vrije tijd gaat hij incognito buitelen in het zwembad.
Emma moest een project doen op school, over poema's. Hoe leven ze? Hoe verdedigen ze zich? Hoe planten ze zich voort? En dan uitleggen tijdens een speciale science fair. Ze deed dat heel goed en heel serieus, met verbrande neus en wangen.
Casper heeft meegewekt aan de decoratie van een traditioneel ossenkarrenwiel met daarop de zelfportretten van alle kinderen van zijn grade. Hij is het gele ventje rechts beneden, naast 'Prep C'.
Nu het regenseizoen aanbreekt, krijgen we ook hier in de bergen mooie avonden. Perfect skemerkelkiesweer in onze eigen tuin.
En ontwaakt nu maar, verworpenen der aarde. Ik ga met mijn kinderen spelen.
woensdag 1 mei 2013
woensdag 27 maart 2013
San Jose, 27 maart 2013
We gaan verhuizen. Naar Panama. Spannend, alweer. We zien wel hoe het wordt.
Eerst medisch nieuws: Emma heeft haar pols gebroken en moet 4 weken in het gips. Met jongens gespeeld. Zo jong al al.
We zijn naar Cauita geweest, aan de Caribische kust. Helemaal niet Latino zoals de rest van het land: de mensen zijn zwart en spreken Engels en luisteren naar reggae. Behalve Michel, een Fransman die - een beetje onverwachts - een bakkerijtje heeft bij de begin van het dorp, waar je de beste taartjes van Costa Rica kunt krijgen en de hele dag naar chansons kunt luisteren. Ik heb ondertussen een overdosis Bob Marley binnen: je hoort hem hier werkelijk overal en hij heeft niet zo veel muziek gemaakt dus het zijn steeds dezelfde liedjes. Gaat enerveren, na een tijdje.
Het nationaal park van Cahuita is heel mooi: ongerepte jungle langsheen de immer woelige zee.
The young man and the sea.
Het strand bij het dorp is een beetje rommelig, vol aangespoeld wrakhout van vergane piratenschepen.
Bedachtzame geesten gaan ervan mediteren.
We verbleven bij 2 Canadezen, die na een lang diplomatiek leven besloten hadden om hun oude dag door te brengen als hoteliers. Ze hadden een waar pardijsje gemaakt: gone with the wind in de Hof van Eden.
De eerste mails die we van hen kregen ondertekenden ze met John en Judy maar er was helemaal geen Judy, wel een Michel. Rare Canadezen.
Vorige week was het weer Festival van de Francofonie. Plezierige boel: allerlei optredens, films, sportactiviteiten. Wij hadden 2 Belgische muzikanten uitgenodigd, die samen met 4 Costa Ricanen een jazzconcert gaven. Het kot was te klein.
Omdat het zulke toffe mannen zijn, gaven ze ook gratis lessen aan muziekscholen. Ze genoten er net zo veel van als de leerlingen.
Volgend jaar in Panama.
In de buurt van San Jose ligt een wel heel merkwaardig restaurant: le Chalet. Ziet er inderdaad uit als een Alpenchalet, vooral het interieur: lage plafonds met zware dakbalken, massieve tafels met rood-wit geblokte kleedjes, koperen lampen. De obers dragen Lederhosen en brengen je jodelend je Wienerschnitzel.
Naast het restaurant is een dorpspleintje gebouwd, compleet met fontein en kerkje, waar Eurofiele Tico's kunnen trouwen. Ze betalen dit feest doorgaans langer af dan hun huwelijk duurt..
Je kunt er zelfs in de dennenbossen wandelen. Allemaal heel romantisch.
Semana santa, de week voor pasen. Het is rustig in de stad: iedereen zit aan het strand. Een plezierige afwisseling met de drukte die hier doorgaans heerst.
In de winkels zijn de koelkasten met bier op slot en de rekken met wijn afgeplakt met zwart plastic, de kroegen zijn gesloten en de restaurants mogen geen alcohol schenken. Allemaal om deze dagen met de gepaste ingetogenheid te kunnen vieren. Zonder veel succes, echter: ons hele dorp ligt vol met zatlappen die hun roes uitslapen op bankjes, in struiken, in de goot. De Here zij geprezen!
Morgen vertrekken ook wij, wij gaan het Panamawaarts zoeken.
Geniet nog een beetje van het leven, zou ik u aanraden.
Hasta pronto.
Eerst medisch nieuws: Emma heeft haar pols gebroken en moet 4 weken in het gips. Met jongens gespeeld. Zo jong al al.
We zijn naar Cauita geweest, aan de Caribische kust. Helemaal niet Latino zoals de rest van het land: de mensen zijn zwart en spreken Engels en luisteren naar reggae. Behalve Michel, een Fransman die - een beetje onverwachts - een bakkerijtje heeft bij de begin van het dorp, waar je de beste taartjes van Costa Rica kunt krijgen en de hele dag naar chansons kunt luisteren. Ik heb ondertussen een overdosis Bob Marley binnen: je hoort hem hier werkelijk overal en hij heeft niet zo veel muziek gemaakt dus het zijn steeds dezelfde liedjes. Gaat enerveren, na een tijdje.
Het nationaal park van Cahuita is heel mooi: ongerepte jungle langsheen de immer woelige zee.
The young man and the sea.
Bedachtzame geesten gaan ervan mediteren.
We verbleven bij 2 Canadezen, die na een lang diplomatiek leven besloten hadden om hun oude dag door te brengen als hoteliers. Ze hadden een waar pardijsje gemaakt: gone with the wind in de Hof van Eden.
De eerste mails die we van hen kregen ondertekenden ze met John en Judy maar er was helemaal geen Judy, wel een Michel. Rare Canadezen.
Vorige week was het weer Festival van de Francofonie. Plezierige boel: allerlei optredens, films, sportactiviteiten. Wij hadden 2 Belgische muzikanten uitgenodigd, die samen met 4 Costa Ricanen een jazzconcert gaven. Het kot was te klein.
Omdat het zulke toffe mannen zijn, gaven ze ook gratis lessen aan muziekscholen. Ze genoten er net zo veel van als de leerlingen.
Volgend jaar in Panama.
In de buurt van San Jose ligt een wel heel merkwaardig restaurant: le Chalet. Ziet er inderdaad uit als een Alpenchalet, vooral het interieur: lage plafonds met zware dakbalken, massieve tafels met rood-wit geblokte kleedjes, koperen lampen. De obers dragen Lederhosen en brengen je jodelend je Wienerschnitzel.
Naast het restaurant is een dorpspleintje gebouwd, compleet met fontein en kerkje, waar Eurofiele Tico's kunnen trouwen. Ze betalen dit feest doorgaans langer af dan hun huwelijk duurt..
Je kunt er zelfs in de dennenbossen wandelen. Allemaal heel romantisch.
Semana santa, de week voor pasen. Het is rustig in de stad: iedereen zit aan het strand. Een plezierige afwisseling met de drukte die hier doorgaans heerst.
In de winkels zijn de koelkasten met bier op slot en de rekken met wijn afgeplakt met zwart plastic, de kroegen zijn gesloten en de restaurants mogen geen alcohol schenken. Allemaal om deze dagen met de gepaste ingetogenheid te kunnen vieren. Zonder veel succes, echter: ons hele dorp ligt vol met zatlappen die hun roes uitslapen op bankjes, in struiken, in de goot. De Here zij geprezen!
Morgen vertrekken ook wij, wij gaan het Panamawaarts zoeken.
Geniet nog een beetje van het leven, zou ik u aanraden.
Hasta pronto.
woensdag 27 februari 2013
San José, 26 februari 2013
De Belgische en Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken willen dat wij allemaal nauwer met elkaar gaan samenwerken. Allemaal mooi bedacht maar de praktijk is toch iets ingewikkelder dan men in onze hoofdsteden denkt.
Dus gingen mijn Nederlandse collega en ik op terreinbezoek naar Dominical, een hip surfstadje aan de Pacific vol hippies en punkers in bermudabroeken. We gingen op zoek naar een geschikte lokatie voor een gemeenschappelijke ambassade en we denken dat we die gevonden hebben. Er moet nog het een en ander gebouwd worden maar wij zien grote mogelijkheden.
Het was geen plezierreisje: vergaderen tot lang na zonsondergang in een soms bitse sfeer, waarbij we beiden onze nationale belangen met grote inzet verdedigden.
Maar uiteindelijk vonden we een compromis.
Vanuit ons huis kun je helemaal aan de overkant van de Centrale Vallei de vulkaan Irazú zien liggen. Die moesten wij dus beklimmen. En deze keer zonder mist. Flinke top: bijna 3500 meter hoog. Koud! Daar worden we echt niet vrolijk van.
De wind en de zwaveldampen zorgen voor een indrukwekkende schraalheid.
Dus wij maar weer naar zee, waar het warm is en het zonnetje schijnt. Over de brug over de Tarcoles waar het wemelt van de krokodillen.
En langsheen Los Sueños, een wel heel merkwaardig resort net voor Jaccó. Een reusachtig terrein met golf course, verscheidene condominiums, hotels, restaurants, een overdekt Italiaans straatje vol louche types met gouden kettingen en donkere zonnebrillen en een jachthaven waar vanalles blinkt en schittert. En met nog room for a pony ook.
Maar ons reisdoel lag zuidelijker, naar waar je vanuit de heuvels uitkijkt over het schiereiland van Osa en Amerikanen zo eenzaam zijn dat ze ongevraagd - en wat bij betreft: zeer ongewenst - je het verhaal van hun leven komen vertellen. Gelukkig biedt het landschap afleiding.
Maar 's nachts een leven, daar in dat stuk oerwoud! En bij het krieken van de dag het geschreeuw van brulapen voor wie toch in slaap gesukkeld was. En als de brulapenweer onder zeil zijn, nemen toekans hun lawaaimakerij over. Laat je niet foppen: ze zien er veel discreter uit dan ze zijn.
Wel lekker gegeten, trouwens. Een Italiaans-Aziatisch restaurant dat gepast Confuzione heet.
Casper was heel blij met zijn nieuwe junglehoed en hij wil nu safarigids worden, dan kan hij die de hele dag dragen.
En Emma was zoals steeds op zoek naar nieuwe stukken voor haar schelpencollectie.
Zo wordt de tijd hier wel besteed.
Wie ons wil komen bezoeken moet zich haasten. Het blijft niet duren.
Dus gingen mijn Nederlandse collega en ik op terreinbezoek naar Dominical, een hip surfstadje aan de Pacific vol hippies en punkers in bermudabroeken. We gingen op zoek naar een geschikte lokatie voor een gemeenschappelijke ambassade en we denken dat we die gevonden hebben. Er moet nog het een en ander gebouwd worden maar wij zien grote mogelijkheden.
Het was geen plezierreisje: vergaderen tot lang na zonsondergang in een soms bitse sfeer, waarbij we beiden onze nationale belangen met grote inzet verdedigden.
Maar uiteindelijk vonden we een compromis.
Vanuit ons huis kun je helemaal aan de overkant van de Centrale Vallei de vulkaan Irazú zien liggen. Die moesten wij dus beklimmen. En deze keer zonder mist. Flinke top: bijna 3500 meter hoog. Koud! Daar worden we echt niet vrolijk van.
De wind en de zwaveldampen zorgen voor een indrukwekkende schraalheid.
Dus wij maar weer naar zee, waar het warm is en het zonnetje schijnt. Over de brug over de Tarcoles waar het wemelt van de krokodillen.
En langsheen Los Sueños, een wel heel merkwaardig resort net voor Jaccó. Een reusachtig terrein met golf course, verscheidene condominiums, hotels, restaurants, een overdekt Italiaans straatje vol louche types met gouden kettingen en donkere zonnebrillen en een jachthaven waar vanalles blinkt en schittert. En met nog room for a pony ook.
Maar ons reisdoel lag zuidelijker, naar waar je vanuit de heuvels uitkijkt over het schiereiland van Osa en Amerikanen zo eenzaam zijn dat ze ongevraagd - en wat bij betreft: zeer ongewenst - je het verhaal van hun leven komen vertellen. Gelukkig biedt het landschap afleiding.
Maar 's nachts een leven, daar in dat stuk oerwoud! En bij het krieken van de dag het geschreeuw van brulapen voor wie toch in slaap gesukkeld was. En als de brulapenweer onder zeil zijn, nemen toekans hun lawaaimakerij over. Laat je niet foppen: ze zien er veel discreter uit dan ze zijn.
Wel lekker gegeten, trouwens. Een Italiaans-Aziatisch restaurant dat gepast Confuzione heet.
Casper was heel blij met zijn nieuwe junglehoed en hij wil nu safarigids worden, dan kan hij die de hele dag dragen.
En Emma was zoals steeds op zoek naar nieuwe stukken voor haar schelpencollectie.
Zo wordt de tijd hier wel besteed.
Wie ons wil komen bezoeken moet zich haasten. Het blijft niet duren.
zaterdag 12 januari 2013
San José, 12 januari 2013
Tussen kerstmis en half januari worden er overal in het land houten arena's opgericht voor de tope, de Costa Ricaanse corrida. De bedoeling is dat moedige mannen over stieren heen springen of onder hun buik heen duiken terwijl ze luid aangemoedigd worden door een uitzinnig publiek. Springers en publiek zijn doorgaans stomdronken, wat de deelnemers aanzet tot ware heldendaden.
Gewoonlijk komen de deelnemers onder de poten of op de hoorns van de stier terecht, wat het publiek fantastisch vindt. Als er eentje vertrappeld is, staan er meteen anderen klaar om zijn plaats in te nemen en op hun beurt ongelukkig geschopt te worden. En ondertussen brult het publiek van plezier; ambiance! Pas als iedere kandidaat-deelnemer is afgevoerd naar het ziekenhuis houdt het feest op. Tot de volgende dag, dan begint alles gewoon opnieuw. Opeens lijken de Romeinen niet langer het toppunt van barbarij.
Ook ambiance bij onze Amerikaanse buurman. Zijn ex kwam hem samen met haar 4 broers op de terugweg van een bruiloft een bezoekje brengen. Ze had nog sleutels van zijn huis zodat ze opeens naast zijn bed stonden. En in dat bed lag ook de nieuwe vriendin van de buurman. Terwijl de broers - die tot groot verdriet van de buurman niet onverdienstelijke amateurboksers zijn - de buurman onder handen namen, stortte de ex zich op de nieuwe. Gekrijs en gekrab en getrek aan haren!
Eindelijk kwam de politie erbij maar de agenten vonden de hele situatie zo komisch dat ze de slappe lach kregen. De broers en hun zusje verlieten samen met de dienders schaterend het pand, de nieuwe vriendin vluchtte in een taxi (nadat ze de buurman had toegesist dat hij gek is en dat ze hem die uitgerukte plukken haar nooit zou vergeven) en de buurman zelf reed naar de luchthaven om in Texas te gaan bekomen. Vooral door die lachende agenten was hij overstuur, meer nog dan door die uitgemepte voortanden.
Bij ons verliepen de kerstdagen een stuk vrediger, Alpijnse riviertjes in tropisch sprookjesbos in San Gerardo de Dota, allemaal heel kerstachtig.
Casper had er in ieder geval zin in.
Toen we op een ochtend aan het ontbijt zaten vloog er kolibrie tegen het raam. Het leek erop alsof hij zijn nek gebroken had. Emma rende echter naar buiten, blies adem en zijn bekje en sprenkelde er een beetje water overheen en voorwaar: het beestje kwam weer tot leven. Een kerstwonder!
Vorige week waren we bij de vulkaan Tenorio, in de Cordillera de Guanacaste.
De kinders waren goed voorbereid op een boottochtje dat we zouden gaan maken op een van de rivieren die het park uit stromen en waar de krokodillen hopen dat je overboord valt.
Onderweg zagen we een vleermuizenkolonie slapen.
Schreeuwden brulapen dat we moesten opkrassen.
Een poema! Zomaar naast ons. Dicht genoeg om hem aan te raken. Gelukkig genoeg had hij geen aandacht voor ons. Wij wel voor hem. Prachtig.
Iets verder zat een grison te spelen, een soort marter met de kleuren van een wasbeer.
Leuke dingen voor de mensen, dus.
In het park zelf loopt de rio Celeste, die zijn onwaarschijnlijke hemelsblauwe kleur te danken heeft aan kobaltafzettingen van de vulkaan.
Gelukkig kun je op de overvloedig aanwezige luchtwortels uitrusten van al dat vermoeiende gewandel door de jungle.
Op de terugweg naar huis kwamen we langs de Llano de Cortes, een door de plaatselijke bevolking verborgen gehouden natuurlijk zwemparadijsje. Centerparks maar dan in het echt.
En nu maar afwachten wat de toekomst brengt.
Gewoonlijk komen de deelnemers onder de poten of op de hoorns van de stier terecht, wat het publiek fantastisch vindt. Als er eentje vertrappeld is, staan er meteen anderen klaar om zijn plaats in te nemen en op hun beurt ongelukkig geschopt te worden. En ondertussen brult het publiek van plezier; ambiance! Pas als iedere kandidaat-deelnemer is afgevoerd naar het ziekenhuis houdt het feest op. Tot de volgende dag, dan begint alles gewoon opnieuw. Opeens lijken de Romeinen niet langer het toppunt van barbarij.
Ook ambiance bij onze Amerikaanse buurman. Zijn ex kwam hem samen met haar 4 broers op de terugweg van een bruiloft een bezoekje brengen. Ze had nog sleutels van zijn huis zodat ze opeens naast zijn bed stonden. En in dat bed lag ook de nieuwe vriendin van de buurman. Terwijl de broers - die tot groot verdriet van de buurman niet onverdienstelijke amateurboksers zijn - de buurman onder handen namen, stortte de ex zich op de nieuwe. Gekrijs en gekrab en getrek aan haren!
Eindelijk kwam de politie erbij maar de agenten vonden de hele situatie zo komisch dat ze de slappe lach kregen. De broers en hun zusje verlieten samen met de dienders schaterend het pand, de nieuwe vriendin vluchtte in een taxi (nadat ze de buurman had toegesist dat hij gek is en dat ze hem die uitgerukte plukken haar nooit zou vergeven) en de buurman zelf reed naar de luchthaven om in Texas te gaan bekomen. Vooral door die lachende agenten was hij overstuur, meer nog dan door die uitgemepte voortanden.
Bij ons verliepen de kerstdagen een stuk vrediger, Alpijnse riviertjes in tropisch sprookjesbos in San Gerardo de Dota, allemaal heel kerstachtig.
Casper had er in ieder geval zin in.
Toen we op een ochtend aan het ontbijt zaten vloog er kolibrie tegen het raam. Het leek erop alsof hij zijn nek gebroken had. Emma rende echter naar buiten, blies adem en zijn bekje en sprenkelde er een beetje water overheen en voorwaar: het beestje kwam weer tot leven. Een kerstwonder!
Vorige week waren we bij de vulkaan Tenorio, in de Cordillera de Guanacaste.
De kinders waren goed voorbereid op een boottochtje dat we zouden gaan maken op een van de rivieren die het park uit stromen en waar de krokodillen hopen dat je overboord valt.
Onderweg zagen we een vleermuizenkolonie slapen.
Schreeuwden brulapen dat we moesten opkrassen.
Een poema! Zomaar naast ons. Dicht genoeg om hem aan te raken. Gelukkig genoeg had hij geen aandacht voor ons. Wij wel voor hem. Prachtig.
Iets verder zat een grison te spelen, een soort marter met de kleuren van een wasbeer.
Leuke dingen voor de mensen, dus.
In het park zelf loopt de rio Celeste, die zijn onwaarschijnlijke hemelsblauwe kleur te danken heeft aan kobaltafzettingen van de vulkaan.
Gelukkig kun je op de overvloedig aanwezige luchtwortels uitrusten van al dat vermoeiende gewandel door de jungle.
Op de terugweg naar huis kwamen we langs de Llano de Cortes, een door de plaatselijke bevolking verborgen gehouden natuurlijk zwemparadijsje. Centerparks maar dan in het echt.
En nu maar afwachten wat de toekomst brengt.
Abonneren op:
Posts (Atom)




